Oncomfortabel bezit

Het beeld 'Madonna' van kunstenaar Roy Villevoye markeert de nieuwe koers van het Tropenmuseum: hedendaagse kunst krijgt een grotere rol. 'We willen niet alleen naar binnen kijken.'

Daar staan ze: een zwarte man met een witte baby in zijn handen, in een nis in een van de zalen van het Tropenmuseum in Amsterdam. Je zou er bijna aan voorbij lopen, maar heb je ze eenmaal in het vizier, dan móet je er naartoe, zo dwingend vragen ze je aandacht. Wie zouden het zijn? Waar komen ze vandaan? Wat moet die zwarte man met die witte baby? Hoort het niet andersom te zijn: witte man met zwarte baby, zoals we het kennen uit de wereld van Foster Parents? Waarom staat dit beeld hier? Wat wil het vertellen? En waarom voel je je zo ongemakkelijk, eenmaal dichtbij?


Een hoofd vol vragen, en ze worden niet beantwoord. Niet meteen. Er hangt geen verklarend bordje bij het beeld - zo normaal in een volkenkundig museum. Even verderop, in een display, staat een foldertje. 'Lees dit (nog) niet', staat er op.


Madonna (After Omomá and Céline) is een sculptuur van de Nederlandse beeldend kunstenaar Roy Villevoye. Het is een van de recente aankopen waarmee het Tropenmuseum de overgang wil maken van etnografisch museum naar een 'museum voor internationale cultuur' - een museum waarin kunst een belangrijke rol moet gaan spelen.


Anke Bangma, sinds 1 januari conservator moderne kunst van het Tropenmuseum, noemt het beeld 'een oncomfortabel bezit'. Ze kende het, had het al in 2008 gezien in Museum Boijmans Van Beuningen. 'Daar riep het beeld ook vragen op over hoe blank en zwart zich tot elkaar verhouden. Maar hier - omgeven door duizenden etnografische objecten die in de afgelopen honderdvijftig jaar zijn verzameld, en door bijna identieke gipsen beelden waarmee we vroeger lieten zien: dit is een Indiaan, dit een Papoea - levert het beeld ook commentaar op wat wij als museum in oorsprong zijn: een koloniaal instituut. Terwijl we daar juist van proberen los te komen. In de toekomst willen we als museum de gelijkwaardigheid van verschillende culturen benadrukken, niet de verschillen.'


Nieuwe identiteit

Volkenkundige musea zijn al een aantal jaar op zoek naar een nieuwe identiteit. Ze willen aansluiting vinden bij het heden, niet slechts het verleden tonen. Het Afrikamuseum in Nijmegen koopt werk aan van hedendaagse Afrikaanse kunstenaars, als aanvulling op de etnografische collectie. Het Volkenkundig Museum in Leiden liet hedendaagse kunstenaars uit Afrika, Suriname en China werk maken voor buiten het gebouw, reflecterend op de rol van het museum. En het Tropenmuseum in Amsterdam?


Anke Bangma is even stil. Genoeg voorbeelden van wat collega's vóór haar komst hebben gedaan om vorm te geven aan die nieuwe identiteit. Er werden solotentoonstellingen georganiseerd van de Indonesische Heri Dono en de Mexicaanse Betseba Romero. De conservatoren van de diverse 'werelddelen' kochten werk aan van hedendaagse kunstenaars. Meest recent was de tentoonstelling Rood, waarin werd geëxperimenteerd met het vermengen van kunstwerken en etnografische voorwerpen. Het resultaat was een bonte verzameling heupdoeken, maskers en voorouderpalen, schouder aan schouder met een foto van Inez van Lamsweerde, een schilderij van Constant, van Anish Kapoor, van Rembrandt en de Sofa Bocca van Salvador Dalí. Voor de bezoekers was het gissen naar wat de objecten en kunstwerken met elkaar verbond; meer dan de kleur leek het niet.


'We zijn nog zoekend', zegt Bangma. 'Een paar jaar geleden heeft het Tropenmuseum gezegd: hedendaagse kunst moet een belangrijke rol krijgen. Maar een samenhangende visie op welke kunst en welke kunstenaars hier thuishoren, ontbreekt. Tot vijftien jaar geleden was er een strikte scheiding tussen musea voor moderne kunst en volkenkundige musea. Zij deden de westerse kunst, wij de niet-westerse. Toen konden we volstaan met: deze kunstenaar komt uit Indonesië, en daarom past hij bij ons. Of: dit werk uit Afrika blijft in de internationale kunstwereld onderbelicht, en daarom tonen wij het. Nu die scheiding minder strikt is, en in de white cubes óók kunst van over de hele wereld wordt tentoongesteld, moet je je als volkenkundig museum afvragen: waarom hangt dit werk hier? Wat willen wij er mee zeggen? Het wordt een van mijn taken om daarover na te denken. Uitgangspunt is: we zijn geen kunstmuseum, we zijn een museum voor cultuur en cultuurgeschiedenis. Kunst die gaat over kunst hoort hier niet thuis. Kunst die vragen stelt over cultuur en over de samenleving, wel.'


Beeldvorming met een angel

Carter and Mohammed, uit de serie Cairo Street Workers van de Egyptische kunstenaar Osama Esid, aangekocht in 2009: dat vindt Bangma een goed voorbeeld van kunst geschikt voor het Tropenmuseum. 'Omdat hij het westerse beeld van arabieren op zijn kant zet. Dit werk is een ironische verwijzing naar de oriëntalistische studiofotografie, en slaat zo een brug naar onze historische fotocollectie.'


Van geheel andere orde is het werk van Pablo Helguera, een Mexicaanse kunstenaar die woont in New York en die bezig is met het aanleggen van een archief van verdwijnende Latijns-Amerikaanse talen. 'Hij gebruikt daarvoor de in onbruik geraakte wascilindertechnologie, waarmee hij verhalen en stemmen opneemt, en hij stelt alleen die wascilinders tentoon, als zwijgende objecten. Er is wel degelijk een taal op bewaard, je kunt die alleen niet horen. Dat maakt het verlies invoelbaar.' Bangma stelde bij haar sollicitatie voor dit werk te combineren met ander werk over taal en meertaligheid. 'Zo zou ik graag willen werken: een aantal kunstenaars samenbrengen rond een thema.'


Bleek bij haar aantreden dat het Tropenmuseum beschikt over koloniale geluidsarchieven, óók op wascilinders, met stemmen waarvan men rond de vorige eeuwwisseling dacht dat ze zouden verdwijnen. 'Die zou ik graag ook bij de tentoonstelling betrekken. Zodat er een link wordt gelegd tussen de collectie van het museum, en hedendaagse kunst.'


En Madonna van Villevoye? Past die in het Tropenmuseum van de toekomst? Bangma: 'Hoe langer ik er naar kijk, hoe blijer ik ben. Omdat het heel veel reacties oproept. Niet elk werk is zo sterk dat het in deze context zo'n spanning met zich meebrengt.'


Toch wil Bangma Roy Villevoye nog een keer vragen of hij het goed vindt dat in de zaal waar Madonna staat, een oud gipsen beeld van een Indonesiër wordt geplaatst - met tekstbord. 'Dan kan de bezoeker zien dat Villevoyes sculptuur refereert aan een oude traditie: met wasfiguren tonen hoe andere mensen leefden.'


En zo komen we toch bij het verhaal achter Madonna (After Omomá and Céline). Villevoye maakte het in 2008, voor zijn overzichtstentoonstelling Detours in Museum Boijmans Van Beuningen. Na twintig jaar foto's, films en installaties te hebben gemaakt, geïnspireerd op zijn reizen naar de Asmat in Papoea-Nieuw-Guinea, zocht hij naar een beeld dat in echtheid al het voorgaande overtrof, dat de mensen die hij daar ontmoet had, het allerdichtst kon naderen. Het werd een sculptuur van zijn vriend Omomá samen met Villevoyes dochter Céline als baby.


Risico's

Je zou het beeld als strikt persoonlijk kunnen zien: als een bezegeling van de vriendschap tussen Roy Villevoye en Omomá - die zijn kinderen Roy en Fransje noemde, naar Villevoye en zijn vrouw Fransje Killaars, en in ruil daarvoor hun baby in handen krijgt.


Je zou het ook in een breder perspectief kunnen zien: als een verbeelding van de geschiedenis van Nederland en Nieuw-Guinea - maar dan in een omgekeerde verhouding. Je zou er zelfs het geloof op kunnen loslaten: waarom heet het beeld Madonna en is de Mariafiguur hier een zwarte man?


'Alle vragen die het beeld bij je oproept, zijn goed', zegt Roy Villevoye in zijn atelier in Amsterdam, 'want dat is wat kunst hoort te doen.'


Hij zou het om die reden 'verschrikkelijk' vinden als naast zijn beeld in dezelfde ruimte een traditioneel wasfiguur zou worden geplaatst. 'Dan kun je Madonna net zo goed meteen in de Papoeazaal neerzetten. Dit werk moet kunnen doen wat het in een museum voor hedendaagse kunst ook doet: dat je, als je er voor staat, denkt: heb ik dit goed gezien? En wat moet ik er mee?'


Waarom dan dit beeld aan het Tropenmuseum verkocht? 'Ik voel me heel erg op mijn gemak in de hedendaagse kunst, maar alle ruimte die ik erbij kan nemen, alle plekken waar de grenzen van de kunst zich laten oprekken, interesseren me. Er zitten risico's aan, maar dat is voor mij het avontuur. Er kan met dit beeld in deze omgeving heel veel misgaan. Het kan zomaar verdwijnen in die heterogene collectie etnografica. Dus toen het Tropenmuseum me benaderde, eigenlijk voor een ander beeld, heb ik gezegd: ik heb iets voor je, iets dat heel spannend kan zijn - maar alleen als het op zichzelf kan staan. Ik wil er geen verhaal bij.'


Wordt hedendaagse kunst minder als kunst beleefd als het in een volkenkundig museum staat? 'Ja', zegt Anke Bangma en zegt ook Roy Villevoye. Maar waar Bangma het een voordeel vindt dat de hedendaagse kunst in haar museum reageert op de bestaande collectie en er een verbinding mee aangaat, zo zegt Villevoye: 'Zet een hek om die koloniale geschiedenis, leg uit hoe het is gegaan, en plaats daarnaast een museum dat gaat over hoe de wereld er nu uitziet, met verhalen van kunstenaars die die wereld proberen te begrijpen.'


Zo ver zal het Tropenmuseum niet gaan. Hoe breed uitwaaierend de ideeën voor de toekomst ook zijn - wel of geen permanente expositie, solotentoonstellingen en thematische groepstentoonstellingen, speciaal voor het museum gemaakt werk - volgens Anke Bangma is het goed vast te houden aan 'de zelfkritische attitude ten aanzien van de koloniale geschiedenis'. Anderzijds: 'We moeten daar ook overheen kunnen stappen, zodat we niet alleen naar binnen kijken, maar ook naar buiten. Het Tropenmuseum kan bij uitstek een platform zijn waarop we kunnen nadenken over de wereld waarin we willen samenleven.'


Grote kans dat het Tropenmuseum over een paar jaar geen Tropenmuseum heet - dat dan weer wel.


Met Carter and Mohammed, aangekocht door het Tropenmuseum in 2009, geeft fotograaf Osama Esid een ironisch commentaar op de oriëntalistische studiofotografie . De personen symboliseerden 'typen' uit het Midden-Oosten, zoals Europeanen zich die voorstelden.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden