Onder apothekers

In de Amsterdamse Vijzelstraat is op nummer 19 een apotheek, Koek, Schaeffer & Van Tijen, die onder die naam pas in 1989 is ontstaan....

KEES FENS

Dat moet een revolutionair jaar zijn geweest, want na meer dan twee eeuwen werd de apotheek voor het eerst verplaatst. Vanaf 1684 was hij op de Herengracht. Angelkot heette de eerste apotheker. Die kreeg in 1688 een zoon, die Harmannus werd genoemd en Angelkot de Jonge heette. Hij erfde in 1713 de zaak van zijn vader, die hem al eerder deelgenoot had gemaakt van zijn liefde voor poëzie en toneel. De apotheker bewoog zich ook in literaire kringen, al weet ik niet wat ik me daarbij moet voorstellen. Hij had ook toneelambities, die echter voor hem door een ander werden gerealiseerd.

Angelkot, die vrijgezel is, raakt in 1715 al of niet poëtisch verliefd op een getrouwde vrouw, Leentje Hoijas. Ze is getrouwd met een zijdekoopman en woont aan de Nes. De zijdekoopman ontdekt alles, blijkt weinig zachtzinnig en zet Angelkot te kijk, zo erg, dat Leentje van hem gaat scheiden. Zij sterft al in 1716. Angelkot trouwt een jaar later en zijn kunstambities raken verstikt in zijn drukke werkzaamheden als apotheker. In 1727 sterft ook hij. Er werd in het verleden meer gestorven dan nu! Zijn enige zoon zal de apotheek voortzetten.

In mei 1714 krijgt Angelkot een leerling uit Kleef in huis. Gerrit Everwijn heet hij. Voor vier jaar, zijn leertijd. Daartoe werd een contract afgesloten. Everwijn blijkt dat al in 1716 te hebben verbroken. Hij gaat in de leer bij een andere apotheker, Harmanus Meurs, die sinds 1696 was gevestigd op de hoek van de Geldersekade en de Stormsteeg. Meurs had geen kinderen. Bij zijn dood in 1719 neemt Everwijn de zaak over. En er volgden in hetzelfde pand talrijke andere apothekers. Nu heet de zaak Apotheek W.H. van der Meulen. Onlangs bestond de apotheek driehonderd jaar. En dat bleef niet onopgemerkt. Maar het mooiste is natuurlijk het nu openbaar geworden "kruisverband" tussen twee heel oude apotheken in Amsterdam.

Waardoor is de liaison tussen Angelkot en Leentje bekend geworden?

In 1715 verscheen, anoniem, een blijspel dat De ontmantelde apotheker, met de gefopte hoorndrager heet. Dat gaat over een apotheker die Rotkeel Geenkuyt heet en die een relatie begint met een vrouw met de naam Lonkoog. (Men moet vanzelf denken aan Sonnevelds beroemde regel: 'Zij kon het lonken niet laten'). En de bedrogen echtgenoot draagt de naam Cornutus en dat is hoorndrager. Het blijspel was een sleutelklucht; op een met de hand geschreven velletje, aan een editie toegevoegd, werd de ware identiteit van de hoofdpersonen onthuld. En zo liet zich een heel klein stukje Amsterdamse geschiedenis, een rimpelingetje in het grachtenwater, meer niet, uitzoeken. En uit de naam van de hoofdfiguur, Geenkuyt, weten we dat Angelkot spillebenen had. De kuitbroek moet hem hebben misstaan. Of zijn voornaam Rotkeel ook een duidelijke beledigende associatie oproept, weet ik niet. Misschien moet men hen tegenover 'Lonkoog' denken.

De klucht is heel fraai in een heel kleine oplage opnieuw uitgegeven door de jubilerende apotheek, de erfgenaam van Everwijn, die in 1716 het huis van de zondaar verliet. En zo kan er, over bijna driehonderd jaar heen, ook nog een kleine concurrentiestrijd zichtbaar worden tussen de Geldersekade en de Vijzelstraat. Het fatsoen heeft altijd het laatste woord. En er wordt nog even teruggepest!

Het blijspel schijnt nooit te zijn opgevoerd. Dat was ook niet de moeite waard, want een geniaal bedenker van een plot was de onbekende auteur niet. Als achter elke onbekende auteur is er wel een vermoedelijke schrijver: een boekverkoper, Hendrik van Gaere geheten. Blijkens de lange opdracht met vele citaten wilde hij laten zien dat hij zelf ook boeken las. Ik denk dat hij het stuk gewoon uit wraak heeft geschreven, een pestspel, en spot met een apotheker was nooit weg. Bij mijn weten behoren ze met advocaten en notarissen tot de meest voorkomende figuren in blijspelen en kluchten, in karikaturen ook. Maar wellicht heeft hij ook echt gemeend een literaire prestatie te leveren. En dan verdient hij ons medeleven.

Misschien overkomt het alleen de mindere literatuur: ze wordt boeiend wanneer de anekdotische achterkant ervan zichtbaar wordt gemaakt. Even gaan een paar gordijnen van wat deftige Amsterdamse huizen opzij. Het is mooi dat de klucht herdrukt is, maar het 'Nawoord', geschreven door Els Wijnne-van Wageningen en Paul Dijstelberge, vond ik toch het meest boeiend. En niet zonder een lichte genegenheid voor Leentje Hoijas sloot ik het boekje. Na haar scheiding ging ze wonen in de Weteringdwarsstraat. En dat was vlak bij Angelkot, de apotheker, die haar wellicht toch heeft vergiftigd met zijn minnedrank. Ze moet ongeneeslijk zijn geweest. Er was geen kruid tegen gewassen. Ze stierf heel jong. De grachten vormen ook een gordel van smarten. De zijdekoopman heeft gewonnen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden