Nieuws

Om salafisme-verwarring te voorkomen spreekt inlichtingendienst AIVD nu over ‘wahhabi-salafisme’

De Nederlandse veiligheidsdienst doet de term ‘salafisme’ in de ban. Om niet langer bij te dragen aan ‘verwarring’ tussen moslims en niet-moslims spreekt de AIVD voortaan van ‘wahhabi-salafisme’. Maar wetenschappers betwijfelen of dit nu een verbetering is.

Een straat in Mekka. De term wahhabi-salafisme verwijst naar de geloofsleer zoals die in Saoedi-Arabië wordt beleden. Beeld Corbis via Getty Images
Een straat in Mekka. De term wahhabi-salafisme verwijst naar de geloofsleer zoals die in Saoedi-Arabië wordt beleden.Beeld Corbis via Getty Images

De wijziging lijkt een futiel woordenspel, maar is feitelijk een erkenning van de kritiek die de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) al jaren krijgt. De dienst gebruikte de term ‘salafisme’ in 2004 voor het eerst in het Nederlandse debat voor de stroming die terroristen zou motiveren aanslagen te plegen. De term werd daarna, zoals de dienst nu zelf schrijft, ‘bij het brede publiek geassocieerd met extremisme en geweld’. Terwijl de term salaf voor veel moslims ‘juist een vrome en positieve bijklank heeft’, signaleert de dienst. Een bijkomend probleem is volgens de AIVD dat ‘veel salafisten zichzelf geen salafist noemen’.

Het theologische begrip salafisme verwijst naar het streven om te leven zoals de salaf, de voorganger. In het geval van de islam is dat de profeet Mohammed. Die levensopdracht was volgens de AIVD gevaarlijk omdat het uiteindelijk een ‘onverdraagzame, isolationistische en antidemocratische’ is. Maar daar denken tienduizenden Nederlandse moslims dus anders over. In abstracto streven zij er namelijk allemaal naar zo veel mogelijk als de profeet te leven.

Zo bekende de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb in 2018 dat hij zichzelf volgens die definitie als salafist beschouwt. ‘Elke moslim is een beetje een salafist.’ Hij was dan ook tegen het verdachtmaken of verbieden van het salafisme, zoals de afgelopen jaren geregeld in de politiek is betoogd.

Die begripsverwarring probeert de dienst nu weg te nemen door over te stappen op de term ‘wahhabi-salafisme’. De term dook voor het eerst in februari op in het Dreigingsbeeld statelijke actoren, dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) samen de AIVD en de militaire inlichtingendienst publiceert. De NCTV laat weten nog niet definitief te hebben besloten van het begrip salafisme af te stappen, de AIVD doet dat nadrukkelijk wel.

Geloofsleer

De veiligheidsdienst geeft een uitgebreide toelichting op de keus voor de term wahhabi-salafisme. Die verwijst naar de geloofsleer zoals die in Saoedi-Arabië wordt beleden. Die stroming zou volgens de dienst ‘in zo veel mogelijke aspecten van het leven het voorbeeld van de vrome voorgangers volgen en de islam en de praktijk van moslims zuiveren van ongeoorloofde toevoegingen’. Op die definitie volgt een toelichting vol theologische concepten. Met name het risico dat sommige aanhangers de democratie als ‘afgoderij’ bestempelen, wordt als problematisch beschouwd.

Vanuit de veiligheidsdienst bezien wordt hier wel een probleem opgelost, zegt de Utrechtse islamoloog Joas Wagemakers. ‘Als analist kun je met de term wahhabi-salafisme goed uit de voeten, terwijl je niet meer het probleem hebt dat moslims zoals Aboutaleb zich erdoor aangesproken voelen.’ Maar in hoeverre het voor de samenleving duidelijker is, moet Wagemakers nog zien. ‘Een probleem is om te beginnen dat in Nederland eigenlijk geen moslim is te vinden die zichzelf wahhabi-salafist zal noemen. Tegelijkertijd geldt ook nog steeds dat onder de moslims die de dienst als wahhabi-salafist zou bestempelen, velen geweld afwijzen en ook geen direct veiligheidsgevaar vormen.’

Gniffelen

‘Precies om die redenen moest ik wel even gniffelen bij het lezen van de toelichting van de AIVD’, zegt de Leidse hoogleraar Maurits Berger. De islamoloog bestudeerde het salafisme in Nederland en was steeds kritisch op het gebruik van de term.

‘Ik ben dus blij dat de diensten ook voortschrijdend inzicht tonen’, zegt Berger. ‘Maar zolang de veiligheidsdiensten ingewikkelde theologische labels blijven plakken, houd je de problemen die ze door deze termwijziging willen oplossen: Je labelt mensen als gevaar die dat niet zijn, en de mensen die wel een gevaar kunnen vormen, erkennen dat label niet.’ Berger pleit er dan ook al jaren voor om in helder Nederlands te beschrijven welk gedrag en welk type uitspraken gevaarlijk en ongewenst zijn. ‘Dat begrijpt iedereen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden