Ondervraag de tussenpersoon

De Europese Commissie wil dat verzekeringstussenpersonen meer informatie gaan verstrekken over hun banden met verzekeraars. De tussenpersoon van de toekomst maakt idealiter inzichtelijk wat hij aan zijn klanten verdient....

Wie twijfelt aan de onafhankelijkheid van zijn verzekeringstussenpersoon zou hem eens kunnen vragen naar zijn financiële banden met verzekeraars. Hebben een of meer maatschappijen misschien een belang in het aandelenkapitaal van het assurantiekantoor?

Is de tussenpersoon zelf wellicht (groot)aandeelhouder van een (kleine) verzekeraar? Bestaan er zogenoemde productieverplichtingen: afspraken die er op neerkomen dat de tussenpersoon jaarlijks een bepaalde omzet bij die of deze verzekeraar onderbrengt, tegen een extra beloning uiteraard? Of vraag eens hoeveel provisie hij ontvangt als u de auto-, inboedel of levensverzekering afsluit die hij aanraadt, en hoeveel dat is als u kiest voor dezelfde producten van andere verzekeringsmaatschappijen.

Na de korte stilte die onvermijdelijk zal vallen, kunnen er diverse dingen gebeuren. 'Wie denkt u wel dat u bent?', is een reële optie, maar als u een goede klant bent, zal die reactie uitblijven. Want dan gaat u vervolgens op zoek naar een adviseur die wél netjes antwoord geeft op vragen.

Geschipper is een tweede mogelijkheid. Daarbij zal veelvuldig een beroep worden gedaan op 'het feit' dat het om zeer marktgevoelige informatie gaat, die 'nooit en te nimmer de concurrentie ter ore mag komen. Dit houden we dus liever voor onszelf'.

Mogelijkheid nummer drie is het antwoord van de tussenpersoon die zich al aan het voorbereiden is op de toekomst. Hij beantwoordt al uw vragen, maakt inzichtelijk welke financiële belangen hij in anderen heeft en anderen in hem, laat zien wat hij aan u verdient en komt met argumenten waarom hij u zus heeft geadviseerd en niet zo. Op grond van die antwoorden kunt u beoordelen of er sprake is van afhankelijkheden die naar uw mening een goed advies in de weg staan.

Er zijn maar heel weinig tussenpersonen die de geschetste situatie op deze manier aanpakken, maar als het aan de verzekeringsdeskundigen van de Europese Unie ligt wordt dat antwoord wettelijk verplicht gesteld.

Dat staat tenminste in een ontwerpvoorstel voor regelgeving dat enkele weken geleden werd gepubliceerd. In België werkt de branche al enige tijd met een vergelijkbare plicht: het intermediair moet een briefje in de etalage hebben hangen waarop de genoemde gegevens vermeld staan, met name de spreiding van de omzet over de verscheidene verzekeraars. 'En dat leidt niet tot grote problemen', zegt Isabel Heuninckx van de NVA, een van de twee branche-organisaties voor tussenpersonen in Nederland. 'Wij staan dan ook positief ten opzichte van dit voorstel.' De andere branche-organisatie, NBVA, sluit zich daarbij aan. 'Maar wij merken er niet veel van dat klanten vragen naar de banden tussen verzekeraars en tussenpersonen', aldus Boudewijn van Uden van de NBVA.

De eensgezindheid 'in de branche' sluit niet aan bij de discussies die al langere tijd woeden over het thema afhankelijkheid. De NVA, die vooral grotere kantoren vertegenwoordigt, deed onlangs het voorstel om een bepaling uit de statuten te schrappen waarin sprake is van een verbod op een groter aandeel dan 30 procent van verzekeraars in het aandelenbezit van een tussenpersoon. Dat zou de deur openzetten voor het NVA-lidmaatschap van tussenpersonen die met handen en voeten gebonden zijn aan een paar verzekeraars. 'Maar het is echt niet zo dat wij voorstellen om onafhankelijkheid als eis voor lidmaatschap los te laten', zegt Heuninckx. 'Een lid van de NVA moet altijd in staat zijn ook zaken te doen met andere verzekeraars dan waarmee hij vaste afspraken heeft.'

De NBVA, waarin kleinere kantoren verenigd zijn, beziet de koerswijziging van de NVA wel als een aanval op de onafhankelijkheid. Van Uden: 'Bij ons kom je er niet in als een verzekeraar participeert in je bedrijf, al is het maar voor een half procent, en ook een formele productieverplichting is een beletsel voor lidmaatschap.'

Maar het streven naar meer openheid wordt door de tussenpersonen zelf niet tegengewerkt - wat een hulpmiddel kan zijn om nu al de beschikking te krijgen over die informatie. Er zijn slechts verschillen in de analyse van de gevolgen ervan. Volgens de NBVA-denkwijze wordt de tussenpersoon die aangeeft met slechts twee of drie verzekeraars zaken te doen, argwanend bekeken door de consument. Klanten zijn niet blij met een tussenpersoon die in zijn folders (straks verplicht) aangeeft slechts met twee of drie verzekeraars zaken te doen. De afspraken met die verzekeraars zouden de belangen van de klant wel eens in de weg kunnen zitten; bij productieverplichtingen kan het bijvoorbeeld gebeuren dat aan het eind van het jaar nog 'gauw' veel zaken gedaan moeten worden met een van de betreffende verzekeraars.

Het idee van de NVA volgend zou een klant dat echter niet erg vinden. Heuninckx: 'Het is daarbij ook niet reëel om te denken dat er tussenpersonen zijn die met zestig verzekeraars zaken doen. Vooral om redenen van efficiency komt dat in de praktijk niet voor.'

Consumentenorganisaties op hun beurt zien een onafhankelijk advies nog steeds het beste gewaarborgd bij een beloning van de tussenpersonen op basis van de gemaakte uren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden