Ondergaan in een brij verhaallijnen

Rembrandt was mijn buurman van Eli Asser door Haarlems Toneel. Stadsschouwburg Haarlem. Tournee...

Daar zit hij dan op zijn knieën, op de rand van het podium. Ton Lutz (76) speelt de zesjarige Mattie Verdoner. Zonder poespas, althans, dat denkt de acteur. Want een petje op zijn hoofd ontbreekt, evenals andere concrete verwijzingen naar de kindertijd. Een schattige blik in de ogen, de stem even anders aangezet - zo speel je een kind volgens Lutz.

Helaas. Ook voor de toneelvader des vaderlands heeft de tijd geen respect. Lutz' poging met zogenaamde minimale middelen een jongetje te spelen, oogt verkrampt en is in al zijn facetten gedateerd. De man die roept dat toneelspelen heilig liegen is, moet toch weten dat een modern acteur al een kind wordt op het moment dat hij een tekst van een jochie in de mond neemt. Met hupse toevoegingen verwordt heilig liegen tot prietpraat.

Nou heeft Lutz het niet getroffen. Het stuk waarin hij de hoofdrol speelt, Eli Asser's Rembrandt was mijn buurman, vertelt weliswaar een schrijnende, autobiografische geschiedenis, maar is als toneeltekst onspeelbaar. Bergen informatie zijn in een krakkemige structuur geperst, elke handeling wordt verklaard, en dat in een stuk waarvan het plot al na een half uur in zijn geheel wordt verteld door een passant in de trein.

Hoe ziet een scène in een trein eruit als Joanna Bilska de voorstelling regisseert? Eerst worden vier stoelen tegenover elkaar gezet. Vervolgens klinkt op een geluidsband het geroffel van een trein, waarna twee acteurs hun best doen te kijken als turende passagiers. En alsof dat niet genoeg is, doet ook nog een conducteur zijn intrede.

Joanna Bilska houdt van duidelijkheid, en zij zal haar hoofd hebben gebroken over de vraag: hoe van het a-chronologisch vertelde Rembrandt was mijn buurman een begrijpelijke voorstelling te maken? Niet dat die vraag nodig is, want in de hedendaagse toneelpraktijk is een sprong in de tijd net zo normaal als het weglaten van rekwisieten, maar de toneelmakers van het Haarlems Toneel scheppen er nu eenmaal genoegen in om elke toneelvernieuwing te ontkennen.

Rembrandt was mijn buurman gaat over architect Mathieu Verdoner. Hij rijdt na een diner tegen een vangrail en raakt in een shocktoestand waardoor verdrongen gebeurtenissen uit zijn leven opeens als gifslangen door zijn hersenen kruipen. Politie-agenten ziet hij als SS'ers, voorstellen doet hij zich als Spoelstra, zijn onderduikersnaam.

Nadat de agenten hem opsluiten in een cel, herbeleeft Verdoner allerlei ervaringen. Recente gesprekken met zijn Australische achternichtje duiken op ('Hoe voelde dat nou om met zo'n ster over straat te lopen?), herinneringen aan de Joden Houttuinen trekken voorbij, evenals de dagen in het gesticht waar Verdoner als joodse verpleger deportatie hoopt te ontlopen.

In het fraaie, maar te dominante decor van Cees Dam - je kunt je afvragen of een stuk dat voornamelijk in de geest van een personage speelt wel een decor verdraagt - moet Asser's persoonlijke versie van een universele tragedie tot leven komen.

Maar het enige beeld dat na het zien van het stuk verdriet doet, is de aanblik op een groep vlijtige acteurs die ten onder gaat in een brij van verhaallijnen waarop de regisseur een rechtlijnige, van creativiteit gespeende visie losliet.

En Lutz? Hij speelt en speelt, dikt in of gaat tekeer. Beter zou het zijn als de toneelvader des vaderlands gaat beseffen dat het gedaan is met de tijden van weleer.

Ronald Ockhuysen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden