'Ondanks negatieve voorspellingen weinig zorgen over pensioen'

Burgers gaan er nog altijd bijna voetstoots van uit dat de overheid in de toekomst garant staat voor een onbezorgde oude dag. Dat blijkt uit een onderzoek van verzekeraar Aegon onder inwoners van vijftien landen, waaronder Nederland.

Verkoopster op Engelse plantenbeurs. 32 procent van de mensen wil na het pensioen blijven werken als aanvulling op het inkomen. Beeld AFP
Verkoopster op Engelse plantenbeurs. 32 procent van de mensen wil na het pensioen blijven werken als aanvulling op het inkomen.Beeld AFP

In het rapport A Retirement Wake up Call, waarvan deze week de inmiddels vijfde editie werd gepubliceerd, wordt geconcludeerd dat 'werkenden zich nauwelijks voorbereiden op hun toekomstige pensioen'. Sinds de eerste publicatie in 2012 is er wat dat betreft weinig vooruitgang geboekt. Vergeleken met vijf jaar geleden is het aantal mensen dat zich persoonlijk verantwoordelijk voelt voor zijn toekomstige pensioen zelfs met 2,8 procent gedaald.

Mike Mansfield, manager retirement research, noemt het zorgelijk dat ondanks de hoogoplopende debatten over de betaalbaarheid van de oudedagsvoorziening mensen daar zo weinig mee bezig zijn. Dat geldt met name voor jongeren. Pas bij het verstrijken van de jaren worden mensen volgens hem wat realistischer. 'Jonge mensen verwachten eerder met pensioen te gaan dan ouderen. Mensen boven de 55 jaar denken gemiddeld dat ze met 65 jaar kunnen stoppen met werken, jongeren van onder de 25 jaar denken dat ze al op hun 60ste met pensioen kunnen, terwijl volgens alle demografische gegevens juist in de toekomst veel langer zal moeten worden gewerkt.'

Mansfield wijst erop dat na de pensionering het inkomen uit drie bronnen kan komen: overheid (een omslagstelsel zoals de aow), werkgevers (kapitaaldekkingsstelsel zoals pensioenfondsen) en werknemers (individuele potjes). Veel te veel mensen denken dat de overheid alleen dat ook in de toekomst kan opbrengen. In zes van de vijftien landen denkt de helft van de mensen dat de overheid zal zorgen voor een adequaat pensioen en dat ze zelf weinig opzij hoeven te leggen. In Spanje is dat zelfs 64 procent. Nederland (41 procent), Australië (39 procent) en India (25 procent) zitten onder dat gemiddelde.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Verontrustend

De onderzoekers vinden het verontrustend dat in sommige landen de (voorgenomen) verhoging van de pensioenleeftijd wordt teruggedraaid. Dat is bijvoorbeeld gebeurd in Frankrijk, waar een verhoging van 60 naar 62 jaar niet doorging. Ook in Canada wordt over verlaging van de pensioenleeftijd gesproken. 'Duidelijk is dat regeringen noch individuele burgers voldoende anticiperen op de financiële gevolgen van hun pensionering, zowel wat betreft het regelen van een voldoende hoge uitkering als het verhogen van de pensioenleeftijd', aldus Mansfield. Hij geeft overigens Nederland een compliment, waar de regering wel voldoende draagvlak heeft kunnen vinden voor een verhoging van 65 naar 67 jaar.

Het verplicht deelnemen aan pensioenfondsen via werkgevers is volgens de onderzoekers 'ontzettend belangrijk' om voldoende pensioeninkomen op te bouwen. 'Als het aan de mensen zelf wordt overgelaten, zullen ze vaak veel te laat en veel te langzaam iets voor de toekomst gaan plannen.'

Opvallend is dat in Nederland de steun voor het verplichte pensioenstelsel afbrokkelt. Slechts 49 procent van de Nederlanders wil 6 procent van zijn salaris afstaan via verplichte deelname aan een pensioenfonds. En nog maar 44 procent 8 procent. Verplichte pensioenschema's krijgen juist massale steun in landen waar ze er niet of bijna niet zijn. In India en Brazilië zijn respectievelijk 84 en 81 procent van de inwoners bereid verplicht 6 of zelfs 8 procent van hun salaris opzij te zetten voor hun pensioen.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Sparen niet populair

Zelf sparen is in Nederland ook niet populair. In de vijftien onderzochte landen zegt 6 procent helemaal geen geld voor later opzij te leggen. In Nederland is dat bijna twee keer zo hoog: 11 procent.

Als wordt gevraagd wat mensen na hun pensioen willen gaan doen, zegt 60 procent 'reizen'. 55 procent wil na de pensionering meer tijd besteden aan vrienden en familie en 25 procent wil vrijwilligerswerk gaan doen. Slechts 15 procent wil blijven werken. Bij de laatste groep geeft geld niet de doorslag: 57 procent wil blijven werken om de hersenen actief te houden, 37 procent omdat ze hun werk leuk vinden en 32 procent als aanvulling op het inkomen.

De onderzoekers constateren ook dat mensen te optimistische verwachtingen koesteren over hun gezondheid tijdens hun pensioenjaren. Nog geen 20 procent is daar pessimistisch of zeer pessimistisch over. De overgrote meerderheid is heel optimistisch, terwijl uit onderzoeken blijkt dat 69 procent van de mensen die 90 jaar worden met een handicap moet leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden