Vier vragen Studiepotje

Omscholing via nieuw studiepotje – waarom en hoe werkt het?

Het kabinet komt met een studiepotje voor werknemers, flexwerkers en werklozen – in plaats van de bestaande fiscale regeling. Wie zich wil omscholen kan zelf een ontwikkelbudget aanvragen. Vier vragen over dit kabinetsplan. 

Studenten in een collegezaal. Beeld ANP

Wat verandert er precies?

Nederlanders die zich willen laten bij- of omscholen kunnen straks zelf subsidie aanvragen van 1.000 tot 2.000 euro per jaar. Dat schrijft minister Wouter Koolmees (D66) van Sociale Zaken in een brief aan de Tweede Kamer. Het plan is een uitwerking van een afspraak uit het regeerakkoord.

Het kabinet hoopt dat jaarlijks tot 200 duizend mensen gebruik zullen maken van het studiepotje. Met het geld kunnen zij bijvoorbeeld een mbo-opleiding volgen, of een certificaat dat binnen hun eigen sector erkend wordt. Daarbij geldt wel: op-is-op. De regering stelt jaarlijks 200 miljoen euro beschikbaar. Als dat bedrag is uitgekeerd, worden er geen verdere subsidies verstrekt.

Wanneer de regeling ingaat is nog niet zeker. Dat zou eigenlijk volgend jaar moeten zijn, maar uitkeringsinstantie UWV – die de uitvoering waarschijnlijk op zich neemt – heeft meer tijd nodig om alles rond te krijgen. Het kabinet streeft nu naar een startdatum in 2021.

Fijn, voor iedereen extra opleidingsbudget dus?

Dat niet. De regeling komt in plaats van de bestaande fiscale scholingsaftrek. Die wordt afgeschaft, waarschijnlijk vanaf 2021. Het kabinet trekt dus geen extra geld uit voor bijscholing. Wel hoopt het op deze manier een ander publiek te trekken.

Nu maken namelijk nog vooral hoogopgeleide werknemers gebruik van de regeling, mensen die veelal toch al van plan waren een opleiding te gaan volgen. Het is de bedoeling dat ook flexwerkers, werkzoekenden en werkenden in ‘krimpberoepen’ – zoals verkoop- en administratief medewerkers – vaker weer in de studieboeken duiken.

De fiscale regeling was niet voor iedereen even toegankelijk, zegt een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. ‘We hopen meer mensen te trekken door de subsidieaanvraag laagdrempelig te maken.’

Waarom gaat de regeling op de schop?

De afgelopen jaren hebben verschillende kabinetten hun tanden in de bijscholing van werknemers gezet. Dat heeft te maken met de veranderende arbeidsmarkt als gevolg van digitalisering en globalisering. De afgelopen tien jaar zijn er in de banksector bijvoorbeeld duizenden banen verdwenen omdat klanten massaal overstapten op digitaal bankieren.

‘De verwachting is dat dat soort verschuivingen bij meer sectoren en in meer beroepen gaan spelen’, zegt Ralf Maslowski. ‘Het volgen van een opleiding of cursus moet mensen tijdig voorbereiden op een carrière-switch.’ Als onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) publiceerde Maslowski eind mei een rapport waaruit blijkt dat het aantal Nederlanders dat zich laat bijscholen de laatste jaren stagneert.

‘Dat heeft verschillende oorzaken. Voor de een speelt tijdgebrek een rol, voor de ander zijn het de kosten.’ De komst van het ontwikkelbudget kan meer mensen aanzetten een cursus of een studie te doen, zegt Maslowski. ‘Het hangt er vooral van af hoe de regeling er precies uit komt te zien en of de kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt er makkelijk gebruik van kunnen maken.’

Hoe maak je aanspraak op het opleidingsbudget?

Als het aan het ministerie ligt wordt de regeling dus laagdrempelig. De details moeten nog worden uitgewerkt, maar in de kern komt het erop neer dat iedere Nederlander vanaf circa 2021 online een aanvraag kan indienen. ‘Zonder gedoe’, benadrukt de woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken. Het geld wordt vervolgens direct overgemaakt naar de opleider, om fraude te voorkomen.

Wie al recht heeft op andere vormen van publieke financiering maakt geen aanspraak op het ontwikkelbudget. Om die reden zijn studenten uitgesloten: zij hebben immers recht op een voordelige lening of aanvullende studiebeurs.

Wie wel aanspraak maakt, kan zich met het budget bijvoorbeeld laten omscholen tot een beroep dat fysiek minder zwaar is en daarom langer vol te houden is. De opleiding hoeft niet binnen de eigen sector te vallen. ‘Als je bakker bent, hoef je niet alleen broodgerelateerde opleidingen te doen’, zegt de woordvoerder. ‘Als je denkt dat er meer toekomst zit in de pedicure, kun je het ook in die hoek zoeken.’

Zo lang het maar een erkende opleiding is die bijdraagt aan een gunstige arbeidsmarktpositie. ‘Je kunt niet zomaar op yogacursus omdat je dat zo leuk vindt’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden