Omringd met vertroetelzorg

We stoppen onze ouderen het liefst weg in bejaardenhuizen, waar ze verpieteren. Dat is het beeld. Maar klopt dat wel? En hoe gaat dat als we straks nog veel langer voor ze moeten zorgen?

Mijn oma (89) is nogal een diva. Ze vindt het vanzelfsprekend dat de familie voor haar klaarstaat - en ze wil dat alles goed en het liefst ook nog een beetje snel gebeurt. Het is voor haar de normaalste zaak van de wereld dat een van haar schoondochters haar twee keer per dag belt voor een praatje. En ook dat de andere schoondochter naast haar drukke baan elke dag even langskomt om te kijken of ze nog iets nodig heeft. Net als dat haar zoons de administratie bijhouden, klusjes in haar flat doen en als ze over twee weken 90 wordt, een groots feest voor haar organiseren. En natuurlijk dat ze haar kleindochters altijd om een boodschap kan sturen. 'Ja, hallo, met oma. Zeg, kun jij vanmiddag even van die lekkere cakejes voor me te kopen? Ik heb ze vandaag nog nodig, want ze zijn op. Oh, moet je werken? Nou, dan hoop ik maar dat er niemand op bezoek komt... Zeg, en vergeet je als je dit weekend langskomt niet een paar mooie bossen bloemen mee te nemen?'


Zij zal de laatste bejaarde zijn die eenzaam verpietert. Want niet alleen zij vindt dit alles vanzelfsprekend, ook mijn familie vindt dat je 'gewoon' moet helpen waar nodig. Natuurlijk mopperen we weleens over haar eisende toon, maar hé, we houden van haar en ze blijft hoe dan ook onze oma/moeder/schoonmoeder.


Zijn wij de enige familie in Nederland die dit doet? Je zou het wel denken als je soms politici hoort praten. Staatssecretaris Martin van Rijn (VWS, PvdA) sprak op 11 januari aan tafel bij Pauw & Witteman doodserieus de volgende woorden. 'Wat voor samenleving willen we? Een samenleving waarin we premie betalen, iemand anders voor onze ouderen zorgt en we flink op die zorg lopen te mopperen? Of een samenleving waar we meer voor elkaar zorgen en betrokken zijn?' Hij gaf fijntjes aan dat we volgens hem nu die eerste variant hebben: 'een verzekeringssamenleving', noemde hij het.


Schouders eronder

Van Rijn en andere politici vinden dat kinderen moeten meebetalen aan de huishoudelijke hulp voor hun ouders, wanneer ze zelf geen tijd hebben om de ramen te lappen. Als we allemaal wat meer de schouders eronder zouden zetten, kunnen ouderen langer thuis blijven wonen en zijn we stukken goedkoper uit, zo is het idee. De achterliggende gedachte is ook: we doen niet genoeg voor onze ouderen en daar moet, met de dubbele vergrijzing in aantocht, nodig verandering in komen. Het heersende beeld, niet alleen onder politici: wij stoppen onze ouderen het liefste weg in dure verzorgings- of verpleegtehuizen om ze daar slechts af en toe een bezoekje te brengen.


Er klopt alleen niet veel van dat beeld. In mijn omgeving zie ik zonen en dochters die bij toerbeurt elke dag hun moeder eten brengen en in bed stoppen, vriendinnen die boodschappen doen voor hun bejaarde buurvrouw en zelfs collega's die een dag in de week minder gaan werken om meer tijd aan hun kwakkelende ouders te kunnen besteden. Ook buiten mijn omgeving worden (groot)ouders niet massaal vergeten.


Om te beginnen zijn er de cijfers over mantelzorg. Nederland telt 3,5 miljoen mantelzorgers. Daarvan geven 2,6 miljoen mensen meer dan acht uur per week zorg, of langer dan drie maanden achter elkaar. Van al die mantelzorgers geeft meer dan de helft (57 procent) hulp aan iemand van 65 jaar of ouder.


Wat wel zeldzaam is in Nederland, is je vader of moeder in huis nemen. Maar is dat zo slecht? Pearl Dykstra, hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, vindt van niet. 'Juist doordat wij, anders dan in landen in Zuid- en Oost-Europa, onze zorg aan kwetsbare ouderen hebben geïnstitutionaliseerd met het systeem van thuiszorg en verzorgings- en verpleegtehuizen, kunnen wij als familie hulp geven in plaats van zorg. Omdat we onze ouderen niet hoeven te wassen, voor ze hoeven te koken of per se voor ze moeten schoonmaken, kunnen we ze fijne aandacht en praktische hulp geven. Een kop koffie met je moeder drinken, een wandelingetje met haar maken. Of mee naar de dokter, belastingformulieren invullen en boodschappen doen.'


Paradox

Dykstra is coördinator van het grootste onderzoek ooit naar familiebanden in Nederland: de Netherlands Kinship Panel Study, waarbij tienduizend Nederlanders vragen hebben beantwoord over de banden met hun familie. 'We zorgen er massaal voor dat kwetsbare ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. En als ze daar toch weg moeten, zorgen wij met de extra hulp voor de broodnodige 'vertroetelzorg'. Onze ouderen varen er wel bij.'


Dat is juist de mooie paradox: doordat wij in onze individualistische samenleving onze bejaarden niet in huis nemen, maar ze met professionele hulp en vertroetelzorg omringen, zijn Nederlandse ouderen, ook in de kwetsbaarste, laatste fase, blij met hun leven. Niet voor niets waarderen ze hun leven met een 8. Dat ons individualisme zo slecht nog niet is, blijkt ook uit onderzoek van de Europese Commissie naar eenzaamheid onder ouderen. Onder de 60-plussers zijn de Portugezen en Grieken het vaakst eenzaam. En dat terwijl zij hun familie vaker zien dan de Nederlandse senioren: zes van de tien oudere Grieken zien elke dag wel een familielid, tegen een op de zes van de Nederlandse ouderen. Deense 60-plussers voelen zich het minst vaak eenzaam, terwijl zij hun familie nog minder vaak zien dan de Nederlanders. Ouderen voelen zich dus helemaal niet zo slecht en verwaarloosd in de meer individualistische samenlevingen.


Ouderen langer thuis laten wonen, moet een van de oplossingen zijn voor de stijgende kosten van de ouderenzorg. Maar ook hier wordt door al te eenzijdige beeldvorming iets over het hoofd gezien: ouderen blijven nu al zo lang mogelijk thuis wonen. Uit onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam blijkt bijvoorbeeld dat ouderen die naar een verzorgings- of verpleeghuis gaan, dat pas doen als de gezondheid zeer slecht is. Myrra Vernooij, hoogleraar psychosociale interventies bij ouderen, ziet dat in de praktijk. 'Demente ouderen komen nu vaak juist te laat in een verpleeg-huis terecht. Ze zijn dan al in het laatste stadium van de dementie en zo fragiel dat een verhuizing meer kwaad doet dan wanneer zij eerder waren opgenomen.'


Wanneer pa of moe eenmaal binnen de muren van een instelling verblijft, is het zeker niet zo dat de familie stopt met zorgen. Partners en kinderen van ouderen in tehuizen besteden samen gemiddeld 17 uur per week aan allerlei vormen van ondersteuning.


Eén ding wordt bij alle onderzoeken naar hoeveel tijd Nederlanders aan hulp voor hun naasten besteden een beetje over het hoofd gezien. Hebben ze in de toekomst nog wel zin om die praktische hulp te leveren? Bij toerbeurt elke dag een pannetje eten brengen zodat het familielid in kwestie langer thuis kan blijven, is nog wel te doen als je weet dat iemand waarschijnlijk geen 100 wordt. Het is misschien ook wel de reden dat mijn familie een beetje gniffelt over het divagedrag van mijn oma. Want ach, ze is al bijna 90 en heel lang zal ze wel niet meer onder ons zijn. Maar nu we allemaal ouder worden en 100 straks het nieuwe 80 is, kan dat de verhoudingen wel eens flink op scherp zetten. Tien of vijftien jaar pannetjes eten brengen en eigengereide oma's vertroetelzorg geven, dat gaat misschien wel veel te ver. Zeker nu de overheid liever ziet dat we nog meer gaan doen en ik tegen de tijd dat ik mijn babyboom-ouders moet ondersteunen, ook nog eens elke dag hun billen moet gaan wassen.


Babyboom-generatie

'Mijn generatie krijgt nu steeds sterker te maken met de hulpvraag van onze ouders, en ik voorspel dat dat tot steeds meer problemen gaat leiden', zegt Marjolein Broese van Groenou.


Zij is hoogleraar informele zorg aan de VU én babyboomer. 'De babyboomgeneratie wil best zorgen voor ouders, maar tegelijkertijd zijn ze ook nog druk met hun kleinkinderen, hun eigen sociale leven en een deel werkt nog. De zorg voor hun ouders wordt ook nog eens zwaarder en langduriger, door de toename van de levensverwachting en het aantal jaren met ziektelast. Ik denk dat mijn generatie het te zwaar vindt om zich helemaal op die zorg te gaan storten.'


Als de babyboomers al tegen het zorgen opzien, hoe moet dat dan met mijn generatie? Hoe moeten wij met een veel kleiner aantal het leven van de hoogbejaarde babyboomer straks een beetje leuk en liefdevol houden? Daar maakt Broese van Groenou zich nou juist geen zorgen over: 'De mensen die nu hoogbejaard zijn, hebben niet zien aankomen dat ze zo oud zouden worden en zijn nog helemaal ingesteld op vadertje staat die voor ze zorgt. Babyboomers, en zeker de generaties die daarna komen, zijn er steeds meer van doordrongen dat we zelf moeten regelen dat we er straks goed bij zitten. Wij zullen geld opzijzetten, woonvormen regelen waarbij we elkaar kunnen helpen, of samen zorg inkopen. Ons zal de ouderdom niet zomaar overkomen.'Mensje Melchior (37) is journaliste en schrijft onder meer over gezondheid, psychologie, carrière en relaties.


Foto


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden