Onbekend manuscript Edgar Cairo herontdekt

amsterdam Tijdens onderzoek voor een film over de Surinaams-Nederlandse schrijver Edgar Cairo is de documentairemaakster Cindy Kerseborn gestuit op een voltooid manuscript voor een roman, die nooit is uitgegeven....

De tekst bevond zich in de nalatenschap van Cairo (in 2000 overleden aan een maagbloeding), die wordt beheerd door zijn partner Jenny Hoolt. Zijn broer Arthur Cairo heeft een kopie. Het is een volwaardige roman, anders dan de esoterische werken die Cairo in de jaren negentig in eigen beheer uitbracht onder de naam Edgar Jezus Cairo.

Volgens Kerseborn hoort Negerhuis se buik se pijn tot het beste van Cairo’s literaire werk. Zijn bruisende stijl, vol taalvondsten en -vernieuwingen, komt goed tot zijn recht, zonder dat het ‘Cairojaans’ moeilijk te volgen wordt, zoals soms in zijn eerdere verhalen en Volkskrant-columns.

Cairo’s uitgever, Franc Knipscheer, zegt het manuscript indertijd wel te hebben gelezen, maar dat hij en zijn medewerkers van Uitgeverij In de Knipscheer in 1983 vreselijk druk waren met – ‘zo niet ‘gek’ werden van’ – de uitgave van Cairo’s gedichtenbundel Lelu lelu/ Het lied der vervreemding, ‘bijna 900 bladzijden tweetalige poëzie’. Zo was het manuscript van Negerhuis se buik se pijn in vergetelheid geraakt.

Knipscheer herlas de tekst onlangs. ‘Het is echt nog uit zijn goeie tijd. Hierin is hij voor mijn gevoel zeer de volksschrijver die hij in wezen wilde zijn.’ Knipscheer overweegt de roman alsnog uit te geven, ‘vanwege het ontstane Cairo-jaar’. Hij aarzelt echter nog tussen een heruitgave van Cairo’s gebudelde columns of van zijn bekendste roman Kollektieve Schuld, en de eerste uitgave van Negerhuis se buik se pijn.

Cairo heeft het in de inleiding bij ‘Negerhuis over een ‘Romanwerk over de liefde tussen een zwarte vrouw en haar aanloopminnaar’. Het thema is het ‘het ongehuwde moederschap onder kreoolse Surinamers’, de vele los-vaste relaties – ‘de Wakaman-relatie (loslopers-relatie)’ – met volgens Cairo desastreuze gevolgen voor de gezinnen en bovenal de kinderen. Het perspectief ligt sterk met de vrouwelijke hoofdpersoon, Edwina, die verliefd wordt op een ‘gevaarlijke man’.

Een volgens Kerseborn kenmerkende passage voor het vrije en taboedoorbrekende proza van Cairo uit Negerhuis se buik se pijn:

‘Ba Daddy Weekend zag er prachtig uit. Was stevigman. Een beetje kfalekman ook (‘’gefaarlijke man‘ met betekenis van geweldige man zelfs tikkeltje geweldenaar). Hij had een grote, hoge borst vol negerhaar, dat stevigtaaie. Was donkerder als zij, Edwina, beetje rooie negerin.

Hij zei altijd dat hij had Kongobloed in zijn bast. Wie wou kon zulke dinges staan geloven, ma’ nie zij. Ze vond hem ‘typisch neger-opschepperig.’ Een man met, zoals negers zelf hun gezegdes zegden, ‘echte negerstreken’ ook.

Hij had twee cementzakhijsershanden en een rietvretersgebit dat blonk vanuit zijn grote mond. Zijn ogen fel, witwittig. Een brede neus met een stevige brug en twee enorme vleugels waaronder gaten als ademgrotten, bij zwartglanzende huid, waaruit inderdaad iets ‘Kongolees’uitsprak.

Ach, slavernijverleden stierf nooit. ’t Liet zich niet ontkennen ook, vooral niet aan het uiterlijk. En zeker niet aan die nengre-tori dinges: gedragingen van negerhuis.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden