Onder wit zeil gaat voor Syriërs in Libanon het leven door

Het overgrote deel van de Syrische vluchtelingen blijft in de regio en woont in tentenkampen. Fotografe Marieke van der Velden ging naar Libanon en vroeg: hoe leef je verder?

Marieke van der Velden fotografeerde Syrische vluchtelingen in Libanon. Affaf Mohamad met haar dochter Rima en echtgenoot Jassem. Beeld Marieke van der Velden

Marieke van der Velden is een druk baasje. Toch wil de veelgevraagde fotografe elk jaar tijd vrijmaken voor een groot buitenlands project. Dat roepen meer mensen, zij doet het echt. Eerder maakte ze prachtige fotoseries in Kabul en Bagdad. Dit jaar reisde ze met haar man en filmer Philip Brink af naar Libanon om daar samen Syrische vluchtelingen te interviewen, te filmen en te fotograferen. Libanon geeft officieel geen onderdak aan vluchtelingen, maar ze zijn er wel. Al meer dan 1,1 miljoen ontheemden staken de grens over. Dat heeft een enorme impact op de Libanese bevolking van 4,8 miljoen. Van der Velden: 'En dan doen wij in de Europese Unie met 520 miljoen inwoners, moeilijk over 250 duizend mensen.' In Libanon stellen boeren tegen betaling grond ter beschikking waarop de kampementen verrijzen. De illegale bouwsels worden gemaakt met wit zeil, uitgedeeld door de UNHCR.

Het duo werkte met een 'fixer', de Libanese Tony tolkte en reed hen met een auto langs verschillende tentenkampen. Van der Velden: 'Ik fotografeer mensen nooit zonder toestemming te vragen. Mijn Hasselblad-camera haal ik pas tevoorschijn als ze me vertrouwen.' Dat is gelukt. Veel Syriërs luchtten hun hart bij haar en ze zijn blij met de aandacht. Op mariekevandervelden.com staan de uitgebreide (gefilmde) interviews bij de portretten in deze reportage.

Kampementen in Libanon. Beeld Marieke van der Velden

Wassim Mamo (18) uit Tell Nasri'

Het was in februari dit jaar, om drie uur 's ochtends toen het schieten begon. Na vier jaar oorlog ben je wel gewend aan het geluid van schieten op de achtergrond. Maar deze nacht kwam het wel heel dichtbij. De boodschap van IS was luid en duidelijk: alle Assyrische christenen moesten het dorp uit. In het donker vluchtten we in paniek van ons dorp naar een stadje verderop waar we een kerk in mochten. We zaten daar een week, we hadden geen idee wat we moesten doen. We kregen wat kleding van de bevolking en sliepen op de grond, zonder dekens. 'We hoorden dat IS onze prachtige huizen met bulldozers hadden neergehaald. Mensen van de kerk probeerden bussen te regelen, zodat we naar Turkije konden, dat was maar 50 kilometer verderop. Mijn moeder, mijn neef Shabi en ik konden mee met een bus naar de Turkse grens. Doodsbang kwamen we aan. Al 220 Assyrische mannen uit onze streek waren vermist. Omdat mijn tante in Beiroet woont, namen we een vliegtuig van Turkije naar Damascus, en toen verder met de auto. We zitten nu drie dagen in haar appartement, samen met mijn nicht en haar familie. Zij waren al eerder gevlucht. We kunnen hier niet lang blijven, het is te klein voor ons allemaal.

'Gisteren vonden we een paar filmpjes op internet waar je kunt zie hoe IS ons dorp aan het verwoesten is. De school zit vol kogelgaten, de kerktoren is naar beneden gehaald en de straten zijn bezaaid met lijken. Ik weet zeker dat ik nooit meer terugga. Er is daar niks meer. Het gevoel van heimwee is nu erg pijnlijk.'

(Artikel gaat verder onder foto)

Wassim (links) en zijn neef Shabi wonen bij familie in Beiroet. Beeld Marieke van der Velden
Baara Aantar komt uit een buitenwijk van Damascus. Beeld Marieke van der Velden

Baara Aantar (10) uit Ghouta

'Ik kom uit East Ghouta, een buitenwijk van Damascus. Het werd steeds enger op straat. Ons gebouw was dicht bij het ziekenhuis en dat lag elke dag onder vuur van het leger. Alles in onze buurt was weg. Ook ons huis. We zijn gevlucht en konden niets meenemen. In de chaos probeerden we auto's aan te houden om een stukje mee te rijden. Soms zaten we met acht mensen in een auto. Zo kwamen we steeds een stukje verder, en dan moesten we er weer uit om een nieuwe auto te zoeken die de goede kant op ging. We hebben in veel auto's gezeten. Ik was de hele tijd bang en moest huilen. Dankzij mij oom Ahmed konden we hier komen. Anders hadden we nu op straat geleefd.

Toen ik een beetje gewend was aan het kamp, viel het me op dat alle kleine kinderen alleen maar aan het spelen waren. Omdat hier geen school is, leerden ze niks. Met mijn vriendin Nijameh kreeg ik toen het idee om hier een schooltje te beginnen. De stenen werden stoelen en een stuk karton het schoolbord. En wij werden de juffen. In de ochtend is er school en geven we om beurten rekenen en taal. De kinderen vinden het leuk om naar onze school te gaan. Wat ik echt mis, is dat ik zelf niet naar school ga. Want het is toch geen echte school. En als juf heb ik toch meer kennis nodig. Het liefste wil ik terug. Ik hoor dat alles kapot is in mijn wijk. Maar ik wil zo graag weten hoe het met mijn vrienden gaat, want ik heb niemand gedag kunnen zeggen. Soms denk ik dat ze allemaal dood zijn. Maar misschien denken ze dat over mij ook wel.'

(Artikel gaat verder onder de trailer)

Outside Syria

Fotograaf Marieke van der Velden en filmmaker Philip Brink gingen naar Libanon om verhalen te verzamelen van Syrische vluchtelingen die nu in Libanon leven. In dit land wonen 1.200.00 Syriërs op een populatie van 4.000.000 Libanesen. Bovendien gaven zij hun Facebook-vrienden de mogelijkheid om onderdeel van deze reis te zijn door vragen te stellen aan de Syriërs. Deze antwoorden kunnen hier gevonden worden in de vorm van 16 korte films, gemaakt door Philip Brink.

Iyman Kino (63) uit Aleppo

'Twee van mijn zonen hadden een mooi huis gebouwd met vijf verdiepingen. Elk gezin van de familie kreeg een verdieping. Ik woonde op de begane grond en vond het heerlijk mijn kleinkinderen te zien opgroeien. Maar toen kwam de oorlog. Het begon met simpele dingen, zoals in de rij staan voor brood. Daarna ging alles fout. Omdat een van mijn zonen vocht bij het Vrije Syrische Leger, werd ons huis door het regime helemaal verwoest. Deze zoon is gevallen tijdens de strijd, zijn vrouw is gearresteerd en vermoord. Daarbij verloor ik nog twee zonen bij de bombardementen. Ik had niets meer en vluchtte met een paar van mijn kleinkinderen naar Beiroet.

'Ik verhuisde met mijn zeven kleinkinderen naar dit kleine kamp. We wonen nu in een tent. Er is hier geen school. Ik weet niet wat er met ons gaat gebeuren. Mijn kleinkinderen hebben het erg moeilijk. Sommigen zijn gestopt met praten, eentje is heel agressief. Ze voelen zich in de steek gelaten, ze hebben constant aandacht nodig, Ze zijn altijd wantrouwig en als ik ook maar even uit het zicht ben, raken ze in paniek. Het is erg moeilijk voor me. En omdat ik ook niet meer een van de jongsten ben, ben ik bezorgd over hun toekomst. Er is nu een Libanese organisatie die kinderen helpt bij hun traumaverwerking. Dat helpt enorm en ik ben erg blij dat dit nu gebeurt. Ik wil graag dat ze een beter leven krijgen. Daarom vertel ik mijn verhaal. Ik wil dat mensen blijven vragen naar mijn kleinkinderen.'

Iyman Kino heeft met haar zeven kleinkinderen onderdak gevonden in een tent. Beeld Marieke van der Velden

Seif El Dine Domarani (10) uit Mu'addamiyah

'Ik kom uit een buitenwijk van Damascus. Ik woonde daar met mijn vader, moeder, drie broers en drie zussen. Mijn oma woonde ook bij ons. Ik had veel vrienden en we speelden elke dag op straat. Maar op een dag ging het fout. Ik was een fikkie aan het stoken met twee neefjes toen er opeens een bom uit de lucht kwam vallen. Mijn neefjes waren meteen dood. Ik was gewond aan mijn been. Een onbekende man bracht me naar het ziekenhuis. Ik heb niet gehuild. In het ziekenhuis hebben ze me geopereerd. Mijn ouders bleven dag en nacht bij me. Mijn oma was bij mijn broers en zussen thuis. Maar toen we in het ziekenhuis waren, is er iets heel ergs gebeurd. 's Ochtends om vijf uur was er een chemische aanval op onze buurt. Al mijn familie was dood. En onze buren ook, en de buren van de buren ook. Omdat het ziekenhuis in een andere buurt stond, hebben wij het overleefd. Toen mijn vader het nieuws hoorde, kreeg hij een hartaanval. Hij ging ook dood. Toen waren mijn moeder en ik er alleen nog maar. Ik heb niet gehuild. Toen ik het ziekenhuis uit mocht, ben ik met mijn moeder gevlucht naar Libanon. In dit kamp zit nog meer familie, daarom konden we hier komen. Maar mijn moeder wilde opeens terug naar Syrië. Niemand kon haar stoppen. Ze zeggen dat ze helemaal gek is geworden en rondzwerft. Ik woon nu bij mijn oom en neef Ibrahim. Hij is ook mijn beste vriend. Ik vind het jammer dat er geen school is in dit kamp. Ik was goed in rekenen. We maken nog steeds vuurtjes hier, dat houdt de slangen op afstand. Ik ben niet bang voor slangen, de meisjes wel. Daarom maken we de vuurtjes voor hen.'

(Artikel gaat verder onder foto)

Seif (links) en zijn beste vriend en neef Ibrahim. Beeld Marieke van der Velden
Beeld Marieke van der Velden

Affaf Mohamad (20) uit Hamah

'Een huwelijk in Syrië duurt drie dagen en drie nachten. Met traditionele dans en veel eten. Maar deze belangrijke dag werd uiteindelijk heel anders. Leden van het Vrije Syrische Leger waren in ons dorp gelegerd en ons dorp kon elk moment worden gebombardeerd. Daarom was ons huwelijk geen feest, maar heel angstig. Er hing een deprimerende sfeer. Een week later werd onze angst bewaarheid. De bombardementen en het schieten kwamen steeds dichterbij. Mijn echtgenoot besloot naar Libanon te gaan om daar een veilige plek voor ons te zoeken. Hoewel we dicht bij de grens woonden, duurde het nu wel een hele dag om er te komen, in plaats van een paar uur zoals gebruikelijk. Er waren overal wegversperringen en checkpoints. In een kamp in Libanon regelde hij een tent voor de hele familie. Hij kwam terug om ons op te pikken; nu wonen we hier met zijn ouders, broers en zussen. Ja, het is heel druk. Na drie jaar kamperen, zouden we nu heel graag eens terug willen. Onze dochter Rima is nog nooit in Syrië geweest. Ik zou het wel fijn vinden om ons huwelijk opnieuw te vieren, ditmaal wel met een feest.'

Satouf Mohamad (51) uit Hamah

'Vijf jaar geleden woonde ik met mijn vrouw Wadha en onze acht kinderen op het platteland rond Hamah. Ik haalde melk op bij de boeren en bracht het naar de melkfabriek. Als ik er nu op terugkijk, ja, dan was ik best gelukkig. Maar de situatie veranderde langzaam. We hoorden van de opstand in Daraa en het neerhalen van het standbeeld van de voormalige president Hafez al-Assad. En daarna de eerste strubbelingen in Homs. De elektriciteit viel steeds vaker uit en voedsel werd steeds duurder. Vroeger kostte een brood een halve dollar, maar al snel werd dat tien dollar. Dat konden we helemaal niet betalen. Toen de troepen van Assad ons gebied hadden omsingeld, begonnen we ons zorgen te maken over de toekomst van onze kinderen. Toen de gevechten begonnen, was de keuze niet zo moeilijk meer. Samen met onze kinderen vertrokken we naar Libanon en kwamen in deze 'tentenstad' terecht. Mijn vrouw, kinderen en ik zijn allemaal officieel geregistreerd als vluchteling. Dat betekent dat de UNHCR ons 19 dollar per persoon per maand geeft. We vinden het weinig, want wat moet ik met 19 dollar als er iemand naar het ziekenhuis moet? Daarbij betalen we 200 dollar huur per jaar voor de huur van de grond waar onze tent staat. En we betalen 40 dollar voor water en elektriciteit. Onze kinderen gaan naar een UNICEF-school in het kamp. Het is geen gemakkelijk leven. De Libanezen in de buurt zeggen dat we hun banen inpikken. Als ik morgen terug zou kunnen gaan naar Syrië, zou ik dat doen. Naar Syrië zoals het vroeger was. Ik haat politiek. No war, no problems.'

Satouf Mohamad. Beeld Marieke van der Velden
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden