Onbetaalde baan voor dag en nacht

Het gebrek aan pleeggezinnen wordt steeds groter. Om de zorg aantrekkelijker te maken, zouden pleegouders betaald moeten worden, vindt de Nederlandse Gezinsraad....

Ineke Jungschleger

'ZIELIG kindje erbij nemen. Mooie taak. En dan? Je baan opgeven? Vrouwen moeten toch economisch zelfstandig zijn, van de overheid?'

Rick van Boggelen (51), beeldhouwer en al 25 jaar pleegvader, moet hartelijk lachen om de nieuwe ronde in de politieke discussie over pleeggezinnen. Die vindt deze week plaats naar aanleiding van een nota die de Nederlandse Gezinsraad aanbood aan staatssecretaris Vliegenthart (VWS). Er is een grote behoefte aan pleeggezinnen voor kinderen die met een kinderbeschermingsmaatregel uit huis worden geplaatst. Die gezinnen zijn steeds moeilijker te vinden. Compensatie van gederfde inkomsten is een van de voorstellen die de Gezinsraad doet om het thuisblijven voor pleegkinderen aantrekkelijker te maken. Vliegenthart is teruggekomen op haar eerdere standpunt dat betaling 'tegenstrijdig is aan het wezen van het pleegouderschap'. In haar reactie op de nota zegt zij open te staan voor discussie.

Van Boggelen: 'Het zou tijd worden. Tot nu toe zei ze hetzelfde als al die andere Haagse mevrouwen vóór haar. In de jaren zeventig had je staatssecretaris Haars. Toen kwam ook een keer de gedachte op om iets te betalen voor pleegzorg. Nee, zei ze, dat is een mooie taak voor de vrouw, om erbij te doen. Ik weet dat nog omdat ik toen dacht: mens, wat weet jij ervan? Ze wonen niet eens bij jullie in de buurt, de kinderen van wie je vindt dat anderen ze erbij moeten nemen.'

Hoe duurder de buurt, hoe kleiner de kans dat de kinderbescherming er over de vloer komt. In alle lagen van de bevolking komen kinderen in de knel, maar in de kansarme eerder. Na zo lang pleegkinderen te hebben opgevoed, weten Rick van Boggelen en zijn vrouw daar alles van. 'We hebben ook een paar kinderen gehad uit gegoede milieus, maar de meeste hebben een achtergrond waar armoede een onderdeel is van de opeenstapeling van problemen', zegt Ellen van Boggelen-Heutink (51), tekenaar en portretschilder.

Zelf hebben de Van Boggelens met hun vier eigen zoons en een wisselend aantal pleegkinderen ook jaren van een minimuminkomen geleefd, nadat Rick zijn baan als leraar tekenen en handvaardigheid opgaf omdat dat niet meer te combineren was met de zeer bewerkelijke groep kinderen die ze op dat moment in huis hadden.

'Weet wel dat u dit kunt doen dankzij de welvaart', zei de directeur van de sociale dienst in hun woonplaats, Oldenzaal. Rick van Boggelen: 'Hij peperde me in dat hij mij kon verplichten veertig uur per week beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt. Terwijl ik verdomme dag en nacht beschikbaar was voor het opvoeden van zwaar beschadigde kinderen, die vaak jaren hadden doorgebracht in internaten met betaalde krachten.'

De oudste van de vier eigen zonen van Rick en Ellen is 25. Hij was een half jaar toen Rinus, de eerste pleegzoon bij hen kwam. De jongste is nu 16. Hij is de enige die nog thuis woont, samen met zes pleegkinderen. Sinds een jaar krijgt Rick van Boggelen van de instelling die vier van deze zes kinderen bij hen plaatste, het salaris dat een groepsleider met wisselende dag en nachtdiensten in een tehuis verdient: een kleine drieduizend gulden schoon. Hetzelfde werk deed hij de voorafgaande 24 jaar voor niets. De dagvergoeding voor pleegkinderen is net toereikend voor eten, drinken en kleren.

Rick: 'We hadden al een tijd geen nieuwe kinderen meer aangenomen, we wilden ermee ophouden. De laatste twee pleegkinderen waren er bijna aan toe de deur uit te gaan toen mij gevraagd werd het met vier kinderen betaald te gaan doen.' Hij beschouwde het als een erkenning, maar aarzelde toch. 'We waren al bijna vijftig. Je hecht je aan de kinderen, je wilt ze ook echt groot brengen, als het enigszins kan. Zomaar werk wordt het nooit: ze zitten aan je hart gebakken. Maar dat betekent ook dat je ze dag en nacht hebt. Voor het geld hoefden we het niet te doen, want Ellen verdiende al een aantal jaren goed.'

Acht jaar geleden waren ze het gezeur met de sociale dienst zat. Ellen besloot de markt op te gaan om commercieel werk aan te trekken. Het lukte haar al snel de kost te verdienen. Bovendien beviel het goed om meer van huis te zijn: 'Ik werd soms gek van al het geruzie en geklooi. De hele dag vechtende mannen om je heen. Toen onze eigen zoons klein waren, was het leuk dat er altijd grote jongens in huis waren om mee te spelen en te knokken, maar een huis vol pubers wordt op de duur erg vermoeiend. Heb je net het haakje op de wc-deur geschroefd, is het er weer af gerukt. Ik ben ooit zo kwaad geweest, dat ik me in een kast verstopte. Even tijd om tot mezelf te komen.'

Dat Rick verantwoordelijk werd voor de opvoeding, bleek ook voor de kinderen beter te werken. Ellen: 'De conflicten die ze met Rick aangaan, zijn minder zwaar en langdurig dan met mij. Dat is ook logisch: de meeste kinderen zijn thuis stukgelopen op de ruzies met hun moeder. Vaders doen niet mee of zijn in elk geval vaak de deur uit. In mij zien ze de volgende moeder, met Rick hebben ze meer kans op een nieuwe start van een relatie met een volwassene.'

Hun oudste pleegkind, Rinus (37), heeft twee jaar geleden weer contact gezocht. Om te melden dat het hem goed gaat. Een blonde Achterhoeker die zich herhaaldelijk opnieuw los heeft moeten vechten uit het criminele milieu waarin zijn broers leven. Hij heeft van zijn vijftiende tot zijn drieëntwintigste bij het gezin gewoond. Rick: 'Op zijn vijfendertigste heeft hij zijn draai gevonden. Mensen die moeten leven met de scherven van hun kindertijd, doen er vaak langer over om hun evenwicht te vinden.'

Evenwicht, harmonie: dat zijn de sleutelwoorden voor de Van Boggelens als je hen vraagt wat ze beweegt zwaar beschadigde kinderen op te voeden. Ze kunnen de verstoorde harmonie niet voor de kinderen herstellen, zegt Rick. Dat moeten ze zelf doen. 'Wij bieden ze de omstandigheden aan om tot rust te komen, weer kind te kunnen zijn. Ze hebben een stevig pantser om zich heen gebouwd om te kunnen overleven. De kunst is om daardoor heen te breken zodat ze zich durven overgeven, weer kind worden en hun verstoorde groei kunnen voortzetten.'

Je moet daar talent voor hebben en erg veel geduld. De Van Boggelens staan bekend als natuurtalenten. Daarom werd hen een half jaar geleden gevraagd of ze het wilden proberen met het 'ongeleide projectiel' Ricardo (7), die in kindertehuizen niet te houden viel. Een Angolees schoffie dat zichzelf op straat in Den Haag in leven hield totdat hij door de hulpverlening werd opgepakt. Rick heeft een harde tegenstander aan hem gehad, maar nu zit hij regelmatig op zijn schoot naar het televisiejournaal te kijken. In een mengeling van Frans, Engels en Nederlands geeft hij dan commentaar op allerlei gruwelijke taferelen die hij herkent.

Rinus en Ricardo: naam en huidskleur van de oudste en de jongste zijn illustratief voor de verschuivingen die in Nederland plaatsvonden in de afgelopen 25 jaar. 'De maatschappij verandert, maar de opvatting dat zorg iets moois is voor vrouwen om erbij te doen, is bijzonder taai', zegt Van Boggelen. 'Vroeger waren het de pastoor en de dominee die dat zeiden. Die brachten het kind vaak ook zelf. Liefst bij een boer, want daar liepen er toch al tien rond en dan kon er volgens hun ook best een elfde bij. Zat die vrouw er mooi mee, want ze kon geen nee zeggen omdat het moest van de kerk.'

D IE overzichtelijke tijd was al voorbij toen Van Boggelen en Heutink elkaar leerden kennen op de academie in Enschede. Begin jaren zeventig: de wereld ging open. Rick had anderhalf jaar gevaren, Ellen in haar eentje door Azië getrokken. Ellen: 'We hadden allebei veel van de wereld gezien. We waren idealistisch. Dat is een groot woord, maar ik kan het toch niet anders noemen. Toen we trouwden, stond het wel vast dat we kinderen wilden, maar ook dat we niet deugden voor een overzichtelijk leven met een Opel Kadett met twee blonde koppies op de achterbank. Dat was het cliché, destijds, daar zette ik mij tegen af.'

Hij grinnikt. Dan, een beetje verlegen: 'Ik heb niks tegen mensen die hun leven zo indelen. Maar Ellen en ik zitten zo niet in mekaar. Wat motiveert je? Ik heb daar juist de laatste jaren serieus over moeten nadenken omdat onze oudste zoon ons, vooral mij, verwijt dat ik de verkeerde keuze gemaakt heb door altijd pleegkinderen in huis te hebben. Ik heb nu een briefwisseling met hem over verantwoordelijkheden en keuzes. Over het leven, zeg maar.'

De oudste zoon heeft een moeizame, zware puberteit gehad. 'Veel moeilijker dan de drie anderen. Het blijkt dat hij er slecht tegen heeft gekund om altijd omgeven te zijn door andere jongens die niet, zoals hij, waren opgegroeid in een aards paradijs. Ik heb mezelf serieus af moeten vragen of ik hem daardoor benadeeld heb. Maar had ik kinderen die alle ellende van de wereld over zich heenkrijgen, moeten afwijzen om mijn eigen kinderen te beschermen? Ik vind van niet.'

Ook Ellen staat nog steeds achter het idealisme van waaruit ze voor het ingewikkelde leven met pleegkinderen kozen. 'Het haalt het beste uit je. Zo'n joch als Ricardo is een geweldige uitdaging. Maar we zouden zeker niet aan nieuwe kinderen begonnen zijn als het weer voor niets gemoeten had. Dat heeft niets te maken met idealisme: het is gewoon uit de tijd.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden