Ondernemer Olcay Gulsen: 'De mode-industrie is racistisch, keihard en opportunistisch, net als de rest van de maatschappij'

Land van afkomst: Olcay Gulsen

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Dat onderzoekt de Volkskrant in een reeks interviews. Ondernemer Olcay Gulsen (37): 'Diversiteit en female empowerment zouden al lang ingeburgerd moeten zijn.'

Foto Casper Kofi

De ouders van Olcay Gulsen hebben dezelfde achternaam. 'Ze zijn neef en nicht. Dat is toch vreemd? Als ik ergens de meisjesnaam van mijn moeder moest noemen, zei ik: eh ja, die heet ook Gulsen. Dan zag je die witte mensen zo kijken. Wat zit je nou te lachen?'

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) interviewt voor V Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met gitarist Erwin Java (Indonesisch) en ondernemer Masoumah Hosseini (Afghaans).

Sorry.

'Ze waren uitgehuwelijkt. Voor mijn moeder voelde dat als gedwongen. Een vrij liefdeloos verhaal. Ik vind het ingewikkeld om er iets van te vinden. Een van de partijen was niet in orde. Mijn vader is schizofreen. Mijn moeder vertelde heftige verhalen, alleen weet ik niet of die allemaal kloppen. Bij mijn vader kan ik het niet checken.

'Hij was verslaafd aan drugs en gokken. En hij was dus schizofreen. In een dorp als Waalwijk ben je dan de dorpsgek. Wij waren gek én buitenlands. Dubbelop. Ik werd me er wel bewust van dat wij geen Nederlanders waren. Bij ruzies was het eerste waar ze me voor uitscholden: vuile Turk.'

Voel je je Turks?

'Ik begreep wat ze ermee bedoelden. Mijn ouders zijn geboren in Turkije, maar ik voel me niet Turks. De Koerdische cultuur spreekt me meer aan. Dat strijdbare en ontheemde gevoel past meer bij me. Ik probeer me te distantiëren van de Turks-Koerdische strijd. Door Nederlandse Turken word je meteen in de anti-Turkse hoek gezet. Ik wil de middle man zijn.

'De familie van mijn ouders mocht in Turkije geen Koerdisch meer spreken. Eerst vluchtten ze naar Armenië. Daarna kwamen ze naar Nederland, ik denk als gastarbeiders. De ene dag dacht mijn vader dat hij een PKK-strijder was, de volgende dag zei hij: niemand mag Koerdisch praten, want ik ben een Turk. Hij had problemen met zijn identiteit. Ik denk dat het kwam door zijn verdriet over dat hij in Turkije geen Koerd meer mocht zijn.'

Olcay Gulsen (Nederland, 1980) is de eigenaar van de kledingmerken SuperTrash en STStudio. Ook is ze presentator bij onder meer het tv-programma RTL Boulevard. Afgelopen zaterdag zat ze in de finale van Wie is de Mol? Op 16 maart verschijnt SuperOlcay. Hoe je met lef van niets naar de top komt, het boek dat ze schreef met Karin Kuijpers.

Voel je je Brabants?

'Ja. De zuidelijke mentaliteit past bij mij. Sinds dertien jaar woon ik in Amsterdam, maar ik voel me geen Amsterdammer.'

Denk je dat autochtone Brabanders jou zien als een Brabander?

'Nee. Wanneer mensen vragen waar ik vandaan kom, bedoelen ze niet: kom je uit Waalwijk?'

Tekst gaat verder onder afbeelding.

Olcay Gulsen Foto Casper Kofi

Welke taal spraken jullie thuis?

'Tegen de kinderen praatten mijn ouders Nederlands, ze spraken Koerdisch als wij het niet mochten verstaan. Mijn moeder beheerst de Nederlandse taal nog steeds niet goed, ze is niet superslim. Mijn ouders hebben alleen lagere school gehad.'

Je bent ondernemer geworden, met eigen kledingmerken.

'Zowel Turken als Koerden zijn ondernemers. In onze familie is niemand in loondienst. Óf ze hebben een eigen bedrijfje, zoals een Turks restaurant, óf een uitkering. Daar zit bij ons niets tussen. Als kind dacht ik dat ik alles kon worden. Alleen kwam ik in mijn volwassen leven dezelfde obstakels tegen als toen ik kind was. Ik dacht: ik ga hard rennen, dan krijg ik respect en word ik niet meer gezien als een vrouw of een buitenlander. Dat is niet gebeurd.'

In de modewereld gaat het steeds over diversiteit.

'Mij is altijd geleerd: blond haar en blauwe ogen, dat verkoopt. Ze zeggen dat het bewezen is. En ik denk dat het ook waar is. Met mijn modemerk SuperTrash heb ik me daar nooit iets van aangetrokken. Ik liet de opening van mijn show doen door pikzwarte modellen toen anderen nog zeiden: wat risky. Ik vond die modellen supermooi, daarom deed ik het. Imaan Hammam is nu groot, ze komt uit Nederland en is van Marokkaans-Egyptische afkomst. Zij werd door ons als eerste geboekt.

Nederlands
'Op feestdagen zoals Koningsdag en Bevrijdingsdag.'

Koerdisch

'De muziek. En al mijn tatoeages zijn in het Koerdisch.'

Eten
'Mijn moeder moet altijd serma voor me koken, een Koerdisch gerecht met rijst.'

Partner
'Hij is Hindoestaans en joods. Wat dat over mij zegt? Dat ik een vrije geest ben.'

Nederlandse joods-christelijke traditie
'Bekrompen om het zo te noemen. Waarom zou je andere Nederlanders buitensluiten?'

'Tien jaar geleden werden al een paar excuusnegerinnen de catwalk op gestuurd - en wat is er daarna veranderd? Niets. De modeindustrie is racistisch, keihard en opportunistisch, net als de rest van de maatschappij. Dat is hoe ik ernaar kijk. Nu wordt een zwart model op de cover gezet: kijk eens hoe vooruitstrevend wij zijn, wij vieren alle geuren en kleuren die er in de wereld bestaan. Het is onecht. Die bedrijven doen het om aandacht te trekken en omdat het in de mode is. Ze willen gewoon zo veel mogelijk verkopen, het gaat nooit om iets anders. Alleen resultaat telt.

'Het is 2018, waarom moet het nog steeds worden benoemd? Die diversiteit en female empowerment waar ze het steeds over hebben - het zou allang ingeburgerd moeten zijn in onze gedachten. Natuurlijk zijn donkere modellen net zo mooi en talentvol. Alleen is de realiteit dat van de tien ingehuurde modellen er nog steeds negen blond zijn.'

Je bent tegenwoordig actief in de tv-wereld.

'Die is ook extreem blank en geen reflectie van de maatschappij. Ook daar wordt gedacht: blond verkoopt. Met Jandino hebben ze één excuusneger op de zaterdagavond. Zelf ben ik niet te donker en ik spreek goed Nederlands.

'Ik beweeg me niet in de hoogste laag van Hilversum. Mijn rol daar is die van modeondernemer en life-styledeskundige. Ik ben tv gaan doen om mijn merk te versterken.'

Ben je religieus opgevoed?

'Mijn moeder nam ons mee naar de moskee en ook naar de kerk. God en Allah waren bij ons één. Ik bid niet iedere dag, maar als ik het doe is het tot Allah. Alleen als ik hem nodig heb. En de andere regels van de islam lap ik aan mijn laars.'