Ondanks alles een gelukkig volk

Eigenlijk heeft de gemiddelde Nederlander niet zo veel te klagen. Velen kregen het beter. Maar het onbehagen over de criminaliteit en de wachtlijsten in de zorg is groot....

Dit staat in het vandaag verschenen rapport De sociale staat van Nederland, een tweejaarlijkse publicatie (opvolger van de vroegere Sociale en Culturele verkenningen) waarin het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de temperatuur opneemt van het nationaal welbevinden.

In economisch opzicht ging het tot voor kort goed tot heel goed. Gedurende de tweede helft van de jaren negentig steeg de gemiddelde koopkracht met 8 procent. In 2001 deed zich nog een versterkte groei voor. Tegelijk, suggereert het SCP, nam de ontevredenheid over het loon toe, zodat er een verband wordt gelegd tussen de materiële overvloed en het politieke onbehagen uit de periode-Fortuyn.

Anders dan men wellicht zou verwachten, is in de meest recente periode de inkomensongelijkheid niet toegenomen. Het percentage huishoudens met een laag inkomen daalde van 15 procent in 1995 tot ongeveer 10 procent in 2002. Ook in internationaal perspectief blijft Nederland een zeer genivelleerde natie.

Niet iedereen profiteerde evenwel van de toegenomen welvaart. Arbeidsongeschikten bleven achter als gevolg van de versobering van de WAO. Vanaf het voorjaar 2002 is de economische situatie verslechterd. Sindsdien is de werkloosheid met 40 procent toegenomen, het meest onder jongeren, vrouwen, laagopgeleiden en allochtonen. Eind 2001 telde Nederland bijna anderhalf miljoen mensen met een WAO-, werkloosheids- of bijstandsuitkering.

Van hen zouden vierhonderdduizend nog een kans maken weer aan het werk te komen. Het rapport is uitgesproken sceptisch over de kansen om niet-actieven weer aan het werk te krijgen door uitkeringen te verlagen: de meesten zouden dolgraag weer aan het werk willen, ook als ze daar financieel niets mee opschieten.

Meer in het algemeen is het SCP kritisch over de rol van de overheid. 'Het beleid is niet erg succesvol, als het gaat om hardnekkige maatschappelijke vraagstukken en politiek gevoelige problemen.'

Een van die vraagstukken is de criminaliteit; altijd al de inzet van politieke interpretatiestrijd. Het aantal geregistreerde misdrijven bleef de afgelopen tien jaar redelijk stabiel. Daarvan steeg het aantal geweldsmisdrijven echter sinds begin jaren negentig met 60 procent, hetgeen verklaart waarom veel mensen het gevoel hebben dat de misdaad in zijn geheel spectaculair toeneemt.

Ook in de internationale vergelijking blaast Nederland zijn deuntje mee. Jaarlijks is een kwart van de bevolking slachtoffer van criminaliteit. Daarmee hoort Nederland met Australië, Engeland en Zweden tot de landen met het hoogste criminaliteitsniveau. Nederland daalt iets, maar niet spectaculair, wanneer fietsendiefstal buiten beschouwing wordt gelaten. Het SCP concludeert dat 'de meest gevoelige criminaliteitstrends zich nog steeds in de verkeerde richting bewegen'. Recentelijk gesloten prestatiecontracten bij politie en justitie worden afgedaan als 'manipuleerbare afrekencontracten'.

Ook de knelpunten in de zorg zijn allerminst opgelost, eerder verschoven. De levensverwachting is de laatste tien jaar toegenomen van 80,1 naar 80,6 jaar bij vrouwen en van 73,9 naar 75,6 jaar bij mannen. Tegelijkertijd zijn de gezondheidsverschillen toegenomen tussen hoge en lage inkomensgroepen, wellicht in verband met de toegankelijkheid (wachtlijsten) van de zorg.

Het aantal bezette arbeidsplaatsen in de zorg is over de hele linie weliswaar toegenomen, met uitzondering van de verzorgingshuizen. Maar de wachtlijstentoestand is nauwelijks verbeterd. De instroom van nieuw verplegend personeel is net voldoende om de uitstroom te compenseren, maar niet voldoende om aan de verwachte toekomstige vraag te voldoen. Daar komt nog een hoog ziekteverzuim in de sector bij.

Van de patiënten op de wachtlijst vraagt 44 procent een plaats in een verzorgingshuis. Bijna evenveel mensen wachten op thuiszorg. De gemiddelde wachttijd voor huishoudelijke hulp is een halfjaar. SCP-conclusie: de wachttijden zijn bij alle zorgsoorten nog steeds aanzienlijk.

De overheid krijgt in het algemeen een slecht rapport in 2002. Over het prijsbeleid was nog maar 14 procent teveden, in verband met de invoering van de euro. Verder werd er gemord over de leefbaarheid in de grote steden (17 procent tevreden), de ordehandhaving (13 procent), het milieu (28 procent) en de opvang van buitenlanders (24 procent).

Migratie bleef een heikel onderwerp. Van de respondenten wilde 60 procent zich niet uitlaten over de eigen opvattingen over buitenlanders. Vaststaat evenwel dat het oordeel de laatste jaren negatiever is geworden, aldus het SCP. In 1995 vond 50 procent dat buitenlanders zich meer moesten inspannen om Nederlands te leren. In 2002 was dat getal 67 procent.

Het percentage mensen dat de eigen houding tegenover buitenlanders als positief karakteriseert, daalde van 29 procent in 1995 tot 17 in 2002. Toch wil 80 procent van de bevolking een soepele regeling voor politieke vluchtelingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden