OMROEP

De commissie-Ververs publiceert vandaag haar rapport over de toekomst van de publieke omroep. Op verzoek van staatssecretaris Nuis geeft 'Ververs' aan hoe de publieke omroep vanaf het jaar 2000 zou moeten worden georganiseerd....

-Waarom werd de commissie-Ververs ingesteld?

Sinds de opkomst van commerciële televisie, begonnen met de lancering van RTL 4 in 1989, staat de positie van publieke omroep onder druk. Niet alleen is het marktaandeel teruggelopen tot circa 40 procent, ook dringt zich de vraag op wat de taak van de publieke omroepen moet zijn nu het aanbod van commerciële zenders almaar toeneemt. Ververs moet daarop een antwoord geven en een passende structuur voor het publieke bestel bedenken.

-Hoe zit de huidige structuur van de publieke omroep in elkaar?

De publieke omroep wordt gedomineerd door zeven A-omroepen, die ieder ten minste 450 duizend leden hebben. Er zijn geen B- (300 duizend) of C-omroepen (150 duizend) meer. De A-omroepen zijn op Nederland 1 de KRO, AVRO en NCRV; op Nederland 2 de TROS en de EO en op Nederland 3 VARA en VPRO.

Het laatste duo wordt aangevuld door de NPS, sinds vorig jaar afgesplitst van de NOS.

De NOS is zelf zendgemachtigde, belast met het verrichten van gemeenschappelijke taken als sportuitzendingen en nieuws, en is tevens het samenwerkingsorgaan van alle omroepen.

-Hoe is de huidige zendtijdverdeling tussen de omroepen en de NOS?

De zendtijd van de A-omroepen en die van de NOS kent momenteel, aldus een opgave van het Commissariaat voor de Media, de verhouding 75-25 procent. Wordt bij de NOS ook de zendtijd opgeteld voor zogeheten niet door leden gebonden omroepen (RVU, IKON, Teleac etcetera), dan is die verhouding 70-30 procent. 'Ververs' wil dit ombuigen in 60 procent omroepen-40 procent NOS.

-Welke grondslag bestaat er op het ogenblik voor de zendtijdverdeling tussen omroepen?

Geen omroepverkiezingen, maar het lidmaatschap van een omroep vormt de grondslag. De omroepen halen de grens van 450 duizend leden nu dank zij hun gidsen en de regel: wie zich abonneert op een programmagids wordt automatisch lid van de omroep. Extra steun in de rug bij het werven van leden is dat de omroepgidsen over een monopolie beschikken: alleen zij mogen volgens de Mediawet de programmagegevens van een hele week afdrukken. Aan dat monopolie komt in de komende jaren een einde door toedoen van Europese regelgeving, luidt de algemene verwachting.

Wanneer dat precies is hangt af van juridische procedures, maar in ieder geval komt dan het bestaande stelsel van zendtijdverdeling op de helling. Alleen daarom al is het logisch dat de commissie-Ververs naar een nieuw systeem heeft gezocht.

-Waarom geldt het advies van de commissie-Ververs pas voor het jaar 2000?

De huidige omroepen hebben een uitzendvergunning gekregen voor een periode van vijf jaar. Die periode loopt in 2000 af. De tussenliggende jaren zullen nodig zijn om de nieuwe wetgeving door het parlement te loodsen. Voor afronding van dat proces staat normaliter drie jaar. Een nieuwe mediawet zou in dat geval in 1999 van kracht kunnen worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden