Interview Omran

Omran vluchtte op zijn 17de naar Nederland: ‘Ik zie er gelukkig uit, maar van binnen ben ik verscheurd’

De meeste minderjarige asielzoekers die in 2015 in hun eentje naar Nederland afreisden, kozen hun eindbestemming niet doelbewust. Syriërs vormen daarop een uitzondering, blijkt uit een dinsdag uitgekomen rapport van het WODC.

Omran, een jonge Syrische vluchteling in Haarlem. Beeld Freek van den Bergh

Drie maanden voor zijn 18de verjaardag belandt de Syrische Omran in Nederland. Het is september 2015. Hij weet: vanaf nu sta ik er alleen voor.

Zijn ouders zijn achtergebleven in de Syrische kuststad Latakia, bijna 4.000 kilometer verderop. Ze wensen een goede en veilige toekomst voor hun bijna volwassen zoon, voor wie de dienstplicht in het door oorlog verscheurde Syrië nadert.

Omran bereidt zijn reis goed voor, maar eenmaal in Nederland heeft hij geen idee waar hij naartoe moet. ‘Ik raakte in shock’, zegt hij in zijn kamer in Haarlem, waar hij sinds een paar maanden woont. Aan de vrolijk oranje geverfde muur hangen kickbokshandschoenen: een uiting van zijn liefde voor de sport, die hij veelvuldig beoefent. ‘Ik liep angstig door de straten van Amsterdam en probeerde voorbijgangers aan te spreken.’

Doelbewust

Minderjarige vluchtelingen uit Syrië, zoals Omran, kiezen vaker doelbewust voor Nederland als eindbestemming dan hun Eritrese en Afghaanse leeftijdsgenoten, blijkt uit een rapport dat het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) dinsdag uitbrengt. Centrale vraag: wat bracht vluchtende jongeren naar Nederland? 

‘Afghaanse jongeren hebben vaak plotseling hun land moeten verlaten’, verklaart Sanne Noyon van het WODC. ‘Ze waren in gevaar of moesten op de bonnefooi vertrekken na plotselinge bedreigingen, waardoor ouders ze zo snel mogelijk het land uit wilden hebben. Voor Eritrese jongeren geldt dat ze geregeld vertrekken zonder overleg met hun ouders, terwijl Syriërs dit wel doen. De laatste groep beschikt ook over goede netwerken in Europa.’

Jongeren die niet doelbewust naar Nederland afreisden, lieten zich vooral leiden door andere asielzoekers die ze bij toeval ontmoetten, vult onderzoeker Isik Kulu-Glasgow aan. ‘Ze hoorden bijvoorbeeld dat de procedures hier kort zijn en gezinshereniging makkelijk verloopt. Of dat hier goede toekomstmogelijkheden zijn.’

De onderzoekers interviewden 45 jongeren – vooral jongens – van Syrische, Afghaanse en Eritrese afkomst die in 2015, op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis, in Nederland terechtkwamen. In totaal waren het er 3.859, sommigen nog geen 12 jaar oud. Ook voerden ze verschillende gesprekken met experts om hun bevindingen te staven.

Vrijheid

De Syrische Omran – overigens niet een van de jongeren die door het WODC zijn geïnterviewd – koos bewust voor Nederland. ‘De belangrijkste reden om hiernaartoe te komen was de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst’, zegt hij. ‘Van kennissen hoorde ik bovendien dat het onderwijs hier heel goed is. En op internet las ik dat in Nederland veel werk was en dat er aandacht wordt besteed aan sport.’

Met deze summiere informatie op zak vliegt Omran naar Libanon en vervolgens naar Turkije. Vanaf daar is hij afhankelijk van mensensmokkelaars. Zijn ouders bekostigen zijn reis, die 10 duizend euro kost.

Eenmaal in Nederland slaat de paniek toe. Nadat Omran tevergeefs mensen op straat heeft aangesproken, weet hij de aandacht te trekken van politieagenten. Die kopen een treinticket voor hem naar Ter Apel, waar het aanmeldcentrum voor asielzoekers is gevestigd.

Eenzaam

Alleenreizende minderjarigen tot 15 jaar worden na aankomst direct bij pleeggezinnen ondergebracht. De voogdij ligt in handen van Stichting Nidos. Jongeren tussen de 15 en 18 jaar belanden in speciale opvanglocaties van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Ze hebben leerplicht en gaan gewoon naar school.

‘Het is eenzaam voor ze’, zegt Marije Struijk van Vluchtelingenwerk, die alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) in Utrecht begeleidt. ‘Tijdens hun reis hebben ze van reisagenten of vrienden soms informatie gekregen die achteraf niet bleek te kloppen. Het is voor hen moeilijk om te weten wie ze moeten vertrouwen. Het zijn ook gewoon pubers. De situatie waarin ze verkeren is verwarrend. Sommigen missen hun ouders erg.’

Omran wordt de eerste anderhalve week in een caravan ondergebracht en verhuist daarna naar de Koepel in Haarlem, voorheen een gevangenis. Hij voelt zich aan zijn lot overgelaten. ‘Niemand keek naar mij om. Ik werd hetzelfde behandeld als jeen volwassene.’ Een lichtpunt is dat hij na drie maanden verblijf in de Koepel een tijdlang bij een pleeggezin kan intrekken. Daar blijft hij totdat hij een kamer krijgt toegewezen.

Op papier gaat het goed met hem. Hij geeft kickboksles bij een sportschool in de buurt en werkt daarnaast geregeld als kok. In zijn vrije tijd spreekt hij af met vrienden. Toch voelt hij zich eenzaam. ‘Ik spreek mijn ouders elke dag, maar het is moeilijk om zonder hen te leven. Toen ik hier net aankwam, had ik last van nachtmerries. Als ik wakker werd, wachtte ik tot mijn moeder mij zou vergezellen met een kopje koffie, net als thuis. Ik kon niet bevatten dat ik hier echt alleen was.’

Gezinshereniging

De meeste amv’s, zo blijkt uit het rapport van het WODC, vragen na het verkrijgen van een verblijfsvergunning gezinshereniging aan. De procedure verloopt hetzelfde als bij volwassenen, en ook voor minderjarigen geldt dat de inwilligingspercentages sterk per nationaliteit verschillen. Het gros van de Syriërs maakt kans op gezinshereniging, in tegenstelling tot Afghanen en Eritreeërs. 

Jongeren van wie de verblijfsvergunning is afgewezen, moeten op enig moment terug’, zegt Monika Smit, hoogleraar psychosociale zorg voor amv’s aan de Rijksuniversiteit Groningen en tevens werkzaam bij het WODC. ‘Er is nog weinig bekend over wat er met deze groep gebeurt. Veel jongeren, ook diegenen van wie de verblijfsvergunning is afgewezen, laten weten dat ze van plan zijn te blijven. Het risico is dat ze in de illegaliteit belanden.’

Ook Omran is van plan een verzoek tot gezinshereniging in te dienen. ‘Ik probeer mijn dromen waar te maken en mijn leven op te bouwen, maar dat kan ik niet zonder mijn familie. Mensen zeggen dat ik er gelukkig uitzie, maar van binnen voel ik mij verscheurd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden