'Oma, ik ben getroffen', zei Jantje

Jantje was een jongetje van nog geen tien. Het was zaterdagavond 14 april 1945. Een maand later zou hij geen negen meer zijn....

Han van Gessel

Canadezen kwamen de straat binnengereden en er weerklonk een salvo. Mikpunt was het huis ernaast, waar een NSB'er woonde, maar een verdwaalde kogel trof Jantje in zijn halsslagader. 'Oma, ik ben getroffen', kon hij nog uitbrengen, en toen was hij dood.

Niemand in de directe familie heeft dat noodlottige voorval overleefd. Eerst was er de totale ontreddering, daarna volgde tot op de dag van vandaag het stille verdriet. Het is het verdriet om een onschuldige jongen wiens onverhoedse dood in de chaotische dagen rond de bevrijding diepe sporen naliet. Een wrede speling van het lot.

Philip Freriks vertelt in Jantje het verhaal van zijn oudste broer. In sobere bewoordingen, zonder opsmuk of tierelantijnen. Hoe hij (geboren in 1944) opgroeide in Utrecht, als zoon van een spoorwegman, en van kinds af met het verhaal werd geconfronteerd. 'Onvervreemdbaar familiebezit. Schrijnend als een schaafwond tot in lengte van dagen. Een zwakke plek die af en toe opspeelt als bij veranderende weersomstandigheden.' Maar veel werd er thuis of in de familie niet over gesproken, daarvoor was het onderwerp te beladen.

Jantje was een lieve jongen, intelligent, ondernemend, 'een levensgenieter in potentie'. Als oudste was hij voorbestemd tot pseudo-pater familias. Met zijn broertje Joke (nu Joop) ging hij bij opa en oma in Groningen logeren om te ontsnappen aan de hongerwinter in Utrecht.

Toen braken de gevechten uit.

Freriks reconstrueert het verhaal met veel zorg en aandacht voor details. Hij doet dat niet alleen op basis van zijn eigen herinneringen aan de jaren na de gebeurtenis, maar vooral ook aan de hand van tal van gesprekken en foto's in het album dat zijn vader met veel precisie had bijgehouden: 'een dik fotoalbum met zwarte pagina's en pergamijn beschermvellen'.

Empathie, dat is het woord waar het in dit soort verhalen om gaat. De betrokkenheid is vanzelfsprekend groot, maar die mag niet doorslaan naar sentimentaliteit of pathetiek. Het treffen van de goede toon is van essentieel belang om de lezer de ruimte te geven zich in te leven in het verhaal.

Bijzonder zijn daarom de portretten die Freriks tussen de regels door schetst van zijn broer Joop en zijn zus Suzanne, en van zijn ouders natuurlijk. 'Op de foto's zien we jonge ouders. Kwetsbaar. Zo had ik ze niet eerder gezien. Maar misschien komt dat door wat ik nu weet. Ze waren zo jong toen het ze allemaal overkwam. De oorlog, het verloren kind. Toch verder leven.'

Begraafplaats Den en Rust in Bilthoven. Daar ligt Jantje begraven. 'Hoe vaak zijn we er niet geweest?', zegt Freriks aan het begin van zijn zoektocht. 'Zo vaak in ieder geval dat ik de route wel kan dromen.'

Aan het eind is de cirkel gesloten. 'Op 19 mei van dit jaar 2005 zou Jantje zeventig zijn geworden. Een kroonjaar. We zouden misschien wel iets bijzonders hebben gedaan.'

Dat bijzondere staat nu verwoord in een mooi monumentje voor Jantje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden