Beschouwing Satire

Om nog te spotten moet je moedig zijn

In de cartoon ‘Bear Hunt’ bespot de Chinese cartoonist Badiucao (een pseudoniem) president Xi’s verbod op het tonen van Winnie de Poeh, met wie hij werd vergeleken. Beeld Badiucao

Beoefenaars van satire worden wereldwijd bedreigd. In landen met autoritaire regimes, maar ook in het Westen, waar ze beducht moeten zijn voor extremisten en politici (en hun aanhangers).

Heb je het al gehoord? Winnie de Poeh is vermoord. Dat kwam zo: Randy Marsh, een van de hoofdpersonen in de Amerikaanse animatieserie South Park, gaat in een recente aflevering op zakenreis naar China om zijn legale wiet uit Colorado aan de man te brengen. Bij aankomst op het vliegveld wordt hij direct in de boeien geslagen en afgevoerd naar een speciale gevangenis, waarin de kijker onmiddellijk de heropvoedingskampen voor Oeigoerse moslims herkent. Daar blijkt zijn celgenoot Winnie de Poeh te zijn, die door de Chinese overheid is bestempeld als staatsgevaarlijk.

Om weer in een goed blaadje te komen bij de machthebbers, lokt Marsh de schattige beer, als die weer op vrije voeten is, in de val met een bordje honing, om hem vervolgens genadeloos te wurgen.

Met deze parodie drijven de makers van South Park onmiskenbaar de spot met Xi Jinping. De sterke man van China heeft namelijk een verbod opgelegd op het tonen van Winnie de Poeh, nadat sommige onderdanen een treffende gelijkenis tussen de twee hadden opgemerkt, en er internetmemes (komisch bedoelde afbeeldingen) verschenen van Xi als sullige honingbeer. Twee weken geleden nog werd het kanaal van de wereldberoemde Youtuber PewDiePie (ruim 100 miljoen abonnees) door China geblokkeerd, omdat hij zich aan een Winnie de Poeh-grapje had gewaagd. Zoals te verwachten viel, is South Park nu ook tot taboe verklaard: op het Chinese internet is geen spoor meer te vinden van het programma.

Satire onder druk

Satire staat onder druk – en niet alleen in China. Cartoonisten, maar ook andere satirische kunstenaars, worden wereldwijd bedreigd, mishandeld, ontslagen, vervolgd of zelfs vermoord.

Dat komt met name door het verslechterde politieke klimaat, iets wat kristalhelder naar voren komt in de Press Freedom Index van Reporters zonder Grenzen. Deze index meet voor 180 landen hoe de persvrijheid ervoor staat. Volgens Reporters zonder Grenzen vormt 2019 een dieptepunt: autoritaire regimes blijven hun greep op de media verstevigen. Menig politiek leider spreekt in vijandige termen over de media, en dat lokt geweld uit.

Volgens de ranglijst gaat het duidelijk slechter in Brazilië (105), Venezuela (148), Rusland (149) en China (177). Een van de grootste dalers is Nicaragua, van plaats 90 naar 124. Ook opvallend: de Verenigde Staten zijn gedaald naar plaats 48, achter Burkina Faso, Uruguay en Samoa. Bij de eerste meting in 2002 stonden de VS nog op 17. Overigens staat Nederland op een keurige vierde plaats, drie plaatsen achter koploper Noorwegen.

Er bestaat geen vergelijkbare ranglijst voor cabaretiers, cartoonisten en andere satirische kunstenaars. Maar in de praktijk zie je dat ook zij het moeilijk hebben. ʻWe horen die geluiden ook van de cartoonisten die bij ons zijn aangesloten’, zegt Tjeerd Royaards, hoofdredacteur van onlineplatform Cartoon Movement, waarop cartoonisten uit de hele wereld hun werk aanbieden. De weerstand waarmee ze de laatste jaren te maken hebben gekregen loopt uiteen van scheldpartijen, bedreigingen en mishandelingen tot jarenlange celstraffen.

Een reële bedreiging voor satirici wordt gevormd door het islamitische extremisme, met als dieptepunt de dodelijke aanslag op het Franse tijdschrift Charlie Hebdo in januari 2015. Nu, bijna vijf jaar later, is die dreiging nog steeds ernstig, zoals de aanslag van Jawed S. op Amsterdam CS laat zien. De 20-jarige Afghaan stak vorig jaar twee willekeurige Amerikaanse toeristen neer vanwege een Mohammedcartoonwedstrijd van Geert Wilders, die nota bene al was afgeblazen.

Aan de andere kant van het censuurspectrum stuiten satirici op het fenomeen van de politieke correctheid. De angst om minderheden te kwetsen heeft soms verregaande gevolgen. Zo stopte The New York Times dit jaar met de dagelijkse spotprent in de internationale editie. Dit nadat een cartoon in de krant met een volgens sommigen antisemitische ondertoon (Trump laat zich leiden door de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, afgebeeld als blindengeleidehond met keppeltje en davidster) voor veel ophef had gezorgd.

Zelfcensuur

Hoe werken al deze hindernissen voor satirische kunstenaars in de praktijk? Het heeft er in elk geval toe geleid dat sommigen van hen die hindernissen zijn gaan internaliseren en een zekere mate van zelfcensuur zijn gaan toepassen. Zo besloot zelfs het hondsbrutale magazine Charlie Hebdo – nog steeds opererend vanuit een geheime, zwaarbeveiligde locatie – een half jaar na de aanslag om geen Mohammedcartoons meer te plaatsen. ‘We hebben Mohammed getekend om het principe te verdedigen dat je alles kunt tekenen wat je wilt’, verdedigde hoofdredacteur Laurent Sourisseau dat besluit. ‘We hebben ons werk gedaan.’

Daar dacht niet iedereen hetzelfde over. Al snel na de aanvankelijke steunbetuigingen voor Charlie Hebdo (‘Je suis Charlie’) kwam er in Frankrijk een debat op gang of het blad niet af en toe te ver was gegaan in het bespotten van gevoelige thema’s. Ook opvallend: na de aanslagen werd het stokje niet overgenomen door andere Franse media. Er is geen Mohammedcartoon meer verschenen.

Bij Charlie Hebdo beperken ze zich nu tot het belachelijk maken van religieuze instituties. Zo publiceerden ze een spotprent met de titel Yalta au Vatican, waarop de paus met een grootmoefti en een opperrabbijn de wereld verdeelt in invloedssferen. Op die manier kan het blad nog steeds de islam op de korrel nemen, zonder de profeet zelf af te beelden.

Dat is een tactiek die ook andere kunstenaars toepassen. Zoals Swaha, artiestennaam van de Libanese cartoonist Christiane Boustani. In de cartoon ‘Seksuele (r)evolutie in het Midden-Oosten’ hekelt ze de repressie van vrouwelijke seksualiteit door de aartsconservatieve religieuze leiders.

Swaha zegt dat ze ‘visuele of conceptuele trucjes’ gebruikt om religieuze dogma’s de maat te nemen zonder het risico te lopen dat ze de toorn van extremisten over zich afroept. Beeld Swaha

‘De vrijheid van expressie is behoorlijk ruim in Libanon, hoewel enkele onderwerpen gevoelig liggen als je die rechtstreeks wilt bespotten’, licht Swaha toe. ‘Religieuze symbolen, religieuze leiders en sommige politieke partijen moet je met wijsheid bekritiseren.’ Daarom gebruikt ze ‘visuele of conceptuele trucjes’ om religieuze dogma’s de maat te nemen zonder het risico te lopen dat ze de toorn van extremisten over zich afroept.

Gevaarlijke coctail

In het vrije Westen kunnen ook populisme en economische druk een gevaarlijke cocktail vormen voor satirici. Neem president Donald Trump, die geregeld kritiek uit op tv-shows die hem op de hak nemen. Daarmee heeft hij niet rechtstreeks een negatieve invloed op satire, zegt Liza Donnelly, cartoonist van The New Yorker: ʻTrump zegt dat de pers de vijand van het volk is, maar hij kan niets doen om de pers te censureren.’

Indirect oefent Trump wél invloed uit. Donelly bespeurt een tendens van bange uitgevers die de president niet tegen de haren willen instrijken. Printmedia zien hun oplages en budgetten afkalven en willen Trumpgezinde lezers en adverteerders niet van zich vervreemden. ‘Sommige kranten zullen geen cartoons publiceren die sterk anti-Trump zijn’, zegt Donelly.

Dat wordt bevestigd door tekenaar Daryl Cagle, die met zijn collectief van freelance-cartoonisten spotprenten levert aan meer dan de helft van de Amerikaanse kranten. ‘Conservatieve redacteuren houden niet van progressieve cartoons’, zegt hij. ‘En boze lezers eisen dat de tekenaars ervan worden afgestraft.’ Om geen klanten te verliezen, staat op Cagles website tegenwoordig een aparte sectie Trump friendly cartoons. Satire ten faveure van een machthebber, noem het gerust een contradictio in terminis.

Harde hand

Toch is wat in de VS gebeurt allemaal nog kinderspel vergeleken bij een land als Nicaragua, waar de links-populistische president Daniel Ortega met harde hand regeert. Overheidstroepen schoten vorig jaar met scherp op demonstranten, waarbij volgens schattingen van de VN zo’n tweehonderd mensen omkwamen. Ook satirische kunstenaars hebben het zwaar: ze worden bedreigd, mishandeld of moeten het land ontvluchten. Zoals cartoonist Pedro X. Molina, een grote naam in Nicaragua, die het regime geregeld op de korrel nam in de gerenommeerde oppositiekrant Confidencial.

Zo dreef hij de spot met strenge antiterreurwetgeving die vorig jaar juli werd ingevoerd, maar in de praktijk wordt gebruikt om politieke tegenstanders op te pakken. In een cartoon wordt van de letters orteguismo (oftewel de ideologie van Ortega) een machinegeweer gevormd, waarmee wordt gemikt op de zogenaamde ‘terroristen’.

De krant Confidencial waarvoor Pedro X. Molina werkt, is kort en klein geslagen. De redactie werkt nu ondergronds. Beeld Pedro X. Molina

Dit soort cartoons leidden ertoe dat de knokploegen van Ortega zich ook tegen onafhankelijke media keerden. Eind 2018 werd het kantoor van Confidencial kort en klein geslagen en moest Molina halsoverkop onderduiken. ʻAlles wat niet aan de grond vastzat, hebben ze meegenomen’, zegt de tekenaar, die inmiddels een veilig heenkomen heeft gevonden als artist in residence in de staat New York. ‘De avond erop kwamen ze weer terug en hebben ze het hele gebouw bezet. De redactie werkt sindsdien zo goed als ondergronds. De situatie is op dit moment héél slecht voor de vrijheid van expressie.’

Verveeld mannetje

Hoe sterker de angst voor relativering en ondermijning van het gezag, hoe sterker de druk op de satiricus. Vraag het Sergej Elkin, de enige cartoonist in het autoritaire Rusland die het nog aandurft om de grote leider Vladimir Poetin af te beelden. Tijdens de Krimcrisis zette Elkin zijn president neer als een mannetje dat verveeld zit te schommelen, terwijl vertegenwoordigers van de Europese Unie aan de andere kant van de tafel een serieus gesprek proberen te voeren.

Sergej Elkin krijgt geregeld verwensingen naar zijn hoofd geslingerd van Poetinaanhangers. ʻZoals: ‘Hé, zit je nog steeds niet in de gevangenis?’’ Beeld Sergej Elkin

Elkin denkt dat het Kremlin, dat er niet voor terugdeinsde om de bandleden van Pussy Riot na een satirisch optreden naar een Siberisch strafkamp te sturen, hem vooralsnog met rust laat omdat hij voor buitenlandse media tekent. Maar riskant is zijn werk wel, zeker nu het Russische parlement steeds strengere wetten aanneemt. ʻJe kunt al naar de gevangenis gestuurd worden voor een artikel dat kritisch is op de macht, voor het doorsturen van een sociale-mediabericht, of zelfs voor een afbeelding op Facebook.’ Nu al krijgt hij geregeld verwensingen naar zijn hoofd geslingerd van Poetinaanhangers. ʻZoals: ‘Hé, zit je nog steeds niet in de gevangenis?’ Of, die vond ik wel grappig: ‘We gaan Elkin in de kerstboom hangen’.’

Great Firewall

Terug naar China, dat al sinds de eerste meting onder aan de Persvrijheidsindex bungelt. De overheid houdt het internet in een ijzeren greep met de Great Firewall of China. Vooral sinds het aantreden van president Xi Jinping in 2013 is politieke satire uit den boze. Kritische cartoonisten worden opgepakt of moeten vluchten. En zelfs dan zijn ze niet veilig.

Zo werd cartoonist Jiang Yefei – die Xi onder meer afbeeldde als een bourgondiër die zich tegoed doet aan buikspekbroodjes terwijl het arme volk verhongert – vorig jaar veroordeeld tot zesenhalf jaar cel. Volgens zijn echtgenote was hij met een list weggelokt uit zijn Thaise toevluchtsoord: Chinese undercoveragenten deden zich voor als VN-medewerkers die hem een visum voor Canada kwamen brengen.

De populaire tekenaar Rebel Pepper zag zich ook genoodzaakt zijn koffers te pakken, hij werkt nu voor Radio Free Asia in Japan. Wie nog wel fanatiek doortekent, zij het vanuit Australië, is Badiucao. Dat is een pseudoniem om zijn familie in China te beschermen. Een jaar geleden kwam de Chinese overheid toch achter zijn ware identiteit, waarop zijn familie te verstaan werd gegeven dat er ‘geen genade’ zou zijn als een tentoonstelling over zijn werk in Hongkong door zou gaan. Die tentoonstelling kwam er dus niet.

Op 4 juni van dit jaar, exact dertig jaar na de opstand op het Tiananmenplein, dook Badiucao toch weer op in China, met video’s en spotprenten. Zoals eentje waarop Xi Jinping en Carrie Lam, de bestuurder van Hongkong, helemaal onder de post-its zitten, de felgekleurde velletjes waarmee demonstranten hun wens voor democratie en vrijheid uiten. Sindsdien leeft hij in voortdurende angst dat de partij alsnog wraak zal nemen op zijn familie – een enkeltje heropvoedingskamp is zo geboekt.

‘Officiële excuses’

Hoe moet het nu verder met de satire? In veel repressieve landen ziet het er somber uit voor cartoonisten en hun vakgenoten. Lang niet iedereen kan zich permitteren wat de makers van South Park deden nadat ze door de Chinese overheid in de ban waren gedaan. Ze maakten hun ‘officiële excuses’ op Twitter, begeleid door de volgende tekst: ‘We verwelkomen de Chinese censoren in onze huizen en onze harten. Wij houden ook meer van geld dan van vrijheid en democratie. Xi lijkt helemaal niet op Winnie de Poeh. (...) Lang leve de Chinese Communistische Partij! Moge deze herfst maar een rijke sorghum-oogst opleveren! Zijn we nu weer vrienden, China?’

Raak! Een wereldreis door de satire van Peter Wierenga verschijnt 11 november bij uitgeverij Boom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden