Om de kosten hoeft de Kamer het niet te laten

Het ontbreekt de groep Kamerleden die afreist naar Indonesië vooral aan lef om de wandaden van de politionele acties te veroordelen, stelt Herman Keppy....

De moord op onschuldige burgers in het dorpje Rawagede op Java op 9 december 1947 door Nederlandse militairen haalt dezer dagen opnieuw de pers. Middels hun Nederlandse advocaat eist een handjevol overlevenden van het bloedblad excuses en financiële compensatie (Binnenland, 10 september). De vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken die morgen naar Indonesië afreist, zou alvast met de excuses kunnen beginnen.

Maar financiële compensatie? Wellicht zorgt de angst daarvoor dat excuses vooralsnog zijn uitgebleven. Bovendien gaf de Kamercommissie aanvankelijk aan al geld tekort te komen voor een beoogde trip naar de Molukken tijdens de Indonesiëreis. Een Molukse actiegroep bood daarop aan de tickets te vergoeden, waarop de reden van niet-gaan werd aangepast. Het heet nu dat de Indonesische vliegtuigmaatschappijen op de zwarte lijst staan van de Europese Unie. ‘Vreemd’, meent commissielid Harry van Bommel van de SP die tegen dit besluit stemde: ‘het personeel van de Nederlandse ambassade in Jakarta en tal van Nederlandse delegaties vliegen met die maatschappijen. Waarom moet de Kamer roomser zijn dan de paus? Het bezoek aan de Molukken zou voor het eerst zijn in de parlementaire geschiedenis. Die kans laat men nu liggen.’

Het lijkt erop dat de Kamercommissie het lef mist Ambon, de hoofdstad van de Molukken, te bezoeken om daar te constateren dat op dit eiland de meeste politieke gevangenen van Indonesië vastzitten (meer dan 85). Ongeveer de helft van die gevangenen heeft deelgenomen aan de illegale krijgdans voor de ogen van de Indonesische president Yudhoyono in de zomer van 2007. Tijdens die dans werd de verboden vlag van de Zuid-Molukse Republiek (RMS) getoond. Niet meer en niet minder dan een ludieke actie. De dansers werden ingerekend en zwaar mishandeld. Na schijnprocessen werden veel te hoge straffen opgelegd, tot levenslang aan toe.

Velen binnen de Molukse gemeenschap in Nederland, zowel pro- als anti-RMS, wensen dat de Kamercommissie aandacht besteedt aan dit onrecht. Maar ja (de regering haalt opgelucht adem), dankzij de zwarte lijst hoeft de commissie dit niet te doen.

Angst om de centen is wellicht de werkelijke reden achter het maar niet volmondig toe willen geven dat er in en rond de tijd van de politionele acties (1945-1949) mensenrechten zijn geschonden door Nederlandse militairen, onder goedkeurend toezien van de Nederlandse autoriteiten.

Natuurlijk, aan Indonesische zijde, en daarvóór aan de kant van de Japanners, is Nederlandse militairen en burgers in Indië ook enorm leed aangedaan. Maar dat doet niets af aan het feit dat de moordpartij in Rawagede op 12 december 1947 werkelijk heeft plaatsgevonden, al vinden scholieren het niet terug in hun geschiedenisboeken.

De op last van de regering geschreven Excessennota die in 1995 verscheen, maakt al melding van de tragedie in het Javaanse dorp: ‘Het zonder vorm van proces executeren van ± 20 bij een actie door Nederlandse militairen aangehouden Indonesiërs.’ Volgens de nota werd de leidinggevende majoor niet vervolgd ‘na overleg tussen de legercommandant en de procureur-generaal uit overwegingen van opportuniteit’.

Na meerdere radio- en tv-documentaires weten we inmiddels dat het volgens nabestaanden om 431 vermoorde mannen en kinderen gaat. Niet alleen werden de daders ongemoeid gelaten, de oorlogsmisdaad werd zelfs tot op heden niet toegegeven, noch werden er excuses aangeboden.

Het doofpotprincipe werkt niet meer. Zou het kunnen zijn dat wanneer de negen weduwes en één overlevende van de slachting financiële compensatie zouden krijgen, een precedent wordt geschapen? Meer slachtoffers van Nederlands geweld elders in de archipel zouden geld kunnen eisen; meer ellende uit de beerput zou boven komen drijven. De Excessennota blijkt immers niet het alomvattende werk te zijn dat de gewelddadigheden in alle nauwkeurigheid beschrijft, zoals al blijkt uit het voorbeeld van Rawagede.

Bovendien komen lang niet alle excessen aan de orde. Neem Pamekasan, de hoofdstad van het ten noordoosten van Java gelegen eiland Madura. Een gebeurtenis aldaar op 16 augustus 1947 staat niet in de nota. In De geschiedenis van de Mariniersbrigade (Amsterdam, 1985) noteert oorlogsromanschrijver Wim Hornman over deze dag onder meer het volgende: ‘Van achteren kwamen nieuwe groepen aan, mannen, vrouwen en kinderen. Weer vuur, dat het ‘Berenti, Berenti’ (‘Stop, stop!’ – HK) overstemde. (..) Marinier Poetiray was in gevecht met twee peloppers (vrijheidsstrijders – HK), ieder voorzien van een speer. Hij werd van twee kanten aangevallen en kreeg daardoor geen kans om te schieten. De adjudant en Rudi namen de twee met de kolf van hun karabijn voor hun rekening. De hele aanval had slechts enkele minuten geduurd, maar gelukkig waren er bij de mariniers geen slachtoffers gevallen.’

Volgens de inmiddels overleden marinier Karel Poetiray (geboren in Bandung, opgegroeid in Den Haag) vergist de schrijver zich hier. Hij herinnerde zich één gewonde bij de mariniers en twee onder de Madurese hulptroepen. Hornman zwijgt over de slachtoffers aan Indonesische zijde, Poetiray niet. Hij vertelt in een niet eerder gepubliceerd interview: ‘Veertienhonderd Madurezen waren opgezweept in de moskee. Die waren onkwetsbaar verklaard en ze hadden allemaal een witte hoofddoek om. Ze gingen ons te lijf met vuurwapens, krissen, dolken, slagwapens, bamboesperen, alles waarmee je iemand om zeep kunt helpen, daar kwamen ze mee aan. Ze kropen zelfs door de open riolering. Dat was voor ons heel gemakkelijk, want aan de ene kant zette je een Bar neer (Browning automatic rifle – HK). Dat was één riedel en dan zag je de rook aan de andere kant opstijgen en was die vent naar de kloten. We hebben daar wat slachtoffers gemaakt. Vierhonderd hebben we er gevonden.’

Het zou kunnen zijn dat Poetiray overdrijft, maar hij had nog wel een foto in zijn bezit – schaars, want op last van de legerautoriteiten werden de meeste, compromitterende foto’s van de acties in Indië vernietigd. De foto staat hiernaast; ook op Madura was echt iets aan de hand.

Er kan niet gevlogen worden naar de Molukken, ook Rawagede zit er niet in voor de Kamerdelegatie. Van Bommel: ‘Ik heb voorgesteld Rawagede te bezoeken, maar kreeg daar geen steun voor. De commissie wil dit niet, omdat er een rechtszaak tegen de Nederlandse staat wordt aangespannen door tien nabestaanden. De Kamer bemoeit zich doorgaans niet met zaken die onder de rechter zijn.’

Rest Pamekasan, Madura. Een overtocht met de veerboot vanaf Surabaya zal minder dan een euro kosten. Reken maar dat daar oudjes kunnen vertellen over 16 augustus 1947. Excuses kosten niets, maar wie heeft het lef?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden