On-line in haar hut overwint de boerin haar armoe (Gerectificeerd)

Over: hoe kan ICT de armoede bestrijden? Door: computerfanaten, ontwikkelingsactivisten Waar: conferentie Incommunicado, Amsterdam..

Wat heeft een boerin in Uganda aan een computer met internetverbinding? Ze kan er snel de marktprijs voor haar producten op zien, er informatie over betere landbouw op vinden, er ervaringen van collega's lezen en met hen mailen. Ze kan er kortom veel aan hebben, zei Ednah Karamagi vorige week op de conferentie Incommunicado in De Balie, Amsterdam. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet, zei ze erbij.

De taal is bijvoorbeeld al een probleem. De software moet in Ugandese talen worden omgezet; daar werkt Karamagi's organisatie Brosdi aan. Maar zij werkt niet met de gangbare software voor bijvoorbeeld boekhoudprogramma's. De softwaremultinational Microsoft zit ontwikkeling in de weg. Met programma's die veel te duur zijn en waaraan je niet kunt sleutelen om ze beter toepasbaar te maken voor gebruikers in de Derde Wereld. Microsoft heeft zijn programma's namelijk beveiligd .

Excell, Powerpoint, de hele Office rimram is echter niet per se nodig. Op het internet is ook gratis software te vinden, open voor gesleutel bovendien (Floss: free, libre open source software). Er bestaat een gratis alternatief voor Explorer, de browser van Microsoft: Linux. Het schijnt nog beter te werken ook. Windows zelf is te vervangen. Als je de software maar weet te vinden. En dat is de kwestie waarbij de nerds en de ontwikkelingsactivisten de handen ineen moeten slaan.

En zo zat er een bont gezelschap in een zaaltje op de conferentie georganiseerd door het In -stitute of Netwerk Cultures van de Hogeschool van Amsterdam (networkcultures. org), de Nederlandse Waag Society (waag. org) en de Indiase organisatie Sarai (sarai. net). Computerfreaks en medewerkers van ngo's (niet-regeringsgebonden organisaties) uit de Derde Wereld en het Westen.

Er viel heel wat te verhapstukken. Om te beginnen spreken de twee groepen niet dezelfde taal (voornamelijk figuurlijk gesproken). De nerds zijn voor gewone stervelingen niet te volgen als ze over ICT spreken en de ngo-types hebben eveneens een jargon waarin alleen zij de weg weten. De conferentie was dan ook bedoeld om hen nader tot elkaar te brengen.

De twee groepen delen de overtuiging dat de introductie van ICT kan helpen de armoede te bestrijden door de armen direct toegang tot informatie te geven, maar hoe dat moet gaan, is problematisch. De ngo's proberen hun regeringen in ontwikkelingslanden te overtuigen van het belang van ICT, en niet alleen voor de steden met internetcafés, ook voor de dorpen op het platteland, zoals Karamagi bepleitte. Maar als zo'n regering plots het licht ziet, zijn het in de eerste plaats de multinationale computerbedrijven (tegen wie de nerds hun vreedzame guerrilla voeren) die profiteren. Computers verkopen, netwerken aanleggen, een voorlopig onbeperkte nieuwe markt dient zich aan.

Bill Kagai uit Kenia heeft een bedrijfje waar computers in elkaar worden gezet, precies op maat gemaakt voor de individuele klanten in zijn land. Maar hij wees erop dat uitgerekend al die ngo's, zowel de Keniaanse als de westerse, hun kantoren in Kenia volzetten met rechtstreeks uit Europa geïmporteerde computers en softwareprogramma's. Dat moet nodig stoppen.

Maar ook op al die kantoortjes weten medewerkers nog weinig van het alternatief: juist de componenten voor computers worden al in de Derde Wereld (Azië) gemaakt en de gratis software wordt in het alternatieve circuit geschreven door hoogbegaafde, idealistische enthousiastelingen.

Zo bestaat er in Brazilië een beweging voor 'metareciclagem', wat zoveel wil zeggen als het terugveroveren van de technologie op de grote bedrijven en die ter beschikking te stellen aan alle burgers. Onder de linkse regering van president Lula krijgt dit soort initiatieven de ruimte. Alexandre Freire vertelde hoe het ministerie van Cultuur hem heeft geëngageerd om duizend computercentra in te richten waar burgers kunnen experimenteren met gratis software .

Onder de computerfreaks van metareciclagem bestaat echter weerzin tegen al te veel organisatie. Ook daarmee botsen ze met de ontwikkelingsactivisten die juist dol zijn op het oprichten van ngo's.

Freires landgenoot Filipe Fonseca vertelde dat de deelnemers aan zijn losse netwerk van software-knutselaars hadden besloten om géén ngo te worden. Al die administratieve rompslomp: officiële aanvraag indienen bij de overheid, een boekhouding overleggen, notarissen, accountants, juristen over de vloer: ze moesten er niet aan denken.

Een Indiase deelnemer aan de discussie hield de Brazilianen voor dat zij niet voor hun verantwoordelijkheid moeten weglopen. De Afrikanen reageerden eveneens verbijsterd. Zonder organisatie begin je niets, zei de Nigeriaanse Nnenna Nwakanma. Dan luistert de overheid nooit naar je. Dan blijven we een vaag stelletje in de marge. Dat kan wel wezen, repliceerde Fonseca, maar wij willen niet de zoveelste bureaucratie worden, jullie als ngo's kunnen de regeringen toch wel onder druk zetten?

Die regeringen houden niet van vrije software. Sylvestre Ouédraogo uit Burkina Faso vertelde wat zijn minister had gezegd: 'Maar Microsoft geeft mij geld!' Daarmee doelde die minister waarschijnlijk niet alleen op smeergeld, maar ook op subsidies, aanbiedingen, reclame van Microsoft en Gates geeft via zijn Bill and Linda Gates Foundation ook een hoop ontwikkelingshulp. Zo blijven de programma's van Microsoft de norm in Burkina Faso. En bovendien , zei Ouédraogo, de burgers zijn helemaal niet geïnteresseerd of de software al of niet van Gates is.

Dat komt omdat de burgers niet alleen gebruikers moeten zijn, maar de makers van software. Ze moeten kunnen weten hoe het werkt, betoogde de Argentijn Enrique Chaparro. Dat was misschien wel de kern van de discussie. De Ugandese Dorcas Muthoni bepleitte dat vrouwen greep moeten krijgen op de software (bijna altijd door mannen geschreven, ook bij de nerds) om die te kunnen aanpassen. Nwakanma vertelde hoe haar oude vader dacht dat hij zijn mailadres kwijt was toen zijn internetcafé op de fles ging. We moeten de makers en eigenaars van onze software zijn om het te begrijpen, bedoelde ze maar te zeggen.

Computers naar de Derde Wereld sturen leidt niet vanzelf tot ontwikkeling. Een Amerikaanse organisatie stuurde een hoop computers naar universiteiten in Zuid-Afrika, maar het succes was relatief, zo bleek uit een evaluatieonderzoek: de studenten gebruikten de machines vooral voor spelletjes, chatten en porno.

De deelnemers aan Incommunicado wijzen een andere weg, buiten de controle van Microsoft: grijp de mogelijkheden van het internettijdperk om uit de armoede te geraken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden