Onbedoeld voor altijd

Mara (21) en Joost (22) zijn weliswaar jong, maar kennen elkaar al vier jaar en houden er serieus rekening mee dat ze wel eens heel lang bij elkaar zullen blijven....

tekst Corine Koole . fotografie Krista van der Niet

ZIJ: ‘Met trouwen wil ik wachten tot mijn 28ste, en op mijn 29ste wil ik pas kinderen’

‘Nog steeds denk ik: wat zijn we elkaar vroeg tegengekomen; we zijn nog zo jong, we kunnen toch niet de rest van ons leven samenblijven? Maar tegelijk weet ik: het zit goed. We hebben een stabiele relatie. De enige keer dat we ruzie hadden, was toen hij terugkwam uit Australië en een half jaar bijna niets van zich had laten horen – uit nonchalance, niet omdat hij niets met me te maken wilde hebben. Integendeel, vlak voor hij wegging had ik aangeboden hem zijn vrijheid terug te geven, want ik vermoedde dat het leuker backpacken is zonder vriendin in Nederland. Maar dat vond hij onzin, hij beloofde me trouw en hield woord. Nou ja. Behalve dan dat hij niks van zich liet horen, wat niet erg handig was, want een andere jongen was verliefd op me geworden en was erg vasthoudend. En hoewel ik ook vasthoudend was in het afwijzen, viel het soms niet mee met een zwijgende geliefde aan de andere kant van de wereld. Later, toen ik voor langere tijd naar Spanje ging om er de taal te leren, begreep hij pas hoe het is om achter te blijven en te wachten op een teken van leven.

Er zijn in de afgelopen vier jaar meerdere momenten geweest dat ik dacht: nu zal het wel uitgaan. Eerst toen we allebei eindexamen deden, en later toen we allebei iets totaal anders gingen studeren. Ik zat de hele dag op de Kleinkunstacademie en hij deed biomedische wetenschappen. Vreemd genoeg is het nooit tot een crisis gekomen. En daar ben ik blij om, want ik zou het jammer vinden als Joost niet de vader zou worden van de kinderen die ik over zo’n jaar of acht verwacht.

In 5 vwo begon het, nadat hij een weddenschap had gewonnen over de ingrediënten van Sultana’s. Hij dacht dat er speculaaskruiden inzaten, en ik wist zeker van niet. Ik verloor. In Sultana’s zitten speculaaskruiden. Ik moest hem op de film trakteren en na afloop hebben we voor mijn huis gekust. Deze zomer zijn we samen naar Azië geweest en sinds september wonen we samen. Misschien voor hem niet ideaal, om meteen vanuit zijn ouderlijk huis te gaan samenwonen – zelf heb ik veel gehad aan de tijd dat ik alleen woonde. Maar het is niet aan mij om hem een gemis op te dringen.

Ik lach met hem. We denken over veel dingen hetzelfde. Ik heb niks met spanning. Ik geloof niet in ‘opposites attract’, misschien is het voor even leuk, maar wat dan? Bij wie moet je terecht als je een man hebt die totaal anders in het leven staat?

Grootse opwinding is niet wat ik zoek. Ik zie het ook om me heen. Twintigers willen gewoon een steady relatie, zonder gedoe. Wat ik zoek is wat ik nu heb: steun als ik een lastig sollicitatiegesprek moet voeren. Een luisterend en geduldig oor als ik een beslissing moet nemen over een studiekeuze. Ik wil van Joost horen hoe hij moeilijke situaties aanpakt, ik wil met hem discussiëren, praten over wat anderen meemaken. Een vriendin van ons gaat binnenkort trouwen. Ze is 22. Ik zou dat niet willen, ik wil wachten tot mijn 28ste, en op mijn 29ste wil ik pas kinderen. Over die dingen praten we, maar ook over het feit dat ik bang ben dat hij verliefd wordt op een ander. Hoewel. Echt bang ben ik niet. Verliefd worden is een keuze, zeg ik Joost na. Wij kiezen steeds opnieuw voor elkaar. Ik heb geen behoefte aan iemand anders omdat hij me alles geeft wat ik nodig heb. We waren al samen toen we 18 waren en we kibbelden over de bestanddelen van Sultana’s, en kijk nu eens.

Er is zo veel gebeurd de afgelopen vier jaar, en nog altijd kan ik met al mijn angsten, vragen en twijfels bij hem terecht. Aan het besluit om van de Kleinkunstacademie te gaan en geen actrice te worden, gingen veel huilbuien vooraf. Door er met Joost over te praten kon ik toetsen of ik echt toe was aan verandering of dat ik gewoon een tijdelijke emotionele inzinking had. Hij zegt me niet wat te doen, hij vraagt alleen maar, zodat ik er zelf achter kom wat ik moet beslissen.

Ik voel me veilig bij hem. Joost beschermt me. Als we met zijn tweeën door Laos lopen, pakt hij mijn hand vast. En als we samen een scooter huren, laat hij mij voorop zitten, om te laten zien dat hij mij vertrouwt achter het stuur. Ik ben echt zijn meisje. Als ik heel eerlijk ben, vind ik het soms wat te definitief, deze relatie op mijn 21ste, maar tegelijk maakt niets me gelukkiger dan de gedachte dat het voor altijd is. Huisje-boompje-beestje past me wel. Reizen, wandelen op het strand en dan warme chocolademelk.’

HIJ: ‘Als ik weer eens te laat ben, kan ze me op een moederlijke manier toespreken’

‘Wat wij hebben samen heeft nooit het karakter gehad van een slepende liefdesaffaire. Evenmin heb ik ooit gedacht: dit is echte liefde voor altijd. Als ik al iets dacht, op mijn 18de en de jaren erna, was het dit: het is leuk zolang het duurt. Ik wilde op reis en dacht: het is nu leuk en straks ben ik weg, naar Australië. Maar toen ik terugkwam, bleek het nog steeds leuk, en meer dan dat.

We passen bij elkaar. We denken over veel dingen hetzelfde. We houden van dezelfde muziek, het is lastig uit te leggen. Vaak zegt Mara iets dat ik net gedacht heb. Ik weet wat zij belangrijk vindt, en zij weet dat van mij. Voor een relatie kun je maar beter op elkaar lijken, al zijn we het ook wel eens niet eens.

Ik ben niet zo punctueel. Toen ik in Australië zat, heb ik haar verwaarloosd. Ik was gewoon te lui om te bellen en mails te beantwoorden. Of nee, het kwam niet in me op dat zij zo veel belang hechtte aan contact. Ook eerder, op de middelbare school, toen ik veel spijbelde, drong het niet tot me door dat ik niet alleen door leraren gemist werd, maar meer nog door Mara. Ze rekende op me, en met mijn afwezigheid maakte ik de indruk dat ik haar niet wilde zien.

Nog steeds duwt ze me met mijn neus op mijn gebrek aan discipline. Als ik weer eens te laat ben voor college, kan ze me op een moederlijke manier toespreken. Daar word ik weleens gek van. Het is makkelijker, zeg ik dan, als je dat loslaat. Is het niet mijn eigen verantwoordelijkheid als ik te laat kom? Naarmate deze relatie langer duurt, heb ik vaker het idee dat we wel eens lang zouden kunnen samenblijven. Of ik het ook hoop weet ik eigenlijk niet. Ik denk dat we een goed leven zouden kunnen hebben. Maar als we ooit toch besluiten ermee te stoppen, wil dat niet zeggen dat we het ongeluk tegemoet gaan. Je kunt, denk ik, in een leven meerdere ware liefdes hebben. Wat omgekeerd weer niet wil zeggen dat ik van deze ware liefde niet enorm geniet.

Ik zou best kinderen willen. Alleen: voorlopig niet. Ik zeg altijd tegen haar: ‘Als je iemand tegenkomt die leuker en knapper is dan ik, moet je er vooral op afgaan.’ Tegelijk ben ik er bang voor. Ik kan soms jaloers zijn op al die leukere en knappere jongens en mannen buiten, al weet ik dat geen van hen haar waard is. Want ik ben degene, de enige, die alles voor haar over heeft. Alles wat ze vraagt doe ik, ook de dingen waar ze niet om vraagt. Al zou ze me vragen haar midden in de nacht naar Groningen te rijden, zou ik het doen. Bedenk het gekste wat je je vriend redelijkerwijs kunt vragen en ik doe het. Op haar verjaardag vorig jaar moest ze werken als stewardess, haar bijbaan. Toen ben ik met de cadeaus naar Schiphol gegaan en heb ik haar daar verrast.

Sinds september wonen we samen. Vrienden zeiden: ‘Gaan jullie nu al samenwonen? Waarom zo jong al vadertje en moedertje spelen? Geniet van je studentenleven.’ Maar ik zou niet weten waarom ik de weg moet bewandelen die door anderen als ideaal wordt gezien. Overigens zijn de meesten er weer op teruggekomen, nu ze zien hoe goed we het doen samen. Het is fijn om ’s avonds bij Mara thuis te komen. Als ik mezelf hoor, rolt het ene cliché na het andere over mijn lippen, maar hoe moet ik het anders formuleren? Het is prettig om op de fiets te zitten en te bellen dat ik eraan kom, terwijl ik allang weet dat zij ook op weg naar huis is. Dat doe ik alleen om haar stem te horen. Vannacht was ze niet thuis, dan slaap ik toch minder goed.

Over tien jaar zullen we nog steeds wel samenwonen, wie weet met kinderen, aan de rand van de stad, niet meer er middenin. Vorige week hebben we een reis geboekt voor deze zomer. Zo’n bezoek aan een reisbureau is meer dan het plannen van een vakantie. Het getuigt van de gedeelde wens bij elkaar te blijven. Plannen maken voor de lange termijn kan alleen omdat het stevig zit. Het zit er nog, de liefde, denk ik dan, en de komende zomer zit het er nog steeds. Ik vind het prettig om burgerlijk te leven. Tot mijn eigen verbazing geniet ik dagelijks van het gewone en comfortabele. Ik schaam me er weleens voor, maar het is niet anders. Het is fijn om een huis te hebben en twee goudvissen, en om elke avond met je meisje in bed te liggen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden