Oma's dood ging mooi niet door

Oma 'Nenek' Nyai moet overeind worden gehesen. Haar broze, tachtigjarige lijfje kan dat niet meer alleen. Het is een klein ongemak voor een vrouw die gisteren nog dood was....

Haar overlijden is haar niet aan te zien. Eenmaal rechtop in de kussens begint ze te lachen en te praten tegen de zoons, dochters, kleinkinderen en anderen die altijd in het kleine huis in Bekasi te vinden zijn. Je hoeft niet lang te luisteren om te weten wie de baas is in dit huis. Zo goed als ze kan lachen, zo venijnig kan ze kwaad worden.

Nenek is een asli Betawi, een rasechte Betawi: de oorspronkelijke bewoners van Jakarta, die destijds hun naam aan Batavia gaven, of omgekeerd. Betawi zijn 'zwart', zeggen de Javanen. Ze zijn donkerder getint, en een donkerbruin vel is voor een Javaan een teken van armoede. Alleen boeren, zwervers en andere armoedzaaiers stellen hun huid zo aan de zon bloot dat ze 'zwart' worden. Wie het zich kan veroorloven blijft in de schaduw.

Het kan Nenek en haar kinderen niet schelen. Zij zijn er trots op dat ze Betawi zijn. Ook dat ze arm zijn deert ze niet. Ze werken allemaal hard en verdienen genoeg om in hun kleine huisjes in Bekasi te overleven. Zij zijn eerlijke groenteboeren, meubelmakers en straatventers, en Nenek is hun opperhoofd, zoals oma's op Java dat overal zijn.

Gisteren was Nenek dood. In haar slaap overleden. Hoe ze ook riepen of schudden of smeekten: het oude vrouwtje lag stil en onbeweeglijk en gaf geen teken van leven meer. De dokter kwam en vond geen hartslag. Ademen deed ze evenmin, en iedereen moest toegeven dat haar broze lichaam koud aanvoelde. Steenkoud.

Familieleden die telefoon hadden begonnen elkaar te bellen, anderen stapten op de brommer en reden langs de huisjes van broers en zussen om het nieuws door te geven.

Twaalf uur lag ze daar in het brede bed waar ze niet uit kan vallen. Familieleden vulden de kleine kamer met de kartonnen muren en begonnen de begrafenis voor te bereiden. Nenek is katholiek, een uitzondering onder de Betawi, dus ze hoefde niet meteen de grond in zoals dat bij moslims de gewoonte is. Dat was haar geluk. Want na twaalf uur met gevouwen handen opgebaard te hebben gelegen, hikte zij en sloeg haar ogen op.

Ze had honger, en was blij zo veel van haar kinderen te zien - die kwamen anders niet zo vaak. Om eerlijk te zijn: haar kinderen zijn nog steeds bang voor haar, want Nenek is nooit spaarzaam met kritiek, dus mijden ze het kleine huisje achter de markt in Bekasi een beetje. Maar nu waren ze er bijna allemaal. Zelfs uit het verre Jakarta waren ze gekomen om haar de laatste eer te bewijzen.

Een dag later is het nog steeds druk. Nenek geniet van het fruit en de cake die kinderen en kleinkinderen hebben meegebracht, en vertelt wat haar is overkomen. Ze vertelt het op de zelfde alledaagse toon als waarop ze vertelt dat haar oudste zoon, haar lieveling, gisteravond van die lekkere rambutan had meegenomen.

Zij vertelt hoe zij, terwijl iedereen dacht dat zij dood in haar bed lag, uit wandelen was geweest. 'Ik was wakker geworden en ben opgestaan. Ik wist dat ik het huis uit moest. Die kant moest ik op, wist ik, dus daarheen ben ik gaan lopen.' Zij wijst naar rechts, waar een modderig pad tussen de marktkramen door Bekasi uit loopt, 'Ver, heel ver heb ik gelopen. Ik wist niet waar ik was en het was erg druk op straat. Heel veel, meer dan duizend mensen liepen met mij de zelfde kant op, alsmaar rechtdoor. Tot we, na heel lang gelopen te hebben, op een plek kwamen waar lange mensen waren. Die lange mensen begonnen tegen mij te praten. Ze zeiden: ''Nenek, Nyai, wat doe jij hier? Wat heb je hier te zoeken?'' ''Ik moet hierheen'', zei ik en liep door.

'Maar andere lange mensen hielden me tegen en vroegen ook: ''Wat doe je hier?'' ''Ga toch naar huis'', zeiden ze. ''Je hoort hier niet. Keer om. Ga terug naar je huis.'' Toen ben ik het hele eind weer teruggelopen. Ik ben thuis in bed gekropen en weer gaan slapen. Ik was erg moe.'

Dat is alles. Het verhaal van haar dood die niet doorging. Ze sabbelt op een druif, spuugt het velletje en de pit uit, en kijkt met een lach in haar heldere ogen naar haar kleindochter, oudste dochter van haar lievelingszoon, die aan het voeteneinde van haar bed staat. 'Wanneer ga je trouwen?' vraagt ze, terwijl ze de vriend van haar kleindochter schuin aankijkt. 'Je moet opschieten, weet je, ik heb nog maar twee maanden of zo, en ik wil dat nog wel meemaken.'

De kleindochter slaakt onhoorbaar een zucht. Nenek is weer terug. De oude Nenek, die al haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen altijd vertelt wat ze moeten doen. En Neneks wil is wet, althans hier op aarde.

'Zodra we geld genoeg hebben voor de bruiloft', zegt het meisje zacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden