'Omagh' geeft het woord aan de nabestaanden

Een auto volgeladen met explosieven wordt geparkeerd, en het leven gaat door. In de openingsscènes van Omagh van Pete Travis is te zien hoe een Noord-Ierse terreurgroep een aanslag voorbereidt, die moet plaatsvinden in een saaie winkelstraat van een klein stadje....

Het is een beproefde stijlfiguur: de aangekondigde ramp. Alle kleine gebeurtenissen, alle onbeduidende gesprekken krijgen een nieuwe waarde wanneer ze zo in de schaduw van de dood worden geplaatst. Gus Van Sant creëerde in Elephant een hele film rond het middel, Pete Travis gebruikt het alleen in de opening van Omagh om een gruwelijke explosie voor te bereiden. De droge feiten zijn dramatisch genoeg.

Op 15 augustus 1998 bracht de 'Real IRA', een kleine, radicale afsplitsing van de IRA, een bom tot ontploffing in Omagh. De aanslag werd telefonisch aangekondigd, maar de locatie werd bewust vaag gehouden. Daardoor zette de politie de verkeerde straten af, en dreef voorbijgangers juist naar de onheilsplek toe. Negenentwintig mensen stierven. Ruim tweehonderd raakten gewond.

In een semi-documentaire stijl, met bijna ontkleurde beelden, en een camera die zich vrij en wild beweegt, laat de film het vervolg op de terreurdaad zien. Omagh, mede geschreven en geproduceerd door Paul Greengrass, de maker van Bloody Sunday, richt zich op de nabestaanden.

Omdat er geen verdachten werden opgepakt, verenigden ze zich in een zelfhulpgroep, die geleidelijk ontdekte hoe voor de aanslag waarschuwingen van tipgevers werden genegeerd, een degelijk politieonderzoek door incomplete informatie onmogelijk werd gemaakt, en politici van de zaak afwilden om het vredesproces niet te hinderen.

Het knappe van Omagh is dat de film uitwaaiert, tientallen personages aan het woord laat, nieuwsflitsen en persconferenties voorbij laat komen, de verliezen van een hele stad laat zien, en toch een eenheid blijft. Van de diversiteit aan gesprekken en de vele manieren om met het verdriet om te gaan keert de film steeds weer terug naar hetzelfde beeld, de emotionele kern die wordt gevormd door het gezicht van Gerard McSorley.

Hij speelt Michael Gallagher, die zijn zoon verloor en bijna tegen zijn wil de woordvoerder van de nabestaanden werd. Hij laat zich niet afbluffen door de politie en niet intimideren door Sinn Fein-leider Gerry Adams, maar blijft, geduldig en goedgemanierd, aandringen en vasthouden.

McSorley is een imponerende acteur die de combinatie van kracht en ingetogenheid volmaakt kan uitspelen, en de intensiteit van de film voortdurend opvoert – gewoon, door steeds iets zachter en iets langzamer te spreken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden