Om de toekomst van het Avondland

De verkiezingen verscheuren de VS. Ze gaan niet over Bush of Kerry, maar over een veel grotere vraag. Wat voor land wil Amerika zijn?...

Waarom rijden dit weekeinde duizenden vrijwilligers naar het Amerikaanse midden westen, naar de zwarte wijken van Cleveland, Ohio, het platteland van Iowa en Wisconsin, de arbeiderswijken van Pittsburgh, Pennsylvania? Waarom gaan in Central Park in New York, in de weelde van een herfst die eigenlijk nog moet beginnen, tal van doorgaans drukbezette en duurbetaalde vaders deze zaterdag nu eens niet naar de nijlpaardenspeeltuin, maar bellen ze mensen die ze nog nooit gesproken hebben in Claremont, New Hampshire of Redwood Falls, Minnesota of Battle Creek, Michigan met maar verzoek of eigenlijk anderhalf verzoek: ga in godsnaam stemmen (en stem niet op die vent die ons tot schande is)?

Todd Lazarous, 40 jaar, is een van de vaders. Hij zegt: 'De verkiezingen gaan deze keer niet over een nieuwe president. Ze gaan over de vraag in wat voor land wij, Amerikanen, willen leven.'

De betrokkenheid bij de verkiezingen van aanstaande dinsdag is enorm. Door het hele land. Afgelopen maandag stonden zeker vijftigduizend mensen (de brandweer sprak van tachtigduizend) opeengepakt in een veel te klein stadsparkje in Philadelphia. De mensen stonden tot ver in de zijstraten. Te zien viel er niets. Ze hoorden de vervormde stemmen van Clinton en Kerry, weerkaatst door de gevels. De heren verschenen met aanzienlijke vertraging. Niemand was vertrokken. Iedereen wilde erbij zijn geweest. Clinton en Kerry, samen tegen Bush. Door de luidsprekers schetterde Bruce Springsteens No Surrender.

Wie ook de nieuwe president wordt, elke uitslag is op zichzelf weer een bijdrage aan de diepe verdeeldheid waaraan dit land ten prooi is gevallen na de aanslagen van 11 september. En wie ook president zal zijn, de Republikein George Bush dan wel de Democraat John Kerry, haat en verachting van landgenoten zal deel uitmaken van de ontvangst.

Maar heel weinig is over van de saamhorigheid die een natie bindt na een nationale ramp: dijken dicht, beurzen open. Dat sentiment, dat bloeide toen iedereen met ogen vol tranen naar de rokende puinhopen keek, is in drie jaar volkomen versplinterd.

Voordien waren de Verenigde Staten voor de meeste mensen, Europeanen, maar ook Amerikanen de laatst overgebleven supermacht die redelijk prudent omging met de hoge status. In tijden en op plekken van nood waren de VS bereid bij te springen, financieel en met manschappen. Je kon zien dat we met een beschaafd land van doen hadden dat zijn binnenlandse traditie van vrijheid en gelijkheid graag met anderen deelde.

De versplintering is bijna uitsluitend het werk van George W. Bush, van wie je moet zeggen dat hij in 2000 eerder benoemd is dan gekozen. Het heeft hem niet gehinderd. Hij heeft in drie jaar de politiek zelf en de politieke cultuur van Amerika radicaal gewijzigd.

Het binnenlandse beleid is sterk conservatief geworden, de buitenlandse politiek is agressief en de cultuur waarin dit gestalte krijgt is gedreven, messianistisch bijna en dikwijls ook achterdochtig en gesloten, alsof men niet zeker is van de juistheid van de eigen zaak.

Menigeen in Amerika juicht. Volgens de conservatieve publicist John Podhoretz is Bush om twee redenen op de wereld gezet. 'Ten eerste om de Verenigde Staten het derde millennium binnen te leiden met al zijn angstige uitdagingen en wonderbaarlijke kansen. En ten tweede om het linkse volkje gek te maken. Hij is in beide briljant geslaagd.'

Menigeen huivert. De Democratische senator Robert C. Byrd van West Virginia schreef eerder dit jaar een boek over wat hij ziet als de teloorgang van Amerika. Byrd is senator sinds 1959. Hij schrijft: 'Met verbijstering heb ik sinds lang staan kijken naar elke aanval op de scheiding der machten en naar het voortdurende graaien naar meer macht door presidenten van beide partijen. Maar nooit met zoveel verontrusting als nu. Hoe kunnen we zo verdoofd zijn als natie als in keer zoveel schadelijke en radicale veranderingen op ons bord worden geworpen?'

Wat is hier aan de hand? Amerika lijkt zich vooral politiek-cultureel te hebben uitgekristalliseerd. Wie een wapen heeft is Republikein. Wie een wapen heeft en lid is van een Baptistengemeente is een actieve Republikein. Wie ongetrouwde moeder is is Democraat. Wie ongetrouwde moeder is in een buurt waar een kerncentrale moet komen is actief Democraat. Zo heeft de natie zich opgedeeld in facties en George Bush (of zijn schim Karl Rove) heeft messcherpe consequenties getrokken.

Bush heeft van zijn regering een verkoopkantoor van harde, vaak radicale conservatieve waarden gemaakt. Hij gelooft dat een islamitisch land gebaat is bij democratie naar westers model. Sociale projecten die seksuele onthouding voor het huwelijk stimuleren, krijgen van hem overheidsgeld. Het is zoals Podhoretz schreef: hij maakt progressieven gek.

Het land is in oorlog. Met Irak, maar vooral met zichzelf. In het kader van presidentsverkiezingen presenteren Amerikanen elkaar ruim dertig jaar na dato de rekening van het fiasco van Vietnam. Wie was de goede Amerikaan?

In de grauwe omgeving van het Fleet Centre in Boston, waar eind juni de Democratische partijconventie plaats vond, waren de betonnen wanden in de wandelgangen behangen met foto's van een heldenbestaan. John Kerry als kapitein van een patrouilleboot, John Kerry als veelvoudig geridderde, John Kerry als getuige harge voor de Senaatscommissie van Buitenlandse Zaken. Het was geen prettige aanblik.

'John Kerry is een leugenaar. Hij is totaal ongeschikt als opperbevelhebber.' In de late zomer opende een groep die zich de Patrouille Bootveteranen noemen de aanval. Met geld van vooraanstaande Republikeinen werd Kerry-de-oorlogsheld in woord en beeld gedegradeerd tot een oplichter van zijn Vietnam-verleden. Het was ressentiment van de vernietigende soort.

Er wordt gevochten om de erfenis van het tijdperk-Clinton als Wirtschaftswunder. Bush zegt dat hij in een recessie begon en de economie weer heeft doen bloeien dankzij belastingverlagingen die het geld op de plek houden waar het hoort, namelijk bij de mensen die het verdienen.

Werkgelegenheid van miljoenen, een overheidsoverschot van miljarden is verloren gegaan aan de welstand van enkelingen, de zakenlui en industrin uit de coterie van de Bushdynastie. Dat is het verhaal van Kerry.

Onverzoenlijk wordt gevochten over de nalatenschap van 11 september. Heeft Amerika zich in een hopeloos isolement gedrongen of gaat het land voorop in een moeilijke, maar moedige strijd?

Er zijn inmiddels al twee soorten weduwen van 11 september, vrouwen die menen dat hun geliefde voor niets is gestorven en zij die zijn dood zien als een eerbetoon aan vrijheid en democratie. In de woekering van concurrerende televisiespotjes leveren beide soorten voor beide partijen snotterend hun bijdrage.

In menig opzicht is de race tussen Bush en Kerry de bevestiging en de uitvergroting van de gepolariseerde Amerikaanse samenleving. Bush is uitgesprokener dan Kerry, maar omdat een verkiezingsstrijd antagonisten nodig heeft en Bush doorgaans de hoge toon bepaalt, is Kerry gaandeweg als vanzelf bijgetrokken. De top van de Democratische partij, de Clintons, de Kennedy's, hadden al besloten dat ze zich deze keer niet zouden laten afslachten. En zo is de kloof geslagen Kerry als intellectueel, Bush als anti-intellectueel, Kerry als ervaren, gezeten politicus, Bush als populist, Kerry als pragmaticus, Bush als radicaal. En een verscheurd volk daartussen.

Als Bush wint is dat in zekere zin de spectaculairste uitslag. Het is de legitimatie van het Iraakse avontuur door het Amerikaanse volk in de lezing van George Bush. Dat betekent: Irak was inderdaad een bedreiging voor Amerika, Amerika heeft wel degelijk het recht eenzijdig en vroegtijdig aan te vallen als het zich bedreigd meent, Irak is op de weg naar democratie, ook al roepen de feiten twijfel op. Er zijn geen fouten gemaakt.

Het kan zijn dat de herkozen Amerikaanse president nationaal en internationaal een behoedzamer koers gaat varen.

Maar George W. Bush zal zich niet laten ontnemen dat blijkens de verkiezingsuitslag het Amerikaanse volk achter hem stond toen hij zijn keuze maakte.

In het binnenland heeft Bush naar links een open veld. De invloed van fundamentalistische christenen op het beleid zal toenemen. In Democratische kring wordt ermee rekening gehouden dat de abortuswetgeving onder druk van rechts uiteindelijk sneuvelt voor het Hooggerechtshof.

Een herkozen Bush zal zich bevrijd voelen, en erkend. Het heeft Bush dwars gezeten dat hij weliswaar de meeste kiesmannen veroverde in 2000, maar dat zijn tegenstander Al Gore over het geheel van staten een half miljoen stemmen m had binnengehaald. Bush wil dat mankeren nu rechtzetten. Hij wil de meeste kiesmannen de meeste nominale stemmen naar zich toetrekken. Als het lukt, zal het zeker een aansporing zijn voor Bush de confrontatiepolitiek nog even voort te zetten.

Hij heeft plannen voor privatisering van de pensioenen en een wezenlijk ander belastingstelsel. De Republikeinen willen de druk van de belastingen verschuiven van vermogens naar inkomen. Van rentenier naar loonslaaf, zou je ook kunnen zeggen. Het betekent verdergaande inkomensongelijkheid. In de campagne heeft Bush er vooral over gezwegen, maar het staat vast dat in Washington hard gestudeerd wordt op uitwerking van de gedachte.

Een overwinning van Bush zal hard aankomen bij de Democraten. Het zal voelen als een psychische aandoening. Het zoemt voortdurend rond en het is onmogelijk het te beheersen.

Als Kerry wint, heeft hij vermoedelijk dag om te genieten van het zoet van de zege. Daarna begint de hoofdpijn, al ruimschoots voor de inauguratie. De nieuwe president zal zijn overgeleverd aan de goden.

Zoals de Democraten een cultuur maakten van de haat tegen Bush, zo zal met pasmunt worden terugbetaald. President Kerry moet straks zaken doen met een Republikeinse meerderheid in het Huis. Ze zullen hem gaar koken.

Hij en zijn vice-president John Edwards hebben van de daken geroepen dat Irak een zooi is. Het was niet alleen campagnetaal. De toestand in Irak is somberder dan het 'opmerkelijke succesverVervolg op pagina 14

Kent Kerry de uitgang uit doolhof Irak?

Vervolg van pagina 13

haal' dat vice-president Dick Cheney ervan maakte.

Maar Kerry is niet veel verder gekomen dan de aanklacht dat Bush een gedroomde wereld voor de feitelijke wereld heeft gehouden en dat hij gaandeweg de laatste is, met vriend Cheney, die de dag prijst waarop de troepen Bagdad binnenrolden.

Wat wil Kerry met Irak? Hij zal zeker een opener positie kiezen dan Bush, hij zal geduldig zijn en vooral niet gelijkhebberig.

Toch heeft Kerry in de verkiezingscampagne gemengde berichten afgegeven over zijn plannen. Hij rekent op meer internationale steun. Rekent hij zich rijk? Hij speculeert erop dat ook het oude Europa op een zeker moment zal moeten erkennen dat Irak, gegeven de bezetting en het voortdurende oproer, een probleem is dat de hele internationale gemeenschap aangaat.

Omwille van de alles overwoekerende weerzin tegen Bush hebben de Democraten voorbeeldig de gelederen gesloten gehouden. Maar verschillende peilingen op verschillende momenten hebben steeds hetzelfde beeld gegeven: een meerderheid van de Democratische kiezers vindt dat de troepen moeten inpakken en wegwezen, ook al zou dat tot oproer leiden in Irak.

Kent Kerry de uitgang van het doolhof? Als hij het al weet is het nog niet gebleken. Vaststaat dat mocht hij op 2 november winnen de oorlog in Irak vanaf 3 november zijn oorlog is. En de gesneuvelden zijn vanaf die dag zijn gesneuvelden De New York Review of Books is met een nummer gekomen dat in het teken staat van de presidentsverkiezingen en de toekomst van de Verenigde Staten. Het zijn veertien bijdragen van vooraanstaande auteurs als Norman Mailer, Ian Buruma en Michael Ignatieff en de toon van de heren (het zijn allen heren) is niet opgewekt. Interessant is dat ze eigenlijk allemaal, ieder in eigen bewoordingen, een avondland bezingen Amerika zoals het was, zoals het zou moeten zijn, maar ook zoals het ons bijna is ontglipt.

Al die machtige schrijvers vinden, in meer of mindere mate, dat George W. Bush het heeft gedaan. Ze kijken naar hem als een automobilist naar een everzwijn: waar komt die nou vandaan!? Alan Ryan, directeur van New College in Oxford, schrijft: 'Vanuit bijna elke plek buiten de Verenigde Staten is het onmogelijk te begrijpen hoe de heer Bush zelfs maar een kleine kans heeft op herverkiezing.'

Van binnen de Verenigde Staten luidt het antwoord dat miljoenen Amerikanen zich verdedigd en beschermd weten tegen de dreiging van de moderne tijd door hun president. Hij zegt hardop wat zij zelf denken, of beter: voelen. Dat het trammelant voorkomt als jongeren wachten tot hun huwelijk, dat de staat niet met z'n fikken aan jouw centen moet zitten en vooral dat America the greatest zich niet moet laten kisten.

Miljoenen Amerikanen vinden dit een weerzinwekkend antwoord daar steekt de verdeeldheid de kop op. Zij vinden dat Amerika het aan zijn ontstaansgeschiedenis en traditie verplicht is open te staan voor verandering. Je merkt dat ze zich langzaam maar zeker in het defensief voelen gedrongen. Dat is toch het knappe van Bush.

De historicus Edmund S. Morgan schrijft in zijn bijdrage aan het verkiezingsnummer van de New York Review of Books dat elk land de regering krijgt waartoe men bij machte is. Het is waar, maar het zegt nog niks over Bush. Dan komt Morgan uit de kast. Hij schrijft: 'Ons zelfrespect, en het respect voor ons als een volk, hangt af van de volgende verkiezingen. De schade die nu wordt aangericht kan worden stilgezet. Iets kan worden teruggedraaid. Maar hoe langer het duurt, hoe moeilijker het is.'

De schrijver Thomas Power schetst de afloop: 'Het antwoord is eenvoudig. Een stembusnederlaag van Bush is een signaal aan de wereld en aan de Republikeinse partij dat het besluit van de president om ten oorlog te trekken door het land verworpen is als onrechtmatig en onverstandig.'

Maar zal het zo ook gaan? Powers: 'Ik vrees dat een andere dynamiek gaande is. Ik denk dat kiezers het gevoel met elkaar delen dat het Iraakse avontuur uitloopt op een mislukking. Maar ze zijn te boos en al te zeer afgeleid om het toe te geven. Ze willen zich nog even koesteren in High Noon America. En dan brengen ze hun stem uit op Bush, om de onvermijdelijke bittere dag weg te stoppen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden