Omgaan met agressief gedrag: 'nooit schreeuwen'

Leerlingen proberen altijd uit hoe ver ze kunnen gaan. Heel ver, als de school niet duidelijk is. Het Nova College stuurt zijn personeel daarom op cursus 'leren omgaan met agressief gedrag'.

Wat is voor jullie agressie?', vraagt trainer Roderik Sommerdijk aan de circa tachtig aanwezigen in de zaal. Iemand roept: 'Als het dreigend aanvoelt.' De trainer: 'Oh, dus als je niet bang bent voor degene die jou met een pistool bedreigt, dan is dat geen agressie?' Gelach. Het blijkt nog niet zo makkelijk om een eenduidige definitie voor het begrip agressie te vinden, merken de werknemers van het Nova College in Beverwijk, een ROC. Ze zijn deze middag verplicht aanwezig tijdens de 'kick-off' van de training 'omgaan met asociaal en agressief gedrag'.

Die wordt gegeven door vijf trainers van het FiAC, een bureau dat cursussen geeft aan onderwijspersoneel. Vandaag op het programma: interactief theater waarin acteurs met het personeel scènes uit de dagelijkse praktijk naspelen. Later op de dag zijn er groepsgesprekken. Over enkele weken volgen voor de groepen nog drie dagdelen met oefeningen en discussies. Ook daar: aanwezigheid verplicht. Van leerkrachten en leidinggevend personeel tot conciërge en baliemedewerker, iedereen moet meedoen.

'Je merkt bij de trainingen in het begin wel wat weerstand', Henk Visschedijk van het FiAC. 'Mensen hebben er geen zin in, ze hebben het vaak al erg druk. Sommigen hebben, denken ze, nooit met agressie te maken en vinden het nutteloos. Maar dat gevoel verandert gaandeweg de training wel, zeker als ze zien waar collega's mee te maken hebben.'

Telefoon
De vier acteurs/co-trainers gaan het toneel op om een situatie uit de praktijk na te spelen. Alle mensen in de zaal krijgen een rode en een groene kaart. Die moeten ze omhoog steken als ze het goed (groen) of slecht (rood) gedrag vinden. Drie acteurs spelen leerlingen, een de docente. De leerlingen gaan zitten, een van hen zit te bellen. De docente brult 'Hé!! Uit die telefoon. Uit!' De leerling kijkt haar even aan en gaat gewoon door met bellen. In de zaal gaan alle rode kaarten omhoog. 'Je moet nooit schreeuwen', zegt iemand. Een collega: 'Je moet de leerlingen meteen aan het begin van de les vertellen dat het niet mag.'

Een van de 'echte' docenten stapt het podium op om het even voor te doen. Hij zegt rustig tegen het bellende meisje: 'Ik heb het je vorige keer al gezegd, je mag niet bellen. Stop hem maar in je tas, na de les mag je weer bellen.' Het meisje stopt de telefoon in haar tas en hij steekt zijn duim naar haar op. In de zaal luid applaus voor de collega. Zo volgen er nog wat scènes waarin de docente de tegendraadse en botte leerlingen in het gareel probeert te krijgen. Steeds vliegen de kaarten omhoog en gaat Roderik Sommerdijk in discussie met de zaal.

Agressie kent vele vormen. Het kan die grote jongen zijn die dreigend voor je gaat staan, maar ook een boze blik of een leerlinge die weigert de klas uit te gaan. Het gaat altijd om grensoverschrijdend gedrag, zo is inmiddels duidelijk. Er zijn drie soorten gedrag, legt Sommerdijk uit: gewenst, ongewenst en ontoelaatbaar gedrag. Die laatste categorie is voor de meeste mensen duidelijk: wapens meenemen, vechten en drugs of alcohol gebruiken. Maar wat zijn de schoolregels over ongewenst gedrag als telefoneren, pingen, jassen aanhouden, petjes dragen of voeten op tafel?

Als Sommerdijk de aanwezigen vraagt of petjes in de klas wel of niet zijn toegestaan, is de verhouding rode en groene kaarten ongeveer fifty-fifty. Sommerdijk: 'Het maakt niet uit wát de regel is, als het maar duidelijk is. Nu houdt iedereen een andere regel aan. Het is voor een docent die petjes in de klas verbiedt niet leuk dat hij als zeikerd wordt weggezet, omdat het van een collega wél mag.'

Sancties
Ook belangrijk: wat zijn de sancties? Iedereen is het erover eens dat het weinig zin heeft een leerling drie, vier keer te waarschuwen als er geen duidelijkheid is over de straf. Nu wordt de discussie in de zaal heviger. Een docent roept: 'Ik hoop niet dat we hier nu met z'n allen de regels en sancties gaan afspreken. Ik heb na vele jaren mijn eigen stijl gevonden.' Een ander zegt juist moeite te hebben met het gebrek aan duidelijkheid op het college.

'Je hebt naast de regel een sanctie nodig waarin je gesteund wordt en dat gebeurt hier op school vaak niet.' Co-trainer Meghna Kumar vertelde voorafgaand aan de training al hoe belangrijk die steun is. 'Een voorbeeld: een jonge docente kreeg van een leerling een zware etui tegen haar hoofd gesmeten. Toen ze dit bij de leiding aankaartte, werd ze vooral op haar eigen houding aangesproken. Ze moest een volgende keer misschien wat 'liever' zijn. Dat geeft de docent een onveilig gevoel.'

Loes Hooijboer (30, strenge bril, kort zwart haar) doceert laboratoriumtechniek. Ze herkent veel van de nagespeelde situaties, maar zegt zelf geen moeite te hebben met lastige leerlingen. 'Ik ben erg streng. Als iets niet mag, dan gebeurt het ook niet en de leerlingen luisteren.' Ze lijkt er zelf verbaasd over. 'Ik dacht altijd dat alleen oudere docenten dat gezag hadden. Eerder werkte ik op een VMBO. Daar was de verbale agressie veel heftiger, maar ik was een überbitch en ik had op alles een antwoord. Alleen moest ik in de vakanties wel flink ontstressen.'

Haar collega John Schoorl (twee meter lang, kaal, geruit overhemd) is docent zorg & welzijn. Op het eerste gezicht niet een type waar je als leerling ruzie mee moet krijgen. Maar dat is ook niet aan de orde, vertelt hij. 'Ik zit nu elf jaar in het onderwijs en merk heus wel dat de opvoedfunctie steeds belangrijker is geworden. Alleen: je moet de jongeren niet zélf agressief gaan benaderen, maar juist op hun niveau gaan zitten. Als ik respectvol met ze omga en duidelijk ben over de regels, is er niets aan de hand. Ik ken ook hun straattaal, dus dat scheelt.' Het enige waar hij zich wild aan ergert, zijn de mobieltjes. 'Ze zijn er aan verslaafd. Toen ik een keer mobieltje van een leerling afpakte, begon ze zelfs te huilen. Belachelijk. Wat mij betreft wordt het Nova College de eerste mobielvrije school.'

Dagelijkse kost
Na de bijeenkomst met het interactief theater praat het personeel in groepjes verder in klaslokalen. Co-trainer Karim el Guennouni laat een medewerkster van de administratieafdeling en een conciërge aan den lijve voelen wat agressief gedrag is. De opdracht is: je mag niks terugzeggen of doen, maar alleen voelen. De twee gaan tegenover El Guennouni staan, armen langs het lichaam. De trainer begint te provoceren, te duwen, te schreeuwen. De vrouw zegt wat verbouwereerd: 'Hij komt in mijn ruimte, het komt heel heftig bij mij naar binnen.'

Conciërge Siem Oostendorp (32, trui, stoppels en pretoogjes) is wat lakonieker. 'Ik zit er niet mee, hoor.' Een docente achter hem zegt: 'Ja, maar je kreeg wel een rode nek, dat zag ik!' Na afloop van de bijeenkomst vertelt Oostendorp dat asociaal gedrag van leerlingen dagelijkse kost is. 'Ze proberen steeds weer te kijken hoever ze kunnen gaan. Parkeren op een invalidenplaats, roken waar het niet mag, pauzeren in een verboden zone. Ik ga de discussie niet eens meer aan, maar blijf gewoon voor ze staan tot ze weg zijn.' De cursus vindt hij interessant. Hij zegt te hopen dat het resulteert in meer samenwerking met de docenten. 'Het zou wel goed zijn als de docenten iets vaker tussen de leerlingen pauzeerden. Maar ze zitten tijdens de pauze in een afgesloten ruimte en dan hebben wij, de twee conciërges, ineens 500 leerlingen.'

Verplicht melden
Extreme vormen van geweld op scholen (steek- en schietpartijen) zijn een tamelijk zeldzaam fenomeen in Nederland. Er zijn enkele spraakmakende geweldsincidenten geweest, zoals de schietpartij op het Haagse Terra College in 2004, waarbij een leerling een docent doodschoot. Landelijke cijfers over veiligheid op scholen zijn er niet. De invoering van een wettelijke verplichting om incidenten op scholen te registreren voor de veiligheid wordt een jaar uitgesteld.

Scholen hoeven incidenten pas te registreren vanaf studiejaar 2012-2013. Dit landelijk registratiesysteem moet duidelijk maken hoe groot het probleem van geweld op scholen precies is. Het Platform

Veiligheid van de MBO-raad voert een tweejaarlijkse veiligheidsmonitor uit, een trendstudie onder docenten en leerlingen. Daaruit blijkt dat het de afgelopen tien jaar veiliger is geworden op het MBO: personeel voelt zich veiliger en het aantal incidenten daalt.

Een veiligheidsplan is onvoldoende
Toen op een van de onderwijslocaties van het Nova College de problemen met ruziemakende jongeren te groot dreigden te worden, werd besloten een extern trainingsinstituut in te schakelen om het personeel te leren om te gaan met (dreigend) geweld. Conny Daansen, directeur van de Nova Academie, het interne scholingsinstituut van de onderwijsinstelling, wil het liever niet benadrukken, maar: 'Er zijn in het verleden een paar serieuze incidenten geweest, zoals vechtpartijen en meisjes die elkaar de ogen uitkrabden.

Het probleem was eigenlijk meer de ruzies tussen groepen jongeren van verschillende culturen. De situatie was soms dreigend voor de leerkrachten.' Op de school werden al wel agressietrainingen gegeven, maar die waren kleinschalig en voor afdelingen afzonderlijk.

Carolien Nieuwenhuizen, projectleider van deze trainingen: 'We wilden het probleem nu eens bedrijfsbreed aanpakken, dus niet alleen het onderwijspersoneel trainen, maar alle medewerkers, ook administratief personeel, baliemedewerkers en conciërges.' Vooral die laatste groep krijgt het nogal eens te verduren. 'Leerkrachten laten veel over aan de facilitaire medewerkers. Een leerling in de gang aanspreken op asociaal gedrag is moeilijk. Zeker als het niet 'jouw' leerling is.'

Daansen hoort van docenten dat vooral de verbale agressie de laatste jaren is toegenomen. 'Leerlingen zijn veel mondiger geworden. Vooral op ons onderwijsniveau 2 hebben leerkrachten het daar soms moeilijk mee.'Bij het ROC Nova College volgen zo'n 15 duizend leerlingen een beroepsopleiding in economie, techniek, zorg & welzijn en voortgezet algemeen volwassenenonderwijs.

Het college heeft drie grote locaties in Haarlem, Hoofddorp en Beverwijk en nog vijftien kleinere in de regio's IJmond, Haarlem, Haarlemmermeer, Amstelveen en de Duin- en Bollenstreek. Het college heeft een (wettelijk verplicht) veiligheidsplan. In de praktijk wordt dat niet vaak uit de kast gehaald. 'Er staat mooie theorie in, maar de vraag is: hoe vertaal je het nu naar de praktijk?' aldus Daansen.

Voor haar is daarom een van de belangrijkste doelstellingen van de cursus dat alle medewerkers weten waar ze aan toe zijn. 'Net als jongeren hebben medewerkers behoefte aan structuur. Daarom moet duidelijk zijn wat de regels bij ons op school zijn en welke sancties er staan op het overtreden ervan. Als medewerkers hiervan goed op het hoogte zijn en zich gesteund voelen door de schoolleiding, geeft dat al een veel groter gevoel van veiligheid. En dat is voor ons een voorwaarde om een school te kunnen zijn waar je je kunt ontwikkelen. Niet alleen in je vak, maar ook persoonlijk.' Als de FiAC-trainingen op het Nova College achter de rug zijn, blijft het onderwerp aandacht krijgen.

Carolien Nieuwenhuizen: 'We willen dat groepjes medewerkers zich met het onderwerp bezig blijven en in de gaten houden of alles blijft gaan zoals op basis van de cursus is afgesproken.' (Tekst Annette Posthumus, foto Kick Smeets)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden