Column Sheila Sitalsing

Om van een waardeloos imago af te komen, zal voor Nederland meer nodig zijn dan een sympathiek verhaal in een buitenlandse krant

Afgelopen week stond Menno Snel, staatssecretaris van Belastingzaken, in The New York Times uit te leggen dat Nederland een fatsoenlijk land is. Hij legde uit dat de regering het ook maar niks vindt ‘dat sommige buitenlandse ondernemingen het open belastingstelsel van Nederland misbruiken’ om hun winsten onbelast weg te sluizen uit het zicht van hun eigen fiscus. En dat dit kabinet kordaat de gaten aan het dichtstoppen is. Opdat ‘agressieve belastingplanning’ van bijvoorbeeld Nike, Google of Ikea – wat dus totáál iets anders is dan belastingontduiking – tot het verleden zal behoren.

Bij The New York Times geloven ze het ook nog niet helemaal. De verslaggever noteert geestig dat in de grote hal van het ministerie van Financiën potten met volgroeide palmen staan, die het geheel de air geven ‘van een tropisch belastingparadijs’ – al schrijft hij er grootmoedig bij dat dit vermoedelijk niet expres zo gedaan is.

De scepsis is begrijpelijk. Een paar jaar geleden nog besloot de volksvertegenwoordiging in een van verontwaardiging klotsende motie dat Nederland géén belastingparadijs is. De regering diende, zo verordonneerde de Kamer, ‘deze kwalijke kwalificatie’ te verwerpen ‘en waar mogelijk in de discussie erop aan te dringen deze kwalificatie achterwege te laten’.

Het was een aandoenlijke oproep, te midden van een storm van internationale kritiek op, en universeel chagrijn over, de Dutch Sandwich en andere verworvenheden van het Nederlandse fiscale beleid. Buitenlandse firma’s gebruikten Nederland toen al jaren om hun winsten weg te sluizen. Nederland verweerde zich met het argument dat je ook wel eens hoort van goedpraters van vrij wapenbezit in Amerika: met het belastingsysteem is niks mis, hooguit met een handjevol gebruikers ervan. Want wij kunnen er ook niks aan doen dat bedrijven zo graag gebruik maken van onze fantastische belastinginfrastructuur, waar niks mis mee is – hadden we dat al gezegd? – en die ook voor het overige uitstekend functioneert, en die superbelangrijk is voor ons vestigingsklimaat – hadden we al ‘vestigingsklimaat’ gezegd?

Die verdedigingslijn is lang volgehouden, tegen de klippen op, ondanks de toorn van de OECD, de Europese Commissie en Barack Obama, en ondanks de plaatsing op zwarte lijsten – een beetje zoals ze nu in Den Haag de dividendbelasting vanuit al hun vezels verdedigen.

Inmiddels is de wind gedraaid, op papier althans. Rutte III gaat een einde maken aan constructies die belastingontwijking faciliteren, zegt Rutte III, en Menno Snel heeft plannen ingediend. Dat moeten ze vooral in het buitenland weten, want dáár zijn ze het kwaadst, dus het ministerie zal blij zijn dat het charmeoffensief van de Nederlandse regering nu de lezers van The New York Times heeft bereikt.

‘We willen niet gezien worden als belastingontwijkers’, zegt Snel via The New York Times tegen zijn internationale kwelgeesten. Begrijpelijk. We willen allemaal wel eens wat.

Nu zijn ze in het buitenland doorgaans ook van de school die het eerst wil zien en dan pas geloven, en ze hebben wel vaker een regering grote gebaren zien maken zonder resultaat, dus wachten ze daar rustig de statistieken af, de cijfers over de directe buitenlandse investeringen en andere indicatoren die aantonen dat de geldstromen daadwerkelijk zijn verlegd. Om van een waardeloos imago af te komen, zal meer nodig zijn dan een sympathiek verhaal in een buitenlandse krant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden