Onder kannibalen

Dinsdag verscheen Hart en Nieren, een briefroman geschreven door twee broers; Jacques en Dick Meerman. Het grootste deel van het boek bestaat uit de correspondentie tussen de broers....

De brieven zijn echt. Er zit geen verhaal in. De gebroeders Meerman filosoferen een beetje over onderwerpen als het weer (droogte in Spanje, overstromingen in Nederland), vrouwen (J. haat zijn feministische vriendin), de dood (en het verbannen daarvan uit de samenleving). Verder gaan de brieven vooral over orgaanvlees (vandaar de titel).

Eigenlijk vinden de broers orgaanvlees een beetje eng, maar dat geven ze niet in zo veel woorden toe. Ze hebben geconstateerd dat het aantal recepten voor dit voedsel in de loop der eeuwen is geslonken. Tijd voor rehabilitatie van milt, long, hart en pens vinden ze, maar tegelijkertijd gruwen ze er een beetje van.

Jee (Jacques) slacht zijn varkens zelf, net als zijn Spaanse buren. Dee (Dick) wil weten wat hij daarbij voelt, maar Jee schrijft niets te voelen. Niet eens de religieuze emotie van de offerpriester, zoals hij eigenlijk zou willen. Wellicht wil hij het gewoon niet zeggen, durft hij niet uit te komen voor gevoelens van angst en sadisme.

Jee is duidelijk de dapperste van de twee. Hij stuurt in elke brief een recept mee. Meestal van lekkernijen als gebakken bloed, gemarineerde rauwe lever en geroosterde schaapskop. 'Dien de halve koppen op en laat ze uitlepelen. Ik zie die donderstenen van je al tevreden schransen, en je kunt natuurlijk een speld horen vallen', schrijft Jee met enige ironie. Hij weet vast wel dat zijn neefjes geen schedels leeglepelen. Het enige recept dat in Nederland wordt nagemaakt, is niertjes in sherry.

Jee is bijna beledigd dat Nederlanders wel zwezerik eten, maar geen testikels, wel lever, maar geen long. De smaken zijn volgens hem vergelijkbaar. Hij vindt het zonde van al dat vlees. Maar als hij zelf zijn eerste varken slacht, maakt het lillende orgaanvlees een te levende indruk op hem. Hij bevriest het en laat de zakken vervolgens onaangebroken in de vriezer van het dorpscafé liggen. Ook zonde. Hij had het orgaanvlees onmiddellijk moeten verwerken tot worsten en patés, maar daartoe ontbrak hem de lust en de juiste soort vrouw.

Jee merkt op dat Spaanse vrouwen de taak hebben bij de varkensslacht het bloed op te vangen en er worst van te maken. Buurmannen die geen vrouw hebben, maken ook geen bloedworst. Voor Jee, met zijn feministische vriendin, dus ook geen bloedworst.

In het begin van het boek is Jee's laatste brief geplaatst. Daarin bekent hij Vicky, die maar niet Spaans wilde worden en maar niet wilde helpen in de worstenmakerij, dood te hebben laten bloeden. Haar lichaam heeft hij in stukken gehakt en bevroren. Uiteindelijk, toen al zijn geld op was, begon hij ervan te eten. Maar de ingewanden liet hij in de vriezer liggen, net als het orgaanvlees van het varken. Vicky smaakte naar varken. Was zij misschien ook een varken? De lezer voelt dat iets niet klopt. Deze laatste brief is duidelijk fictie. De toon is te opgewekt voor zo'n beladen bekentenis. Andere brieven zijn veel serieuzer.

Toch wekt ook het voorwoord de indruk dat het hele boek autobiografisch is. Er wordt stug volgehouden dat Jee zijn vriendin heeft opgepeuzeld, vervolgens is gearresteerd en in een gevangenis te Malaga wordt vastgehouden. 'U weet dat ongetwijfeld uit de pers', staat er uitdagend.

'We zullen zien', dacht ik toen ik het boek uit had en besloot naar het etentje te gaan dat door de uitgever (Atlas) werd gegeven. Daar bleek dat Jacques Meerman speciaal voor de gelegenheid was overgevlogen uit Spanje. Er zat dus niemand in de gevangenis.

Ik nam een echte kannibaal mee naar het etentje, of in elk geval een echte kannibaal in spe: Franz Feigl. Hij is een ook technisch bekwame kunstenaar, van wie tot morgen werk te zien is op het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam. Op een twaalf meter hoog doek was zijn gezicht geprojecteerd. Dat gezicht volgde de bezoekers terwijl ze door de ruimte liepen. Warmtesensoren voelden waar de mensen zich bevonden. De beelden waren door een computer gestuurd.

Ooit heeft dezelfde Feigl met een aantal vrienden en vriendinnen afgesproken dat de eerste van hen die sterft, door de anderen wordt opgegeten. Serieus. Voor Feigl is het een soort liefdesdaad: 'Als ik iemand oppeuzel, moet ik daar wel een speciale verhouding mee hebben', zegt hij. De afspraak geldt nog steeds, maar de anderen houden dat privé. Feigl trad ermee naar buiten in maart 1996, op de tentoonstelling 'Midden in het leven staan wij in de dood' in Arti et Amicitiae, Amsterdam.

Het was een tentoonstelling over alternatieve begrafenissen. Tussen tientallen prachtige urnen en doodskisten stond de eettafel van Feigl. Wit linnen, kristal, borden, bestek en genoeg lege plek in het midden voor een heel groot gerecht. Uitleg werd gegeven in de vorm van een recept; 2 liter olijfolie, 7 bollen knoflook enzovoort. Uiteindelijk werd het lijk gebakken in een zoutkorst, maar het was moeilijk zo ver door te lezen. De koude details maakten me misselijk.

Ik stelde de twee kannibalen aan elkaar voor. Jacques schrok even van mijn uitgemergelde kettingrokende kannibaal met zijn Oostenrijkse accent. Mager is hij, dacht ik, maar wat wil je met zo'n dieet. Al snel zaten de twee echter gezellig te kouten over de wettelijke bepalingen rond het eten van lijken. Jacques wees op de mazen in de wet, waardoor kannibalisme op zichzelf niet eens illegaal is. Van Franz mag het best verboden worden, maar hij is bereid de wet te overtreden om zijn vrienden op te kunnen eten.

Jacques niet, en uiteindelijk moest hij erkennen dat hij geen echte kannibaal is. Niet het hele boek is dus autobiografisch. De brief waarin de feministe wordt opgegeten, is inderdaad bedacht, zoals reeds werd vermoed. Jacques Meerman is Jee niet. Hij zou nooit mens eten, behalve om te overleven. En zijn vrouw woont nog steeds bij hem in Spanje, zegt hij. We moeten hem maar op zijn woord geloven, want ze was niet aanwezig om het te beamen.

De kok van restaurant Saudade (Amsterdam) overlaadde ons met de gebakken levers van verschillende dieren, ingewanden van krab, twee soorten bloedworst, honderden kippenhartjes en maagjes in ganzenvet, gefrituurde kalfshersenen, zwezerik, kalfstong, runderhart en niertjes in sherry. Daarna volgden drie soorten pens. Allemaal orgaanvlees, passend bij het autobiografische deel van het boek.

Feigl was een beetje teleurgesteld dat de ramsballen niet waren opgediend zoals in Oostenrijk: met de zaadbuis er nog aan. Maar verder zat hij te smikkelen. Zijn bleke wangen kregen wat kleur en al snel zat hij geanimeerd te praten met een mooi meisje. Hij was inmiddels vergeten dat ik hem had meegesleept met een heel andere belofte: een gerecht dat hoorde bij het fictieve deel van het boek, een fantasiegerecht dat nooit zou komen: gebakken feministe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden