Reportage

'Onder Ben Ali waren de toeristen veilig'

Duizenden toeristen zijn na de aanslag van vrijdag vertrokken, zelfs uit hotels tot 70 kilometer verderop. Welke toekomst wacht de souvenirverkopers, de taxichauffeurs en de kamermeisjes?

Een vrouw legt zondag in Sousse een tekst bij de plaats waar vrijdag 38 doden en 39 gewonden vielen toen een schutter het vuur opende. Beeld null
Een vrouw legt zondag in Sousse een tekst bij de plaats waar vrijdag 38 doden en 39 gewonden vielen toen een schutter het vuur opende.

Achter het hek van hotel Impérial Marhaba laat watersportinstructeur Hichem een opblaasbare bananenboot leeglopen. Hij neemt een van de jerrycans die in de schaduw van een palmboom liggen en pompt de tank van de jetski's leeg. 'Het is voorbij', zegt hij met een brok in zijn keel. 'Het hotel is gesloten, de toeristen vertrekken. Niemand die weet hoe het nu verder moet.'

De instructeur in rood poloshirt kijkt schichtig om zich heen; eigenlijk mag hij niet met de media praten. Na de aanslag op het Impérial Marhaba, waarbij 38 doden en 39 gewonden vielen, is het vijfsterrenhotel hermetisch afgesloten. De hekken zijn dicht, rond de ligstoelen op het strand hangt een zwart-geel politielint, het personeel heeft een spreekverbod.

Maar in een vluchtig gesprek aan het hek tussen strand en hotel wil Hichem dit toch even kwijt: 'Extremistische gekken heb je overal, maar je moet ze pakken voor ze toeslaan. En dat lukt ons niet in een democratisch systeem.'

Het is een bedenking die in het weekeinde na de aanslag in de Tunesische badstad Sousse voortdurend terugkomt. Duizenden toeristen zijn vertrokken, zelfs uit hotels tot 70 kilometer verderop, en de Tunesiërs blijven radeloos achter. De souvenirverkopers, de taxichauffeurs, de kamermeisjes: ze vragen zich af wat de toekomst zal brengen. En wat de democratie hen nu eigenlijk heeft gebracht.

null Beeld null

Toeristenindustrie

'Onder president Ben Ali was het leven beter', zegt Salah, terwijl hij in een café in het centrum van Sousse stiekem een kop koffie drinkt en een sigaret rookt, de ramadan negerend. Ben Ali regeerde Tunesië 23 jaar als dictator, tot hij in januari 2011 werd afgezet. 'Onder Ben Ali waren er geen problemen voor de toeristen. Wat zijn we opgeschoten met vrijheid en democratie als we geen werk hebben?'

De 48-jarige Salah staat onder aan de ladder in de toeristenindustrie: hij werkt als ronselaar in de medina, waar hij argeloze buitenlanders naar de winkeltjes lokt en commissie krijgt op wat ze kopen. Op goede dagen verdient hij 25 euro, op slechte dagen 10 euro, waarmee hij een gezin met twee kinderen moet onderhouden. In het weekend na de aanslag heeft hij niets verdiend.

Salah ziet de toekomst in Tunesië somber in, maar hij werkt aan een uitweg. Na lang praten blijkt dat hij onlangs getrouwd is met een Oostenrijkse vrouw, in de hoop naar Europa te kunnen komen. Met de boot naar Lampedusa, dat is duur en gevaarlijk en in Europa zijn de grenscontroles uitgebreid. Een huwelijk, ook al moest hij ervoor scheiden van zijn ware levenspartner, ziet hij als zijn laatste kans.

Het is tekenend voor de sfeer in Tunesië: van de aanvankelijke euforie over de jasmijnrevolutie van 2011 is weinig over. Veel Tunesiërs zijn er nog steeds trots op: ze zijn inwoner van het enige land in de Arabische wereld met een democratisch verkozen regering en ze hebben de vrijheid die regering openlijk te bekritiseren. Maar die verworvenhedenen worden overschaduwd door economische problemen.

Supporter van Real Madrid en Islamitische Staat

Een heel gewone Tunesische jongen: dat is, onrustbarend genoeg, het profiel van de 23-jarige Seifeddine Rezgui, de dader van de aanslag op het Impérial Marhaba. Rezgui was afkomstig uit de straatarme provincie Siliana en studeerde aan de universiteit van Kairouan. Volgens zijn familie hield hij van breakdance en Real Madrid, maar op zijn Facebookpagina is te zien hoe hij vorig jaar steeds vaker zijn steun betuigde aan de terreurbeweging Islamitische Staat. Begin dit jaar verdween hij van de sociale media, mogelijk nadat hij werd gerekruteerd.

Sinds de aanslag hebben ruim vijfduizend toeristen Tunesië verlaten en zijn bijna alle reizen geannuleerd. Er zijn opvallende verschillen: terwijl het Belgische Jetair, een dochter van TUI, zijn klanten verplichtte om terug te keren, stuurde het Britse Thomas Cook vrijdagavond nog nieuwe toeristen naar Tunesië. Nederlandse toeristen mochten zelf kiezen. In het getroffen hotel besloot een twintigtal toeristen niet weg te gaan, 'uit solidariteit met het personeel'.

Rekruteren

Het is ook die cocktail van economische achteruitgang en - ironisch genoeg - toegenomen vrijheid die het moslimextremisme in Tunesië aanwakkerde. De eerste postrevolutionaire regering, geleid door de islampartij Ennahda, zwoer bij een zachte aanpak van religieus fanatisme, maar gaf zo ook ruimte aan terreurbewegingen. Zo'n drieduizend Tunesiërs trokken naar Syrië of Libië.

De nieuwe regering treedt veel harder op tegen radicalisering, maar krijgt de terreur niet onder controle. In maart vielen 22 doden bij een aanslag op het Bardo-museum in de hoofdstad Tunis, gepleegd door twee Tunesiërs die in Libië waren getraind. De dader van de aanslag op het hotel in Sousse verheerlijkte op zijn Facebookpagina de terreurbeweging Islamitische Staat.

'Ze rekruteren in de arme wijken', zegt Hassine Dimassi (68). 'De jongeren daar zijn wanhopig. Ze hebben geen werk, geen inkomen, ze kunnen niet trouwen: wat moeten ze doen? Ze vertrekken naar Europa, belanden in de criminaliteit of raken aan de drugs, of ze zoeken hun toevlucht in religieus geweld. Door dat geweld wordt de economie nog meer geschaad. Het is langzamerhand een vicieuze cirkel.'

Dimassi, oud-hoogleraar, is een van de bekendste economen van Tunesië. Hij woont op tien minuten van de plaats van de aanslag, in een welgestelde wijk met ommuurde villa's. Ook hier, in de Tunesische upperclass, twijfelt men aan de democratie. 'Vorige week zei een van de buren: we hebben een militair nodig als president.'

Een man en een vrouw rouwen op de plek van de schietpartij. Beeld null
Een man en een vrouw rouwen op de plek van de schietpartij.

Vrijheid

'Natuurlijk zijn er nog mensen die in de democratie geloven', zegt Dimassi, die als technocraat deel uitmaakte van de eerste overgangsregering maar uit desillusie aftrad. 'Ik wil zelf ook niet terug naar een dictatuur. Maar ik moet toegeven dat ik na zo'n aanslag verscheurd ben. Ik droom van vrijheid en democratie, maar als dat ellende en onveiligheid betekent, dan twijfel ik ook.'

De Tunesische premier Habib Essid heeft zaterdag extra veiligheidsmaatregelen aangekondigd: tachtig ongeregistreerde moskeeën worden gesloten en de stranden krijgen gewapende bewakers. Voor de meeste Tunesiërs kan hij niet hard genoeg optreden. Of zoals zij het nu zeggen: 'Hij moet even streng worden als Ben Ali.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden