Column

Onderhandelen met Dijsselbloem is als onderhandelen met een schorpioen

 

Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën. Beeld ANP

Natuurlijk is het wereldvreemd dat ze in de top van ABN Amro een salarisverhoging van een ton consequent bleven verdedigen als een salarisverlaging. Natuurlijk is de ABN-top volslagen van het padje, van de pot gerukt, van lotje getikt, uit een gesticht ontsnapt, et cetera als men daar een salaris van 600 duizend euro en een bonus (betekenis: een eventueel extraatje dat toegekend kan worden bij uitzonderlijk goed presteren) van 300 duizend euro consequent blijft zien als 'eigenlijk een vast salaris van 900 duizend euro, want die bonus krijg je toch wel en als die bonus wegvalt, heb je dus salaris ingeleverd.'

Maar als ze bij ABN Amro vinden dat onderhandelen met Jeroen Dijsselbloem is als onderhandelen met een schorpioen, dan hebben ze een punt te pakken.

Eerst was er de wet, aangenomen door de volksvertegenwoordiging, die stelde dat het mag: een stijging van het vaste salaris met maximaal 20 procent ter compensatie van een verbod op bonussen bij bedrijven die in staatshanden zijn. De bank zag er twee jaar lang vanaf, met een zelfbeheersing die gerust bewonderenswaardig genoemd mag worden voor de menssoort aan de top, niet zelden mensen die toevallig net achter een boom stonden toen de bescheidenheid werd uitgedeeld.

Toen kwam er de minister, Jan Kees de Jager, tegen wie ze zeiden: we gooien er in 2014 maar eens 16 komma zes procent op. Noem het inhalig, noem het hebzuchtig, noem het typisch gedrag van mensen die de gewone luitjes op de werkvloer allang zijn ontstegen. Maar het is geheel binnen de grenzen van de wet. Akkoord?

Akkoord, zei de minister.

Er kwam een nieuwe minister, Jeroen Dijsselbloem, met wie ze wat heen en weer spraken over het salaris.

Er ging een brief heen van Gerrit Zalm naar Jeroen Dijsselbloem: 'We hebben elkaar gesproken en we hebben samen vastgesteld dat de salarisverhoging van 16 2/3 procent ook volgens het Ministerie volgens alle regels is toegekend en zijn overeengekomen dat je dat zult verdedigen.'

Er ging een brief terug van Dijsselbloem naar Zalm: 'Zoals ik in ons gesprek heb gezegd, ben ik er tevreden mee dat we het beloningspunt hebben kunnen oplossen.'

Er kwam een debat tussen de Tweede Kamer en de minister. De Kamer zat vol vragen over de beloning bij ABN Amro. Over die 100 duizend euro erbij waaraan hij zijn ministeriële zegen had gegeven, zei de minister geen woord.

Misschien vond hij het niet nodig de Kamer wijzer te maken. Misschien dacht hij: we houden het een beetje onder ons. Misschien dacht hij: laat Gerrit Zalm het zelf maar uitleggen, van die ton erbij. Misschien was het hem domweg even ontschoten - het ministerschap is zwaar en een afspraak, een briefje, een tonnetje: het zijn van die dingen die zich licht over het hoofd laten zien.

En toen de ton openbaar werd, vergat de minister rap zijn belofte en sprak hij van 'een graat in mijn keel', alsof hij daags tevoren door een bode op de hoogte was gesteld van de snode ABN Amro-actie en zich te pletter was geschrokken.

En plots herinnerde Gerrit Zalm zich de fabel van de kikker en de schorpioen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden