Onderduik

Dit jaar waren wij wel drie uur bezig om de warboel aan kerstboomlichtjes uit elkaar te trekken...

Zo, die zin heb ik al jaren willen schrijven, maar het lukte me niet omdat er in het recente verleden noch een wij noch kerstboomlichtjes waren.

De warboel was er wel, maar die zat dan in mijn hoofd. En dat hoofd zocht al weken van tevoren, vanaf sinterklaas zeg maar, naar mogelijkheden om te schuilen in een ver, zonnig land, liefst islamitisch, zodat de feestdagen in gepaste vergetelheid voorbij zouden vliegen.

Maar zelfs in Djibouti weten ze donders goed wat de toerist eigenlijk wil: een echt kerstontbijt, met de hardnekkige groeten van thuis.

Het is mij in die alleenstaande tijd wel overkomen dat mensen me belden, met rare, warmbruine stemmen, die ze denk ik van Candle Light hadden afgeluisterd. Ze zeiden dan: 'Je mag anders wel bij ons komen.'

Jahaa, ook nog attent en goed bedoeld. De winnaar wint niet alleen, hij verdient daarenboven ook nog onze sympathie.

Het is ook niet goed of het deugt niet.

Nee, het is liefdadig bedoeld en de deugd straalt vooral af op de weldoener.

Maar nu dit: gisteravond had ik, voordat ik er erg in had, de telefoonklapper ter hand genomen en was ik serieus op zoek naar, hoe zeg je dat met behoud van zelfbewuste identiteit: alleengaande vrienden.

Ik wilde dus mezelf bellen, van twee jaar geleden. Daarbij zou ik iedere verwijzing naar 'wij' of 'ons' vermijden, en het eendrachtig op een klagen zetten over de naderende gijzeling, niet van de zijde van de Molukkers ditmaal, maar van de gezinnen, die de stad en het openbare leven maar liefst drie zondagen lang tot Sperrgebiet hebben verklaard.

Tussen neus en lippen door: 'Waarom kom je niet hier?'

Ik zou dat zinnetje ontdoen van alle, charitatieve bariton-tonen. No Nat King Cole.

Maar in plaats daarvan werd ik gebeld. Moeder, met ongewoon kleine stem, die zegt dat ze er zo tegen opziet en onder wil duiken, dekens over het hoofd, telefoon uit. O nee, telefoon aan, want er mocht eens iemand bellen.

Dit hoort niet. Moeders horen uit te zien naar de kinderen thuis, en de man eindelijk eens van achter de boeken of de tv of de modeltrein vandaan; wat eten we dit jaar, mogen de kleinkinderen al meedrinken van de medoc, wordt de steunkleur in huis roze of goud: dat zijn de vaste vragen van moeders in de zogeheten moederbladen.

Ik heb die moederdieren altijd nogal eng gevonden, maar dit is weer het andere uiterste. Moeder, zeg ik nog, je gebruikt de teksten die vanaf de puberteit strikt voor mij waren gereserveerd. Jij zou je verheugen, en ik jou teleurstellen.

'Kom bij ons', gebied ik warm, en zo vet als bruine jus.

Zij jengelen dat ze niet wil, ik haar chanteren.

Kerst maakt sadisten van ons allen.

Ook met die warboel aan kerstboomlichtjes is het trouwens nog helemaal goed gekomen. Ik heb er, na overleg met moeder, de schaar in gezet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden