Onbruikbare tips en peperdure namaak

Wat is de functie van een interieurtijdschrift? Moet het de lezer nauwgezet uitleggen dat de muren een lavendelsausje behoeven, dat plastic vloerbedekking passé is en de tuinkamer onmisbaar?...

Het Britse interieurtijdschrift bestaat twintig jaar en markeert dat met een een verjaarsnummer. Beroemde kunstenaars en inrichters krijgen ruim baan om schitterende foto's van hun uitverkoren omgeving te laten zien. Zoals altijd bij Interiors staat er weinig tekst in en domineert het beeld.

Paloma Picasso toont Muséum National d'Histoire Naturelle, het natuur-historisch museum in Parijs. Het negentiende-eeuwse gebouw is onlangs gemoderniseerd en het resultaat ziet er spectaculair uit. In een metershoge hal staat een groep dieren uit de savanne. Ze zijn zo speels neergezet dat het lijkt of ze ieder moment kunnen gaan wandelen.

Daniel Libeskind, de oud pianist die verantwoordelijk is voor de uitbouw van het Joods Museum in Berlijn, kiest een detail uit een schilderij van Da Vinci. Robin Day, een ontwerper, brengt een bezoek aan Lapland en laat beelden zien van verlaten sneeuwlandschappen en bouwvallige huizen waar meterslange ijspegels wegsmelten.

Alle foto's zijn even indrukwekkend. Eén vakantie in zo'n landschap en je hoeft nooit meer weg. Als je zelf het Parijse museum bezoekt, zal het nooit zo mooi zijn als door de ogen van Picasso. Al was het alleen maar omdat er in haar museum geen mensen aanwezig zijn. Dat is precies de kille afstandelijkheid die Interiors altijd kenmerkt.

Het blad werd in 1981 opgericht door Min Hogg. Op een kamertje met drie medewerkers en drie pennen, zoals ze het zelf omschrijft. Al snel werd het blad overgenomen door tijdschriftengigant Condé Nast. Daarom is de twintigste verjaardag niet op de dag dat het blad twintig jaar bestaat, maar dat het twintig jaar eigendom is van Condé Nast. Een kniesoor die daarop let.

Anders dan bladen als VT-wonen, lijkt Interiors nauwelijks geinteresseerd in de lezer. VT-wonen neemt de lezeres bij de hand en legt haar uit hoe zij haar Vinexmislukking kan omtoveren tot een ruim paleis. Interiors houdt niet van lezers, Interiors houdt alleen van zichzelf. Het is het type tijdschrift dat uitstraalt dat je blij mag zijn dat jij het mag lezen. Interiors toont huizen, stoffen en gebouwen in al hun glorie. Bizarre gebouwen zoals stallen, schuren en verlaten boerderijen zijn favoriet. Stevige, stoffige en engiszins in verval geraakte gebouwen zijn door Interiors ontdekt als inspiratiebron voor het interieur. Dat is later door veel andere tijdschriften overgenomen.

Het is duidelijk dat de doorsnee lezer het getoonde nooit zal kunnen betalen en waarschijnlijk ook de flair ontbeert om zo autonoom een huis in te richten. Modes zijn in Interiors nauwelijks belangrijk, elke reportage is een statement: zo kan het ook als je lef hebt.

Onder druk van de uitgever zijn er een paar lezersvriendelijke rubrieken opgenomen, zoals Antennae waarin nieuwe hebbedingen zijn opgenomen. En Inspiration, verreweg de leukste rubriek. Daarin krijgen de lezers tips hoe zij kunnen komen aan spullen die in het nummer zijn getoond, maar dan namaak. Verwacht geen goekope waar. Het is wel namaak, maar imitatie van onbetaalbaar: een koffiemok van vijftig euro; een rieten mand voor brandhout: tachtig euro, en een kleedje voor tienduizend euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden