Onder Kemkers loert de blessure

Simon Kuipers vertrekt bij de TVM-ploeg. Hij was gewaarschuwd: onder trainer Gerard Kemkers komen lang niet alle talenten tot bloei. Je wordt kampioen of je gaat kapot.

AMSTERDAM - schaatsen


selectiewedstrijden


Met hoge verwachtingen vervoegde Simon Kuipers zich april vorig jaar bij Gerard Kemkers, de succesvolste Nederlandse schaatstrainer. Na zeven jaar Jac Orie hoopte hij onder de gelouterde Groninger het laatste stapje naar de sprintwereldtop te zetten.


Het liep anders. Maandag meldde Kuipers (29) zich onverwacht af voor de NK sprint, vanwege zijn belabberde vorm. Dinsdag kwam het bericht dat hij met onmiddellijke ingang vertrekt bij de TVM-schaatsploeg, waar hij onder contract stond tot het einde van dit seizoen.


Voor Kuipers is de periode-Kemkers alleen in financieel opzicht geslaagd geweest.


Kuipers was gewaarschuwd. Lang niet alle schaatsers komen onder Kemkers tot bloei. Grof gezegd zijn er twee mogelijke resultaten van de samenwerking: je wordt kampioen of je gaat kapot. Ook de kampioenen gaan vaak kapot: de prestaties van Sven Kramer, Ireen Wüst en Paulien van Deutekom hebben voor korte of langere tijd geleden onder blessures of overbelasting. Kramer was vijftien maanden uit de running.


Het lijstje prominente schaatsers dat niet gedijt onder Kemkers groeit gestaag. Voor Kuipers mislukten de gedoodverfde opvolgers van Sven Kramer en Ireen Wüst al: de voormalige wereldkampioenen junioren Koen Verweij en Marrit Leenstra. Eerder kwam tweevoudig wereldkampioen sprint Erben Wennemars niet in de buurt van zijn topprestaties onder Jac Orie.


Het is een wonderlijk gegeven. Het vakmanschap van Kemkers staat buiten kijf. Bij de afgelopen drie Winterspelen hebben steeds een of twee van zijn schaatsers goud gewonnen. Bij de mannen waren er wereldtitels allround voor Jochem Uytdehaage (1x) en Kramer (4x). Bij de vrouwen hebben Renate Groenewold, Wüst (2x) en Van Deutekom een einde gemaakt aan decennia zonder Nederlandse wereldkampioenes allround. Daarnaast waren er talloze wereldtitels op individuele afstanden.


Het vakmanschap van een trainer wordt doorgaans afgemeten aan het aantal kampioenen dat hij voortbrengt, niet de prestaties van de minder getalenteerde ploeggenoten. Onder Jac Orie gaan wellicht minder schaatsers stuk, maar daar staan ook beduidend minder wereldtitels tegenover. Survival of the fittest: dat lijkt het motto onder Kemkers.


Als Kemkers dat motto zou uitdragen, zoals de voorheen succesvolle Amerikaan Peter Mueller, zouden de tegenvallende prestaties en slepende blessures van veel schaatsers minder opvallen. Maar de vriendelijke Groninger laat zich er altijd op voorstaan dat hij al zijn schaatsers even belangrijk vindt. Zijn ploeg bestaat niet uit knechten en kampioenen. Het is zijn doel alle pupillen prijzen te bezorgen.


Die ambitie betekent dat Kemkers grenzen opzoekt, misschien zelfs hoog spel speelt. De trainingsbelasting is navenant. Het risico van oververmoeidheid wordt genomen met de bedoeling beter te worden. Maar na enkele jaren van blessures en vermoeidheidsklachten, ook bij boegbeelden als Kramer en Wüst, is het de vraag hoe stevig de greep van de trainer op dat moeilijke proces is. Heeft hij de materie voldoende onder controle?


Het is niet eenvoudig te zeggen wat de aanpak van Kemkers zowel succesvol als riskant maakt. Fietsen, schaatssprongen en krachttraining zijn de basisingrediënten voor elke schaatstrainer. Maar hoe lang, hoe vaak en in welke volgorde? Wat effectief is verschilt per persoon. Het is de kunst maatwerk te leveren.


Kuipers zei december vorig jaar, kort nadat hij onder zijn nieuwe trainer tweemaal Nederlands kampioen was geworden, in de Volkskrant het volgende over het verschil tussen Orie en Kemkers: 'Het is niet te vergelijken. Wat we doen, is totaal anders.' Bij Orie deed hij bijvoorbeeld nauwelijks iets aan bochtenwerk, bij Kemkers juist heel veel. Ook was zijn bovenlichaam door krachttrainingen bij TVM zowel sterker als lichter geworden.


Sprinter Jan Smeekens, die eerder de overstap van Kemkers naar Orie maakte, herinnerde zich dat de trainingen bij TVM langer duurden. 'Bij TVM was de warming-up soms al een training op zich.'


Kemkers noemde de mislukking van Kuipers, de laatste Nederlander die bij de WK sprint een medaille veroverde (brons in 2009), gisteren 'pijnlijk'. Hij zal de kwestie uitgebreid evalueren. Dat is zijn aard. Maar hij heeft geaccepteerd dat hij niet de beste trainer is voor elke schaatser. Soms neemt hij afscheid van zijn pupillen in de hoop dat hun talent onder een andere trainer wel tot wasdom zal komen.


De vraag is intussen wat het mislukken van Verweij, Leenstra en Kuipers zal doen met zijn reputatie onder schaatsers. TVM is de grootste en stabielste sponsor. Schaatsers kunnen bij de ploeg rekenen op een behoorlijk inkomen. Toch voelde topsprinter Stefan Groothuis er begin 2010 al weinig voor Orie te verlaten voor Kemkers.


Wat zullen andere schaatsers doen aan het einde van dit seizoen, als de sponsors schaars blijken te zijn en TVM zijn sprinttak nieuw leven wenst in te blazen? Weegt een goed salaris op tegen het risico om met Kemkers te werken? Durven ze onder hem te streven naar een wereldtitel, in de wetenschap dat ze wellicht kapot gaan?


Helemaal gerust kan de succesvolste schaatstrainer van Nederland er niet op zijn.


Kramer laat concurrenten kansloos op 1.500 meter


Sven Kramer heeft zijn concurrenten vorige week zand in de ogen gestrooid. Hij beweerde dat hij geen kanshebber zou zijn voor de EK allround, volgende week, en schoof zijn ploeggenoot Jan Blokhuijsen als titelfavoriet naar voren. Maar bij de eerste dag van de EK-kwalificatiewedstrijd bewees de viervoudig kampioen dat hij in elk geval de beste Nederlander is.


Op de 1.500 meter rekende hij met gemak af met zijn tegenstanders, onder wie olympisch kampioen Mark Tuitert. Hij won in 1.47,33. Alleen Koen Verweij kon een beetje in zijn buurt blijven. Blokhuijsen en Wouter Olde Heuvel, die eerder dit jaar nog een wereldbeker 1.500 meter won, moesten meer dan een seconde toegegeven.


'Het is nog allemaal niet super, maar op dit moment is het goed genoeg', zei de Fries.


Kramer begint vandaag met een riante uitgangspositie aan de 5.000 meter. Hij erkende dat de zege in het klassement, dat wordt opgemaakt over twee afstanden, hem nauwelijks kan ontgaan. Hij kan zich opmaken voor een wedstrijd in de openlucht; de kunstijsbaan van Boedapest, waar de EK allround wordt gehouden, heeft geen dak.


Ondanks de goede rit weigerde Kramer de favorietenrol te aanvaarden. Hij is vooral onzeker over de 500 meter, een afstand die hij weinig heeft gereden sinds hij is teruggekeerd van zijn knieblessure. Het is te kort dag om daar nu nog veel aandacht aan te schenken. 'De 500 is nog absoluut niet goed. Maar het komt zoals het komt. We zien het wel.'


Bij de vrouwen plaatsten Ireen Wüst (winnares 1.500 en 3.000 meter), Annouk van der Weijden (7de op 1.500, 2de op 3.000), Diane Valkenburg en Linda de Vries zich voor de EK allround. Wüst reist als favoriete naar het EK allround in Boedapest (6-8 januari). Nederlands kampioene allround Marrit Leenstra greep naast een startbewijs. Zij moet zich voorlopig focussen op de 1.000 en 1.500 meter en over enkele weken strijden voor een WK-ticket.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden