Oncoloog weet vaak niet wat patiënt slikt

Een vrouw met borstkanker wordt depressief en krijgt van haar huisarts Seroxat. Haar oncoloog weet van niets en behandelt haar met het kankermedicijn Tamoxifen. Maar het meest voorgeschreven antidepressivum gaat niet samen met het meest gebruikte middel tegen borstkanker: de werking van het kankermiddel vermindert erdoor.

ROTTERDAM - Een man met darmkanker slikt vanwege hartklachten bloedverdunners. Door de chemokuur die hij krijgt, kan het medicijn tegen de bloedstolling onbetrouwbaar worden, met een inwendige bloeding als mogelijk gevolg.


Het zijn medicijncombinaties die een waarschuwingskleur hebben gekregen in het boekje dat Nederlandse oncologen, farmacologen en ziekenhuisapothekers sinds kort tot hun beschikking hebben. Het bevat een overzicht van de bekendste wisselwerkingen tussen kankermedicijnen en andere geneesmiddelen. Tot nu toe was onbekend hoe vaak dat boekje nodig is.


Schrikbarend vaak, signaleren onderzoekers deze week op een congres. Ziekenhuisapotheker en klinisch onderzoeker Roelof van Leeuwen (Erasmus MC) bestudeerde de gegevens van 900 kankerpatiënten die kankermedicijnen in tabletvorm slikken. Eerder keek hij naar patiënten die chemokuren via een infuus krijgen. De helft van de patiënten blijkt geneesmiddelen te gebruiken die het effect van die behandeling mogelijk beïnvloeden.


Gevaarlijke wisselwerkingen kunnen worden omzeild, bijvoorbeeld door de dosis van het kankergeneesmiddel aan te passen of een medicijn te kiezen dat wél met de chemotherapie samen gaat. Maar dan moet de oncoloog weten wat de patiënt nog meer slikt. En daar gaat het vaak mis, zegt klinisch farmacoloog Frank Jansman, ziekenhuisapotheker in het Deventer Ziekenhuis en voorzitter van de werkgroep die de interacties in kaart bracht.


Patiënten weten vaak niet precies welke medicijnen ze gebruiken, dus is het voor oncologen lastig om van hen een sluitend overzicht te krijgen. Dan wreekt zich dat de medicatiebewaking niet waterdicht is.


Als een patiënt van de uroloog en de cardioloog in hetzelfde ziekenhuis een ongewenste combinatie van medicijnen krijgt, gaat in het registratiesysteem van de ziekenhuisapotheker een alarmbel af. Maar de kankermedicijnen zijn nog niet altijd in dat systeem opgenomen, zegt Ron Mathijssen, internist-oncoloog en klinisch farmacoloog in het Erasmus MC.


De apotheken buiten het ziekenhuis zijn vaak niet gekoppeld aan het ziekenhuissysteem, waardoor het antidepressivum dat via de huisarts komt of het antibioticum dat de dienstapotheek meegeeft niet automatisch bij de ziekenhuisapotheker bekend is. Voor academische ziekenhuizen is het probleem mogelijk nog groter omdat daar patiënten komen uit verschillende regio's, zegt Mathijssen. 'Zij krijgen van een specialist in het plaatselijke ziekenhuis medicijnen en komen bij ons voor de chemokuur.' Nu controleert de ziekenhuisapotheker handmatig of patiënten chemotherapie krijgen die niet samengaat met andere medicijnen, zegt Jansman. Een centraal systeem is hard nodig, vinden de onderzoekers.


Voedingssupplementen

Eén probleem blijft dan onbelicht: de wisselwerking met kruidenmiddelen en voedingssupplementen van de drogist. Eenderde van de kankerpatiënten in Europa gebruikt alternatieve middelen, blijkt uit onderzoek, vaak om bijverschijnselen als vermoeidheid of angst tegen te gaan. Ze denken dat die middeltjes onschuldig zijn, zegt Mathijssen, maar een waarschuwing is ook daar op zijn plaats.


Voor zijn proefschrift deed hij onder meer onderzoek naar medicatie-interacties in de oncologie, bijvoorbeeld bij het gebruik van Sint-janskruid. Hij ontdekte dat door dat kruid de concentratie van een bepaald kankermiddel in het bloed met 40 procent afneemt waardoor de behandeling minder effectief wordt. Oncologen moeten patiënten daarom specifiek vragen naar het gebruik van alternatieve medicijnen, vindt hij. En patiënten moeten dat melden. Van Leeuwen denkt alleen dat patiënten er niet altijd voor uitkomen: ze weten dat artsen het gebruik van alternatieve middelen vaak afwijzen.


Het boekje met wisselwerkingen is nog niet compleet. De informatie uit de wetenschappelijke literatuur is in kaart gebracht, zegt Jansman, maar er komen medicijnen bij én er worden nieuwe gegevens bekend over bijwerkingen. De landelijke werkgroep blijft daarom voorlopig vergaderen.


In de lever gaat het mis

De wisselwerking met kankermedicijnen vindt vooral plaats in de lever, legt ziekenhuisapotheker Van Leeuwen uit. Daar worden geneesmiddelen met behulp van enzymen afgebroken. 'De werking van die leverenzymen kan door medicijnen worden versterkt of afgeremd. Daardoor blijft een kankermiddel te lang in het bloed of verdwijnt het te snel uit het lichaam, waardoor het niet effectief genoeg is.'


Nu steeds meer chemomedicatie in pilvorm wordt toegediend, kan ook het gebruik van maagzuurremmers risico opleveren. 'De kankerpil valt in de maag uiteen in zetmeel, dat oplost en in het bloed wordt opgenomen. Hoe minder zuur in de maag, hoe slechter de pil wordt opgenomen.' Met de 2,7 miljoen gebruikers van maagzuurremmers is dat een reëel probleem.


Andersom kan ook: antistollingsmiddelen kunnen door gelijktijdig gebruik met chemotherapie sterker werken waardoor het bloed opeens veel te dun kan worden.


Informatie: www.erasmusmc.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden