Omdat ik lijk op een terrorist

null Beeld Ilja Keizer
Beeld Ilja Keizer

Schiphol was voor hem altijd een feestje, maar na 11 september werd luchthavenbezoek voor Haroon Ali een zenuwslopende aangelegenheid. 'Heb je militaire training gehad?'

Als kind was Schiphol mijn favoriete plek. Niet vanwege de vliegtuigen, maar omdat het een hysterische bijenkorf is vol prachtige mensen, met uiteenlopende huidskleuren en klederdrachten. Tijdens mijn studie werkte ik jarenlang als enquêteur op de luchthaven - en ik bleef het een magische plek vinden. Nu loopt de spanning op als ik het vliegveld nader.

Vanaf het moment dat ik uit de trein stap, denk ik aan de camera's die overal hangen. Sinds ik weet dat de marechaussee 'slimme camera's' gebruikt om afwijkende gebaren en bewegingen te signaleren, zorg ik dat ik niet te lang in mijn eentje ergens blijf stilstaan. Mijn trolley houd ik altijd dicht bij me, voor je het weet is het een verdacht pakket. Uit voorzorg heb ik mijn baard al wat korter getrimd en draag ik een net overhemd in plaats van een hoodie. Nooit een zonnebril.

De interne onrust neemt toe als ik in de rij sta voor de paspoortcontrole. Ik heb (alleen) een Nederlands paspoort - geboorteplaats Alkmaar - maar word met argwaan bekeken. De douanebeambte bladert net te lang door mijn paspoort en blijft hangen bij elke stempel. Hij tuurt net te lang naar zijn scherm. Wat zou er toch in mijn dossier staan? En waarom zegt de marechaussee nooit 'welkom thuis' als ik terugkom in mijn eigen land?

Het is vast ook mijn eigen paranoia, maar die is niet ongegrond. Ik krijg vaak de special treatment. Vooral in de VS. Of het nu in New York, Los Angeles of Memphis is, ik moet altijd een halfuurtje wachten terwijl mijn westerse reisgenoten al naar de bagageband snellen. De stoel waarop ik moet plaatsnemen, brandt onder mijn achterste en mijn bloed kookt terwijl ik de klok zie wegtikken. Waarom kan ik verdomme gewoon niet doorlopen?! Ik bén geen terrorist, ik ben niet eens moslim!

null Beeld anp
Beeld anp

Vloeistoffen

Als ik terugdenk aan 11 september 2001, weet ik nog dat mijn Pakistaanse vader zei: nu breekt de Derde Wereldoorlog uit. Maar ik merkte er weinig van. De War on Terror, de Patriot Act, de oorlogen in Irak en Afghanistan bleven voor mij abstract. Je vloeistoffen moesten in doorzichtige zakjes, dat was het. Ergens ben ik die kalmte verloren. Op luchthavens word ik nu overmand door argwaan. Niet omdat ik bang ben voor terrorisme, maar omdat ik bang ben om voor terrorist te worden aangezien.

De frustratie mogen 'ze' niet merken. Ik mag absoluut mijn stem niet verheffen, ook als ik voor de derde keer moet uitleggen dat Amsterdam niet hetzelfde is als The Netherlands. Ik glimlach als een Stepford wife, want ik weet hoe mijn wenkbrauwen kunnen staan als ik geïrriteerd ben. Dus leg ik vrolijk uit dat het voor Europeanen heel normaal is om op vakantie te gaan naar Turkije - je kunt er zelfs alcohol bestellen. Waarom werken er juist op deze post zulke wereldvreemde debielen?

De naarste ervaring had ik in 2011, toen ik met een fotografe op wereldreis ging. Ik vloog van Seoul via San Francisco naar Mexico City en zou in Amerika dus niet eens de luchthaven verlaten. Toch werd de bagage geïnspecteerd. De fotoapparatuur van mijn collega wekte geen argwaan, maar mijn vieze boxershorts werden met plastic handschoenen een voor een doorzocht.

null Beeld anp
Beeld anp

Homeland

Bij de paspoortcontrole werd het nog erger. Door mijn zenuwen herinner ik me vooral flarden, maar het ging ongeveer zo. De man achter de balie knikte eerst vriendelijk naar me, legde mijn paspoort onder de scanner en keek naar zijn computerscherm, toen zijn gezicht vertrok. 'You're gonna have to wait, sir', zei hij zachtjes en kalm. Binnen enkele seconden verschenen twee agenten. Ik werd meegenomen naar een ruimte die vol zat met donkere mannen en lichter getinte Arabieren. De zaal was omringd door een glaswand, het signaal van mijn telefoon werkte niet - toeval? In het midden stond een balie, met daarachter klapdeuren die leidden naar een gang met allerlei deurtjes. Ik fantaseerde over wat daar gebeurde.

Gelukkig bestond Homeland toen nog niet (een tv-serie over de terrorismebestrijders van de CIA, die nogal ver gaan in het opsporen van moslimextremisten).

Douane op Schiphol Beeld anp
Douane op SchipholBeeld anp

Syrië? Iran?

Het zal vast korter hebben geduurd, maar voor mijn gevoel zat ik er uren. Het rare was dat ik meerdere keren naar de balie werd geroepen, waar telkens iemand anders mij een vraag stelde. 'Have you ever been to Syria? Iran?' En weer zitten. Weer naar voren. 'Waar is je vader geboren?' Zitten. Weer naar voren. 'Heb je ooit militaire training gehad?' Dat ik een vlucht moest halen, kon niemand wat schelen.

Stilzitten in een wachtkamer vol 'verdachte personen' doet rare dingen met je. Je bestudeert elkaar. Waarom zit mijn buurman hier? Wat denkt hij over mij? Hebben ze mijn zoekresultaten op Google erbij gehaald? Ik ben journalist dus ik zoek van alles op: religies, sekten, seriemoordenaars, oorlogen en ja, ook terroristische bewegingen. Zou dat het zijn? Maar als de NSA dat kan zien, zien ze toch ook dat ik het voor mijn werk doe? En dat ik heus geen extremist ben? Of heb ik toch iets fout gedaan?

Ik zal het nooit weten. Op mijn vraag waarom ik hier zat, kreeg ik geen antwoord. Uit het niets werd mijn paspoort weer in mijn handen geduwd. Nog nooit was ik zo blij met dat boekje, toch kon ik het niet laten om het toch nog een keer te vragen. Waarom ben ik ondervraagd? Waarom? Ik werd gemaand door een andere klapdeur te vertrekken. Ineens stond ik weer in de taxfreewinkels. Hoewel we haast hadden, zei ik trillend tegen mijn reisgenoot: 'Eerst een biertje.'

Nu zijn de veiligheidsdiensten in Amerika berucht om hun doorgeslagen moslimfobie. Al had ik - wellicht naïef - nooit gedacht dat die paniek mij zo direct en zo consequent zou treffen. Het ergste is dat ik post-9/11 ook buiten Amerika de scannende laserogen van douanebeambten door mij voel schroeien. In 2004 kreeg ik als onschuldig 20-jarig jochie in Toronto de volle laag toen ik daar een semester ging studeren. Mijn cijferlijsten, bankafschriften en toelatingsbrieven werden door meerdere douanebeambten tegen het licht gehouden terwijl mijn drie vrouwelijke, Hollandse medestudenten mochten doorwandelen. En ik dacht dat Canadezen zo gastvrij waren.

Omdat mij nooit wordt verteld waarom ik zo uitvoerig wordt ondervraagd, maar ik wel steeds meer van mezelf prijsgeef, word ik elke reis meer paranoïde. Waarom haalt de douanier in Johannesburg zijn collega erbij? Waarom wordt in Lima juist aan mij gevraagd of ik 'vrijwillig' de nieuwe fullbodyscan wil uitproberen? Waarom heb ik elke keer als ik op Heathrow land het gevoel dat ze mij zien als een bloody Paki? Beeld ik het me allemaal in of knippert bij mij echt de melding: high risk?

Er knippert wel degelijk iets. Dat moet wel. In ieder geval op luchthaven Ben Gurion in Tel Aviv, waar ik in 2011 ook was. Nu heeft bijna iedereen daar gelazer en ik wist dan ook dat soloreiziger Haroon Ali ertussenuit gepikt zou worden. Daarom had ik alvast iets bedacht. Ik ging vanaf moment één duidelijk maken dat ze van mij helemaal niets hadden te vrezen. Geen boze Arabier hier.

Hoe? Door direct te zeggen dat ik een vrijgezelle homo was die hier kwam om te zonnen en te feesten en te genieten van de Israëlische mannen. Ik had een goede aan ondervrager 1, een vrolijk meisje van mijn leeftijd. 'Oh, you're gonna love it here.' Ze gaf me uitgaanstips. Stempel in de pocket - dacht ik - maar helaas moest ik daarna door haar collega worden gescreend. En door zijn leidinggevende.

Daar ging mijn tactiek. Bijna drie uur zat ik vast. Met het normale gelazer op Ben Gurion had dit niks meer te maken. In tegenstelling tot de Amerikaanse ondervragers - niet echt snugger en vooral bot - zijn hun Israëlische collega's veel vriendelijker. Elke vraag wordt beleefd gesteld, veel zinnen beginnen met: 'I hope you don't mind...' Ondervrager 3 wilde echter wel alle adressen noteren van de CouchSurfers bij wie ik zou logeren en de nummers van iedereen die ik in Israël kende. Hij dwong me in te loggen in mijn mailbox en scande mijn mobiele contacten op Arabische namen.

Natuurlijk werd hiermee elke privacywet overtreden, maar wat kon ik doen? Het was meewerken of terugvliegen. Dus overhandigde ik 'vrijwillig' mijn mobiel aan een norse vreemde. Daarna moest ik weer wachten, naast een zwarte man in een kaftan. Weer die klok aan de muur. Net zo onverwachts als in de VS kwam de beambte later naar buiten en gaf me mijn pas: 'Enjoy your stay in Israel.'

null Beeld anp
Beeld anp
Luchthaven Ben Gurion Beeld afp
Luchthaven Ben GurionBeeld afp

Watchlist

Het is mensonterend om zo'n speelbal te zijn van stereotypering. Die twee ondervragingen in 2011 hebben mij nog dagen daarna het gevoel gegeven dat ik minder rechten heb dan anderen. Ik ben gereduceerd tot een optelsom van risicofactoren, waarvan ik niet eens weet hoe risicovol die worden gevonden. Is het de naam Haroon Ali? Mijn getinte huid en donkere baard? Mijn islamitische ouders? Mijn Pakistaanse wortels? Mijn beroep? Dat ik vaak alleen reis? Alles bij elkaar?

Misschien moet ik het oneerlijke, discriminerende systeem van veiligheidscontroles juist uitdagen. Elke persoonlijke vraag beantwoorden met een wedervraag en moslimvrezende risicolanden als de VS en Israël boycotten. Maar dan maak ik het mezelf alleen maar moeilijker. Dus speel ik het spel mee, zover zelfs dat ik mijn eigen gedrag stuur en censureer. Ik troost me met de gedachte dat er gelukkig ook plekken zijn waar douanebeambten nog grapjes maken.

In november vertelde documentairemaakster Laura Poitras, die ook de Snowden-film Citizenfour maakte, tegen de Volkskrant dat ze voorheen op een 'watchlist' stond. Ze werd op luchthavens telkens apart genomen en ondervraagd. Daarom liet ze journalist en advocaat Glenn Greenwald er een stukje over schrijven voor Salon.com. 'Kort na de publicatie kon ik plots weer ongestoord reizen, wat iets zegt over die watchlist. Eén artikeltje en ik was kennelijk geen gevaarlijk persoon meer.'

Nu wil ik mezelf niet met haar vergelijken, maar dat citaat is me wel bijgebleven. Een verdenking is kennelijk zo weer verdwenen. Daarom een boodschap voor douanebeambten over de hele wereld: ik ben niet gevaarlijk en zeker geen terrorist. Laat me met rust.

Laura Poitras Beeld getty
Laura PoitrasBeeld getty
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden