ANALYSEEindrapport

Onbevredigend eindrapport over buitenlandse inmenging bij salafistische organisaties in Nederland

Salafistische organisaties in Nederland staan onder invloed van buitenlandse geldschieters, concludeerde een Kamercommissie. Maar een eenduidig antwoord over wat tegen die inmenging te doen, bleef uit in het eindrapport. 

De moskee van de omstreden salafistische organisatie alFitrah in Utrecht Overvecht. Beeld Novum RegioFoto

Het salafisme, een zeer streng islamitische stroming, heeft in Nederland steeds meer voet aan de grond gekregen dankzij inmenging van buitenlandse geldschieters, constateert de parlementaire ondervragingscommissie die hier in februari onderzoek naar deed. Toen werden negentien ‘deskundigen’ door de commissie onder ede verhoord over hun ervaring met onder meer buitenlandse geldschieters aan moskeeën. Duidelijk is geworden dat er vaak sprake is van een bewuste financiële strategie die erop is gericht bepaalde belangen en invloeden te verhullen.

Het eindrapport dat donderdag is gepresenteerd door commissievoorzitter Michel Rog (CDA) spreekt van façadepolitiek: sommige organisaties laten naar buiten toe een vrijzinniger versie van zichzelf zien, die niet overeenkomt met de soms antidemocratische en anti-integratieve boodschappen die binnen de muren worden gepredikt.

Daarmee geeft het verslag op zich antwoord op de eerste grote onderzoeksvraag van de commissie: Hoe worden maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland, zoals moskeeën, beïnvloed vanuit onvrije landen? Maar veel nieuws heeft het antwoord niet te bieden. In verschillende media en verslagen van inlichtingen- en veiligheidsdiensten worden de praktijken al jaren beschreven. 

Grondwet

Spannender leek daarom het antwoord te worden op de tweede onderzoeksvraag: Welke effectieve maatregelen kan Nederland nemen om deze invloed te doorbreken? En juist daar, zo bleek donderdag, brandt deze parlementaire commissie zijn vingers toch maar liever niet aan. De spanning zit erin dat wie dit probleem wil aanpakken, al snel zijn neus stoot tegen de grondwet. Principes van vrijheid en gelijkheid mogen in Nederland vooralsnog worden gebruikt om onvrijheid en ongelijkheid te prediken.

In het eindverslag van de parlementaire commissie wordt zonder oordeel of analyse opgesomd welke suggesties voor oplossingen er tijdens de verhoren door de achttien getuigen zijn genoemd. De commissie verdeelt ze in categorieën, van ‘maatregelen gericht op vergroting van toezicht’ tot ‘diverse verboden’. Van welke aanpak het meeste heil te verwachten valt, welke maatregel het best uitvoerbaar of het meest wenselijk is: de commissie doet er geen enkele uitspraak over.

Vaststaat dat veel van de gesuggereerde oplossingen ook verstrekkende gevolgen zouden hebben voor organisaties die niet op salafistische leest zijn geschoeid. Want als wordt vastgehouden aan het principe van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ – en dat ligt in de Nederlandse rechtsstaat voor de hand – dan zou een verbod op buitenlandse financiering van religieuze organisaties niet alleen salafistische instellingen treffen, maar ook bijvoorbeeld kerken en synagogen. Toezicht van de inspectie op het informeel onderwijs, heeft in de praktijk de consequentie dat ook taalklasjes Russisch of Portugees of bijbellessen voor kinderen aan allerlei van bovenaf opgelegde eisen moet voldoen, met alle bijbehorende bureaucratie van dien.

Hoe zinvol en wenselijk dat is? We horen er de parlementaire commissie niet over. In het verleden gehouden enquêtes naar bijvoorbeeld belastingconstructies of de woningbouwcorporaties leidden tot een zekere politieke overeenstemming over door te voeren verbeteringen in de toekomst. Maar dit keer lijkt het erop dat de verschillende politieke partijen in deze flitsenquête op geen enkele wijze tot een gedeelde slotsom konden komen.

Edgar Mulder

Dat schemerde eind mei overigens al door, toen PVV-Kamerlid Edgar Mulder uit de commissie stapte. Hij kon zich er niet mee verenigen dat in het eindverslag geen enkele conclusie wordt verbonden aan het gegeven dat sommige moskeeën in Nederland worden aangestuurd door buitenlandse financiers.

De samenvatting van het onderzoek ‘(On)zichtbare invloed’ eindigt met de droge vaststelling dat het nu aan de politieke partijen is ‘om te bepalen in hoeverre het noodzakelijk is om, meer dan nu het geval is, maatregelen te treffen om ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen tegen te gaan’.

Die constatering had je begin februari ook veilig kunnen optekenen, vóórdat achttien deskundigen werden opgetrommeld in Den Haag om onder ede hun verhaal te doen. De kans dat deze mini-enquête nieuwe inzichten of verdere beweging zou kunnen brengen in een sterk gepolariseerd politiek debat, is daarmee verkeken.

Kamercommissie op zoek naar de onzichtbare financiers van fundamentalistische organisaties 

Is er sprake van ‘ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen’? De parlementaire ondervragingscommissie beantwoordt die vraag met een volmondig ‘ja’. 

Na de achttien verhoren was in februari wel duidelijk: er dreigt een parallele samenleving.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden