reportage vluchtelingen bij grensovergang mexico

Onder migranten aan de Mexicaanse grens: ‘Ik vertrouw op God, hij zal het hart van Trump verzachten’

Hoewel de bestorming van de grensmuur mislukte, de nachten koud zijn en het voedsel schaars, houden Midden-Amerikaanse migranten hoop de VS binnen te komen. 

Een aantal Centraal-Amerikaanse migranten in hun tentenkamp bij de grens van Tijuana, Mexico. Beeld Felix Marquez

‘Ik ga hoe dan ook die grens over.’ Victor Alexander spreekt met de kalmte van iemand die niets te verliezen heeft. De magere jongen uit El Salvador is pas 17 jaar oud, maar is bereid zijn leven te wagen om de Verenigde Staten te bereiken. ‘Ik ga het gewoon opnieuw proberen, kogels of geen kogels’, zegt hij. ‘God heeft de aarde voor iedereen geschapen, niet alleen voor Donald Trump.’

Alexander vertrok op 31 oktober in een migrantenkaravaan met 2.500 Salvadoranen. Twee weken eerder gingen zevenduizend Hondurezen hen voor. Zonder al te veel problemen staken de Midden-Amerikanen illegaal de grens tussen Guatemala en Mexico over. De Mexicaanse migratiepolitie deed slechts een halfslachtige poging de duwende migranten op de grensbrug tegen te houden.

Tegen beter weten in probeerden ze zondag hetzelfde trucje toe te passen. Alexander en honderden anderen bestormden de metershoge grensmuur in de Mexicaanse grensstad Tijuana, en renden hun Amerikaanse droom tegemoet. De grenspolitie maakte met rubberkogels en traangasbommen rap een einde aan de illusie. ‘Als we met meer waren geweest was het misschien gelukt’, zegt Alexander.

De jongen is gevlucht voor het bendegeweld in San Salvador, en verblijft met zo’n zesduizend andere migranten in een geïmproviseerd opvangkamp pal naast de grensmuur. Dagelijks komen er meer migranten bij, en de burgemeester van Tijuana riep vorige week de noodtoestand uit. De sfeer was al grimmig, en is na de mislukte bestorming alleen maar slechter geworden.

Gure woestijnwind

Als de zon maandagavond zakt, neemt een gure woestijnwind bezit van het terrein. Er zijn te weinig dekens beschikbaar, en de bakjes bonen die vrijwilligers uitdelen kunnen de schreeuwende honger niet stillen. Vervuilde kinderen lopen verdwaasd rond, met dikke korsten opgedroogd snot op hun gezicht. Een diepe rochelhoest rolt als een echo over het terrein. Van het optimisme dat de migrantenkaravanen wekenlang vaart gaf, is weinig meer over.

De migranten zitten klem. Tussen de onneembare grensmuur van de Verenigde Staten, en de armoede of dood die hen wacht als ze terugkeren naar hun thuisland. Een Mexicaanse pastoor houdt vanuit de laadbak van een pick-uptruck een preek, enkele tientallen migranten staan met doffe ogen te luisteren. Vrouwen leggen hun baby’s op stukken karton en proberen hen in slaap te sussen. Zelf doen ze de hele nacht geen oog dicht.

De volgende ochtend is het al vroeg druk bij El Chaparal, een grensovergang op twintig minuten lopen van het opvangkamp. De grens tussen Tijuana en San Isidro is de drukste ter wereld. Dagelijks gaan zo’n 50 duizend auto’s en 25 duizend voetgangers over en weer. Het is een komen en gaan van studenten, werknemers en handelaars uit beide landen.

Eddie Matute, een Hondurese migrant, heeft zojuist asiel in de VS aangevraagd en loopt met een vriend langs de grens "El Chaparral", Tijuana, Mexico. Beeld Felix Marquez

Blauwe partytent

‘Voetgangerstoegang naar de Verenigde Staten’, staat op een bord, met een grote groene pijl naar links. Maar die pijl geldt alleen voor visumhouders. Om half zeven arriveert Joel Collado op het plein. Hij zet met soepele bewegingen een blauwe partytent op, en bevestigt een stuk papier aan het dak van de tent: ‘Registratie’, staat er met viltstift op geschreven. Een groepje Haïtianen dat al een tijdje stond te blauwbekken, stelt zich als eerste op in de rij.

Collado is een 26-jarige man uit Nicaragua. Hij ontvluchtte eind september zijn land omdat paramilitairen van de regering van Daniel Ortega achter hem aanzaten. ‘Ik was actief in de protestbeweging tegen Ortega’, legt hij uit. ‘Alleen mijn moeder was thuis toen de para’s me kwamen zoeken. Ik ben de dag daarop vertrokken.’ Collado arriveerde vijf weken geleden in Tijuana, ruim voordat de eerste karavaan aankwam.

Sindsdien wacht hij op een afspraak met de Amerikaanse autoriteiten, hij wil asiel aanvragen maar de Amerikaanse autoriteiten nemen slechts veertig tot tachtig aanvragen per dag in behandeling. Om zijn tijd nuttig te besteden, helpt hij als vrijwilliger mee bij de registratie van andere asielzoekers. Hij schrijft hun namen op in een groot schrift, en geeft de lijst aan de Amerikaanse autoriteiten.

Collado noteert dagelijks zo’n tweehonderd asielzoekers in zijn schrift. ‘Van de karavaanleden zijn nu zo’n 2.500 personen geregistreerd’, vertelt hij. Iedere ochtend komen de Amerikaanse autoriteiten aankondigen welk nummer aan de beurt is. De gelukkigen volgen dan de groene pijl naar de voetgangersbrug, doen hun verhaal in een kantoortje, en wachten de uitspraak af in een detentiecentrum aan de andere kant van de grens.

Joel Collado helpt andere migranten met hun registratie in het tentenkamp bij de grens. Beeld Felix Marquez

Nummer 1.650

Voor Eddie Matute (40) duurt dat nog even. Met een roze papiertje in de hand komt hij onder de blauwe partytent vandaan. Hij kreeg samen met tien anderen nummer 1.650, en de groep wordt waarschijnlijk pas over twee of drie maanden opgeroepen. Tot die tijd hoopt de Hondurees te kunnen werken in Tijuana. ‘Het maakt niet uit wat voor werk’, zegt hij. ‘Ik pak alles aan.’

Matute kwam tien dagen geleden aan in de grensstad, maar hoorde pas enkele dagen geleden over het registratiesysteem. Hij heeft niet deelgenomen aan de grensbestorming en is boos op zijn landgenoten. ‘Het geeft ons een slecht imago, dat speelt Trump in de kaart’, zegt hij. ‘We moeten ons goed gedragen en ons aan de regels houden. Anders gooien de VS straks helemaal de grens dicht.’

Lang niet iedereen vraagt asiel aan, veel Midden-Amerikanen vrezen dat ze geen kans maken en dat ze direct na hun aanvraag gedeporteerd zullen worden. Jongens als Alexander beramen nieuwe bestormingen, anderen hopen op een wonder. ‘We moeten geduld hebben’, zegt Maria Rodriguez. ‘Uiteindelijk laten ze ons wel binnen.’

Rodriguez komt uit El Salvador, en is met haar man, zus en neefje met een van de karavanen meegereisd. Ze somt dezelfde redenen op als de andere kampbewoners: armoede, afpersing, geweld. Rodriguez denkt dat Trump wel tot inzicht zal komen. ‘Hij is toch ook een mens met gevoel?’, zegt ze. ‘Ik vertrouw op God, hij zal het hart van Trump verzachten.’

Hondurese migranten wassen zich bij de sportvelden van het tentenkamp waar veel Centraal-Amerikanen zich ophouden, bij de grens van Tijuana, Mexico. Beeld Felix Marquez
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden