Onder twijfelaars en gelovigen

De Europese Unie heeft vaak iets van een religieuze beweging, en het heiligste der heiligen is natuurlijk de Europese Commissie....

Ongelovigen kom je hier maar zelden tegen. Geen wonder, want de Commissie moet ervoor waken dat de soms tegenstribbelende lidstaten zich houden aan de Europese wetten waarop zij zich hebben vastgelegd. Hoe meer macht de Commissie heeft, hoe makkelijker dat gaat. Vandaar ook dat vooral bij de Commissie het geloofsartikel van verdere integratie en dus overdracht van bevoegdheden met de grootste ijver wordt beleden.

Af en toe klinkt er ook iets door van het ongeduld dat een kerkgenootschap heeft met schapen die van de kudde afdwalen. Zo waarschuwde Commissie-voorzitter Romano Prodi onlangs nog dat landen die de grondwet (waarover de EU-landen overigens nog steeds zitten te bakkeleien) per referendum afwijzen, zich maar uit de Unie moeten terugtrekken.

Een van de weinigen die in deze tempel van het eurogeloof graag een ketters geluid laten horen, is eurocommissaris Frits Bolkestein, die sinds 1999 verantwoordelijk is voor de interne markt. Een echte euroketter is Bolkestein niet; hij erkent dat de EU de Europese landen veel voordelen heeft gebracht, maar anders dan de meeste van zijn collega's maakt hij zich zorgen over het automatisme waarmee 'Brussel' zijn takenen bevoegdheden, maar ook zijn territoir uitbreidt.

Die bezorgdheid loopt als een rode lijn door De grenzen van Europa, een boek met de visies van een aantal kopstukken uit het Europees Parlement die Bolkestein samen met zijn medewerker Derk-Jan Eppink heeft geerviewd.

Voor Bolkestein staat het vast dat de EU te veel hooi op haar vork neemt. Om te voorkomen dat het hele Europese project verzandt, moet de EU volgens hem duidelijke grenzen stellen. Dat betekent: Turkije blijft buiten de deur. Verder moet de EU zich ook gaan concentreren op een aantal kerntaken en zoveel mogelijk bezigheden aan de nationale overheden overlaten.

De meeste gespreksgenoten van Bolkestein blijken zijn twijfels te delen over het toelaten van Turkije, dat dan vrijwel meteen het grootste EU-land zou worden. Volgens Hans-Gert Pring, de leider van de christen-democratische Europese Volkspartij, zou het beter zijn Turkije een speciaal partnerschap aan te bieden.

Maar als het gaat om de taken die de Unie op zich zou moeten nemen, bevindt Bolkestein zich vrijwel alleen in het gezelschap van de Britse conservatieve europarlementariLord Inglewood. Ook die vindt dat de EU zich onvoldoende aan de regel houdt dat zij zich niet moet bemoeien met zaken die beter door de lidstaten kunnen worden geregeld. Als echte Brit vindt Inglewood dat er een Europa moet komen 'dat is opgebouwd rond de zelfstandige staten. Dus geen Europese superstaat'.

Andere gesprekspartners de Belgische ex-minister van Buitenlandse Zaken Willy de Clercq voorop pleiten juist hartstochtelijk voor het tegenovergesteldeideaal: een federaal Europa waarin de lidstaten een positie zouden krijgen als die van de Ler in de Bondsrepubliek. Het paradoxale is dat De Clercq op binnenlands gebied juist totaal de andere kant op koerst. Hij was vopsplitsing van de Belgische liberalen in een Vlaamse en een Waalse partij, en wil nu zelfs dat Belgian een federatie in een confederatie verandert.

Volgens De Clercq is daar niets vreemds aan: uiteindelijk is het Europese federalisme op een heel andere manier ontstaan dan het Belgische. 'Federalisme werkt in Belgiiddelpuntvliedend en in Europa juist middelpuntzoekend', verklaart hij. Toch blijft het bij Bolkestein de vraag oproepen hoe het federalisme in Europa wkan slagen als het in Belgiiet lukt. Volgens hem is de EU op de mislukte top van Brussel vorig jaar december tegen de grenzen van haar ambities aangelopen: de 25 landen (de vijftien huidige lidstaten plus de nieuwkomers) konden het toen niet eens worden over een nieuwe grondwet voor Europa.

Dat was een bitter moment voor de Belgische ex-premier Jean-Luc Dehaene, die als ondervoorzitter van de Conventie aan de wieg van de ontwerpgrondwet stond. Het document was het product van anderhalf jaar lang debatteren tussen 105 parlementari en regeringsvertegenwoordigersuit de 25 landen onder leiding van de Franse expresident Giscard d'Estaing.

In zijn nieuwe boek De Europese uitdaging: van uitbreiding tot integratie zet Dehaene uitvoerig uiteen hoe die discussies verliepen. Als een van de grondleggers van de ontwerp-constitutie is hij uiteraard positief over het resultaat, dat moet voorkomen dat de EU onbestuurbaar wordt na de uitbreiding tot 25 landen. Om te voorkomen dat het op een Poolse landdag uitloopt, willen de opstellers van de grondwet onder meer het vetorecht beperken. Bovendien willen ze af van de halfjaarlijkse toerbeurten als voorzitter van de EU. Voortaan moeten de lidstaten een voorzitter aanwijzen voor minimaal tweealf jaar.

Het boek is een interessant document voor wie belangstelling heeft voor de ontstaansgeschiedenis van de ontwerpgrondwet, maar het probleem is dat Dehaene maar weinig vertelt over de politieke strijd achter de schermen.

Misschien komt dat doordat de populaire ex-premier, nu burgemeester van de Brusselse voorstand Vilvoorde, bang is om op lange tenen te trappen. Hij wordt tenslotte genoemd als een van de kandidaten voor de opvolging van Prodi als voorzitter van de Europese Commissie.

In een opwelling van openhartigheid bekent Dehaene wel dat Giscard d'Estaing aanvankelijk 'hooghartig' op hem overkwam, maar hij schrijft dat hij later steeds meer waardering begon te krijgen voor diens soepelheid. Toch blijkt ook uit het sympathieke relaas van Dehaene dat Giscard er niet voor terugdeinsde zijn macht als voorzitter van de Conventie te gebruiken. Zo overviel hij zijn collega's onder meer met een tekst waarin de Europese Raad (het college der staatshoofden en regeringsleiders, waarin de grote landen uiteraard het meeste gewicht in de schaal leggen) tot de hoogste instantie van de EU werd uitgeroepen.

Als er ding uit Dehaene's relaas blijkt, is het wel hoe belangrijk het was dat Belgien vertegenwoordiger in het presidium van de Conventie had. Nederland schitterde daar door afwezigheid doordat Den Haag de Conventie aanvankelijk voor een filosofische debatingclub hield.

Anders dan Bolkestein is Dehaene een gelovige. Terwijl Bolkestein moppert dat met de nieuwe grondwet kunstmatig wordt geprobeerd een gemeenschappelijk buitenlands beleid te forceren door de positie van een minister van Buitenlandse Zaken en een half-permanente voorzitter voor de Europese Raad in te stellen, ziet Dehaene dat juist als een positief punt. In het naschrift bij zijn boek droomt hij even weg en woont hij een vergadering bij van de Veiligheidsraad waarop de EU-minister van Buitenlandse Zaken spreekt.

Als hij wakker wordt, hoort hij de Britten, Fransen en Duitsers kibbelen over Irak. 'Mag ik dromen?', heet het hoofdstukje. Natuurlijk mag hij dat, maar de vraag is: wordt de werkelijkheid daar beter van?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden