Onbereikbare dichters

Een oogopslag poëzie is het minieme televisieprogramma Dode Dichters Almanak van Hans Keller. De VPRO zendt het nu al voor het derde seizoen uit, één keer in de week, altijd, heel zinvol, rond middernacht, want alleen in dat lege uur kunnen de dichters weer even tot leven komen....

In de nacht van 2 op 3 september waren er honderddertien gedichten te zien, alle dode dichters uit de almanak van de laatste twee jaar. A. Roland Holst, o zo dood tegenwoordig, verscheen als eerste uit het hiervoormaals, waar hij, hoop ik, zichzelf heeft teruggevonden. Lucebert met een gedicht over het gelukkige landleven liet de nacht weer de macht hernemen. Ik heb de uitzending pas nu op een band gezien. Drieëneenhalf uur dood en leven, steeds opnieuw, het was zwaar. Die anderhalve minuut van een enkele uitzending correspondeert met mijn draagkracht.

Eigenlijk gun ik de meesten hun dood niet, ook niet hun ouderdom. Zie Giuseppe Ungaretti, al dertig jaar dood, tweeëntachtig jaar geworden, uit een van zijn laatste levensjaren kijkt hij met al haast gebroken ogen in de verte, waarin hij de geliefde tot leven ziet komen. Naast hen zit een klein meisje, aan wie alles voorbijgaat, want zij is nog maar net tot leven gekomen.. Ik heb maar één hoop, dat hij, als in het gedicht, de geliefde nu weer eeuwig ziet. Ik kijk, ik luister en ik geloof ineens weer op een onverowestbare manier in poëzie.

Ik gun de dood - nog wel zelfgekozen oo - niet aan Anne Sexton, de Amerikaanse dichteres, die maar vijfenveertig jaar werd. De vitaliteit van haar geest (tussen vlagen van waanzin door) is in zwart-wit bewaard gebleven. Zij leest op een geestige manier, haar schijnbaar losse regels, over een laat-Victoriaanse mevrouw en 'De huisvrouw' en als zij zegt de deur even te sluiten wegens het geblaf van een hond, worden die zinnen gewoon regels in het gedicht.

Lucebert mag niet dood; van allen heeft hij de liefste stem. Ik zag hem eens in zo'n oogwenk in de nacht en het gedicht werd hasast een geruststellend slaaplied. Auden had niet mogen sterven, want nooit meer zal er uit een dergelijk gehavend hoofd, dat met al die rimpels bijna gemummificeerd lijkt, zulke schitterend verwoorde poëzie komen. Hij kan misschien ook niet dood door Brodski. Even zien we de dode Rus op een televisiescherm naar de dode Engelsman kijken. En we weten nu defintief wat bewondering is. Brodski zelf lokt protest uit tegen zijn dood in een lang Russisch gedicht, waarvan het voorlezen doet denken aan het voorzingen in de Russisch-orthodoxe liturgie.

Dode dichters houden de poëzie levend. Een gedicht: woorden op de pagina, door niemand bijeengezet, want de dichter is al lang de hoek van de bladzijde om. In deze almanak hebben oude gedichten ineens weer een maker. Maar het gedicht houdt ook die dode dichter levend, zij het in een enkel beeld: zijn tekst lezend. Het beeld wankelt, hij dreigt terug te vallen in het gat, maar hij blijft overeind door de kracht van zijn eigen gedicht. De taal wint het ten slotte. Dat wankel evenwicht tussen dood en leven maakt de beelden fascinerend.

Er is een klein gesprek tussen twee gestorvenen in wat de rommelige wachtkamer voor de eeuwigheid lijkt. Philip Larkin en John Betjeman. Ach, die laatste, nog altijd een paar weken van streek door een slechte recensie. Is de troost van Larkin nog altijd niet tot hem doorgedrongen: een recensent vermoedt nooit dat de dichter het met hem eens is. Maar hij kan niet beter. Ook wij kunnen Betjeman niet helpen. Hij is onbereikbaar geworden. Als alle anderen. Dat is het ergste aan deze almanak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden