OM mag persoonsgegevens wel vrijgeven

Ten onrechte stelt het Openbaar Ministerie dat persoonsgegevens van verdachten niet langer aan de pers zouden mogen worden afgestaan. Zo'n verbod staat niet in de wet, aldus Ulco van de Pol....

HET Openbaar Ministerie en de politie zullen geen gegevens meer verstrekken die herleidbaar zijn tot de persoon van de verdachte. Dat is een fundamentele verandering ten opzichte van de huidige situatie. Deze nieuwe vuistregel van het OM heeft inmiddels stevige kritiek gekregen van de pers en de politie. Ook de persrechters hebben grote problemen met deze aanwijzing. Deze kritiek van politie, pers en rechters is terecht.

Het OM zegt zich tot deze omslag gedwongen te zien als gevolg van de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) die per 1 september 2001 in werking is getreden. Ook de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) is als gevolg hiervan gewijzigd. De Aanwijzing die het OM heeft opgesteld is echter gebaseerd op een onjuiste uitleg van deze wettelijke bepalingen en leidt daardoor tot een onaanvaardbare verstoring van de balans tussen openbaarheid en privacybescherming in strafzaken.

Allereerst de aanscherping van de WOB. Deze wet geeft regels voor openbaarheid van bestuur in het kader van een goed en democratisch bestuur. Openbaarmaking staat voorop, maar de wet bevat zogenaamde absolute en relatieve uitzonderingen.

Tot de relatieve uitzonderingen behoorde al het grondrecht van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Nu is een absolute weigeringsgrond toegevoegd voor het openbaar maken van bijzondere persoonsgegevens. Strafrechtelijke gegevens, net als medische gegevens of gegevens over religieuze of politieke voorkeur, zijn bijzondere gegevens. De aanscherping van de WOB bevestigt dus de bescherming die deze gegevens genieten op grond van de WBP, maar voorziet tegelijkertijd in een uitzondering. Openbaarmaking moet geweigerd worden, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer. Dus zelfs bij deze extra beschermde gegevens kan het OM een eigen afweging maken.

Het OM ontkent dat: 'Waar ten aanzien van de persvoorlichting op basis van de WOB eerst een belangenafweging plaatsvond, kan deze niet meer plaatsvinden ten aanzien van strafrechtelijke persoonsgegevens. Het is het OM en de politie verboden om deze gegevens te verstrekken wanneer deze verstrekking kan leiden tot de identificatie van de persoon. Daarbij moet rekening worden gehouden met het feit dat een journalist over veel meer bronnen beschikt en dat die bronnen, gecombineerd met de door het OM of de politie verstrekte informatie, kunnen leiden tot identificatie.'

Dat algemene verbod bestaat dus niet. Om te beginnen geldt voor de politie de Wet politieregisters en niet de WOB als wettelijk kader voor de verstrekking uit politieregisters. Deze wet laat ruimte voor verstrekking van informatie door de politie aan de pers en doet dat ook na 1 september 2001. De politie mag gegevens over personen verstrekken aan pers en publiek als dat voor een goede uitvoering van de politietaak nodig is. De vraag is dus niet of de politie informatie mag verschaffen, maar welke. Dat is het dagelijks werk van tientallen voorlichtingsfunctionarissen van de politiekorpsen.

Voor het OM geldt dat er door de wijziging van de WOB geen afdwingbaar recht van de pers bestaat op openbaarmaking van strafrechtelijke persoonsgegevens. De WOB is op dit punt gerelateerd aan de WBP. De WBP kent als een van de grondslagen voor het verstrekken van persoonsgegevens een wettelijk voorschrift dat hiertoe verplicht en daarnaast extra waarborgen van bijzondere gegevens, zoals strafrechtelijke. De WOB is niet langer een wettelijk voorschrift dat het OM verplicht tot openbaarmaking van strafrechtelijke persoonsgegevens.

Maar dat wil niet zeggen dat het OM niet een afweging kan maken op grond van de eigen taakuitoefening. De WBP kent immers ook de mogelijkheid, net als bij de Wet politieregisters, om informatie te geven in het belang van een goede taakuitoefening. In de tot nu toe geldende algemene Aanwijzing WBP van het OM wordt op deze grond de persvoorlichting gebaseerd.

In de nieuwe, specifieke voorlichtingsaanwijzing komt deze grondslag voor de verstrekking van informatie terug: openbaarmaking kan voor zover het tot de taak van de officier van justitie (of advocaat-generaal) behoort om in het kader van de behandeling van de zaak informatie aan media te verstrekken. Deze grondslag wordt nu echter marginaal benut. Als voorbeelden worden slechts opsporingsberichtgeving genoemd en het informeren van de bewoners van een wijk waar zich ernstige incidenten hebben voorgedaan.

Het OM geeft dus een beperktere invulling aan zijn taakopvatting dan tot nu toe gebruikelijk was. Dat is weinig realistisch. Neem een paar actuele gebeurtenissen: minister Hermans, verantwoordelijk voor het onderwijs, deed vorige week aangifte van mogelijke fraude door hbo-instellingen. Het is niet onwaarschijnlijk dat bestuursleden als mogelijke verdachten worden aangemerkt. Elke berichtgeving hierover door het OM zal dus leiden tot het onthullen van de identiteit van de bestuursleden. Het Van der Valk-concern is opnieuw in opspraak, nu door het instorten van een parkeerdek bij het restaurant in Tiel. Elke publieke vermelding wijst ook naar de grondlegger en de familieleden rond hem. Ook in minder voor de hand liggende gevallen zal informatie op een of meer personen te zijn herleiden.

De bescherming van de privacy vereist dat politie, justitie en pers een zorgvuldig en afgewogen gebruik maken van strafrechtelijke persoonsgegevens. Nederland kent een lange traditie van zelfbeperking door de pers bij het prijsgeven van namen. Deze traditie is ook in de rechtspraak over de rechtmatigheid van perspublicaties als maatstaf genomen.

Bij deze afweging spelen echter ook de vrijheid van informatiegaring door de pers en de openbaarheid van de rechtspraak een rol. Openbaarheid van de rechtspleging is een belangrijke hoeksteen van de democratische rechtsstaat. Die strekt zich in beginsel uit tot de behandeling van de rechtszaak, maar onontkoombaar ook daarbuiten. De recente aanwijzing van het OM over schikkingen noemt publiciteit expliciet een voorwaarde voor het afkopen van verdere vervolging: 'Bij hoge transacties (vooral in fraudezaken) wordt betrokkenen een transactieaanbod gedaan. Bij dit aanbod is publiciteit in beginsel een voorwaarde voor het buiten de rechter afdoen van een zaak door het OM.' Deze informatieverstrekking verdraagt zich kennelijk wel met de WOB.

Een verborgen rechtsstaat is inderdaad geen rechtsstaat, zoals Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes stelt (Forum, 2 maart). Maar dit uitgangspunt rechtvaardigt niet het dan maar volledig prijsgeven van de privacybescherming in strafzaken. Politie, justitie en ook de pers dienen elk voor zich een afweging te maken van het belang van openbaarmaking tegenover het recht op bescherming van privacy. Het gaat hierbij niet alleen om het (indirect) prijsgeven van namen. Van even groot belang is dat de informatie juist en fair is, niet bovenmatig en dat niet ontijdig verdenkingen openbaar worden gemaakt. Maar de bescherming van de persoonlijke levenssfeer is niet absoluut en moet worden afgewogen tegen andere grote belangen.

De nieuwe Wet bescherming persoonsgegevens dwingt niet tot het staken van de voorlichting in strafzaken. Ik kan mij goed vinden in de algemene beleidslijn dat de voorlichting door het OM zich meer op zaken dan op personen zal gaan richten. Maar de redenering moet zuiver zijn. De vraag is of deze beleidsomslag niet vooral wordt ingegeven door het groeiend aantal schadeclaims dat het OM tegemoet ziet en door de strafzaken waarin de ontvankelijkheid van het OM ter discussie wordt gesteld vanwege de voorafgaande publiciteit.

De voorzitter van het college van procureurs-generaal is als geen ander van dit probleem op de hoogte. Dergelijke claims en processuele verweren dwingen tot een extra zorgvuldige afweging en selectiviteit in de publiciteit. Zij vormen echter geen rechtvaardiging om dan maar onder het aanroepen van de privacybescherming de voorlichting aan pers en publiek te staken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden