Olympische droom eindigt op een kronkelig pad

'In eerste instantie is het raar, Duitser worden. Maar als je kunt doen wat je het liefst wilt en geld krijgt: waarom niet ?' In Jong Oranje deed Cor-Jan Smulders niet onder voor Rintje Ritsma....

Pal achter de voordeur van het sobere rijtjeshuis hangt een foto van de veelbelovende schaatser die Cor-Jan Smulders eens was.

Steeds als hij bij zijn ouders binnenstapt ziet Smulders de foto. Maar zijn blik blijft zelden rusten op de plaat die is geschoten tijdens zijn laatste NK allround, in 1991 in Alkmaar. Een jaar later zou hij Nederland gedesillusioneerd verlaten. Hij werd Duitser.

De foto maakt in één oogopslag duidelijk waaraan Smulders zijn bijnaam dankte. `Dikke Cor' werd hij in Jong Oranje genoemd, een bijnaam die volgens de 33-jarige Eindhovenaar louter vleiend was bedoeld. Hij bekijkt zichzelf vluchtig. Benen als boomstammen. Spieren die bijna uit het schaatspak knappen. `Ik wilde Eric Heiden worden', zegt hij, `zoals iedereen.'

In de woonkamer bevindt zich nog een aandenken. Vanaf de bank wijst vader Smulders, zijn vingers vergeeld van de shag, naar de televisie. Daarop staat misschien wel de mooiste trofee van Cor-Jan: een tweede plaats bij de WK junioren in 1988.

Het beeldje ontroert vader omdat het doet denken aan de prachtige toekomst die eens voor zijn zoon in het verschiet lag: ver weg van de markten waarop hij zelf zijn dagen sleet `voor drie stuivers winst, of nu, met die roteuro, voor nog minder'.

De tweede plaats gold destijds als een ongewone prestatie, zegt Cor-Jan. Elf jaar eerder had een Nederlander voor het laatst een medaille gewonnen bij de junioren. Hilbert van der Duim, later tweemaal de sterkste bij het WK allround, pakte brons.

Toch vergelijkt hij zichzelf nooit met Van der Duim als hij zijn vergeten prestaties in perspectief plaatst. In de keuken, waar zijn moeder koffie serveert en de pitbull enthousiast grommend achter een gammel hekje staat, somt hij zijn wapenfeiten op en concludeert dan nuchter: `Ik was even goed als Rintje Ritsma.'

Smulders beseft dat een leek deze woorden zal afdoen als grootspraak. Want wie is hij nou? Hij staat in Venlo en Veldhoven op de markt met dameskleding. In het uitgaanscircuit van Eindhoven geniet hij een zekere reputatie als schaars geklede kooidanser. En in justitiële kringen staat hij te boek als een meermalen gesnapte wietkweker.

Maar de Brabander spreekt de waarheid. Het scheelde weinig of niets Ritsma, die dit weekeinde voor de elfde keer meedoet aan het WK allround, maar hij had naam gemaakt op de ijsbaan. Dan was de Fries veroordeeld tot de vergetelheid.

Eén plek had de KNSB in 1990 te vergeven in de kernploeg, tot de komst van commerciële teams de plek waar talent werd klaargestoomd voor de top. Zowel Smulders als Ritsma kwamen in aanmerking. Beide werden te oud voor Jong Oranje.

Leen Pfrommer, destijds coach van de jeugdselectie, kon niet kiezen. De ervaren oud-militair vond beide schaatsers te zeer aan elkaar gewaagd. Wie de toekomst had, viel niet te voorspellen. `Ik vond dat ze allebei een plaats verdienden, maar dat kon niet', zou hij later zeggen.

Pfrommer liet Ab Krook beslissen. De toenmalige bondscoach voorzag evenmin dat Ritsma zich zou ontpoppen tot de beste allrounder sinds Eric Heiden. In zijn ogen waren de Fries en de Brabander geen uitgesproken talenten, maar harde werkers.

Omdat de twee op de baan niet voor elkaar onder deden, liet Krook zich leiden door hun karakters. De Fries was volgzamer, rustiger. Dat was een pré voor de bondscoach, die in de kernploeg genoeg had te stellen met vlotgebekte Hagenezen als Bart Veldkamp en Ben van den Burg. Krook zei later: `Dankzij zijn goede gedrag en mentaliteit kreeg Ritsma de voorkeur.'

Smulders schudt zijn hoofd in ongeloof als hij denkt aan het besluit van bijna dertien jaar geleden. Toen is zijn lot bezegeld. En dat van Ritsma. Gezamenlijk stonden ze op een tweesprong. De Fries is de weg gewezen die rechtstreeks leidde naar roem en fortuin; hij werd een kronkelig pad op gestuurd, vol onzekerheden, tegenslag en, ook dat moet gezegd, avontuur.

Smulders: `Als ik in mijn leven tien zinnen met Ab Krook heb gesproken is het veel.'

Natuurlijk, erkent de Brabander, is het allerminst zeker of hij Ritsma's successen zou hebben behaald. Hij neemt soms verbijsterd kennis van de `onwezenlijke' tijden die worden gereden. `Het is de vraag of ik zo had kunnen doorgroeien.'

Maar toch. Er is voor hem beslist. Dat is moeilijk te verteren.

Smulders wil wel toegeven dat Ritsma de volgzaamste was. `Je hoefde maar `boe' tegen hem te zeggen of hij kreeg een rode kop.' Met zijn eigen reputatie was echter niets mis, meent `Dikke Cor', al botste hij wel eens met Pfrommer.

De oud-militair hield zijn jongens streng in de gaten, ook buiten de baan. Net als zijn Haagse ploeggenoten Jac Orie en Marnix ten Kortenaar, zocht Smulders de grenzen op. Meiden mochten niet op de kamer. `Daar hielden wij ons natuurlijk niet aan. Kom op zeg, wij waren gezonde jongens.'

Ook op trainingskampen gingen hij wel eens zijn eigen weg. `Met Marnix ben ik eens stiekem gaan trainen in het voormalige Oost-Berlijn. Wij zaten met Jong Oranje in West-Berlijn. Dan pakten we de metro, kochten een visum voor een dag en gingen stiekem op de baan trainen. Zij hadden toen al een schaatshal. Rintje zou zoiets nooit doen.'

Of dergelijk gedrag hem een plek in de kernploeg heeft gekost, heeft Smulders nooit gevraagd. Hij herinnert zich geen discussie over de keuze voor Ritsma. De beslissing van Krook werd door Pfrommer overgebracht aan het eind van het seizoen. Dat was het. `Ik was niet radeloos of zo. Je accepteert het, denkt dat het allemaal wel goed zal komen. Ik had vijf jaar in Jong Oranje gezeten.'

De boosheid kwam pas later, in de zomer, nadat hij zich had gestort op het wielrennen. Hij wilde het ongelijk van de coaches bewijzen en kreeg die kans aanvankelijk bij de schaatsschool van Henk Gemser. Hij betrok een caravan bij Thialf en trainde zich voor eigen rekening het apezuur. Het gemis aan ploeggenoten en buitenlandse trainingskampen deed zich echter voelen.

Een betere kans diende zich aan toen Smulders in 1991 werd gevraagd om naar Duitsland te komen. Daar kon hij trainen bij de befaamde DDR-coach Achim Franke. Toen hij de Duitse nationaliteit aannam, kreeg hij zelfs een maandelijkse beurs van 1500 mark. `In eerste instantie is het raar, Duitser worden. Maar ja, als je kunt doen wat je het liefst wilt en ook nog geld krijgt: waarom niet? Ik wilde ontzettend graag naar de Olympische Spelen.'

Die droom ging niet in vervulling. In Albertville in 1992 mocht hij niet meedoen, omdat de KNSB hem het schaatsen voor een ander land verbood. In 1994, toen Ritsma in Hamar zilver en brons veroverde, vaardigden de Duitsers Michael Spielmann af. Volgens Smulders was hij bij selectiewedstrijden sneller geweest, maar zagen de keuzeheren liever een geboren Duitser aan de start verschijnen.

`De Duitse mentaliteit was niet de mijne. Het leek wel een militair kamp. Al die bevelen. Ga op die streep staan. En niemand die vroeg: waarom? Het enige wat ze deden was rondjes rijden. Allrounders dertig kilometer, sprinters vijftien. Ik ben daar niet beter geworden.'

Na 1995, het seizoen waarin Ritsma zijn eerste wereldtitel allround won, gaf Smulders het op. Hij zag in dat zijn pogingen de top te halen tot mislukken waren gedoemd en stopte, tien jaar nadat hij als knaap van vijftien was toegelaten tot Jong Oranje.

Een plan voor de toekomst had hij niet. En nog steeds lijkt hij zoekende. Een duidelijke lijn valt niet te ontdekken in zijn activiteiten van de afgelopen jaren, al suggereert hij met een grijns het volgende: `Schaatser, nachtclubdanser, wietkweker. Het lijkt wel een Teleaccursus: van topsporter tot crimineel in 30 dagen.'

Smulders doet luchtig over zijn ongewone levenswandel. Voor een knap honorarium danste hij enige jaren schaars gekleed in discotheken. `Zwaaien met zijn jongeheer', zoals Ritsma die activiteit eens noemde, hoefde hij niet. `Rintje liet het klinken alsof ik in Ahoy met Blote Charles stond te wapperen', zegt Smulders lachend. `Dat is niet zo.'

Ook onder zijn kennismaking met justitie gaat de Brabander niet gebukt. Twee jaar geleden kreeg hij een boete van elfhonderd euro en een voorwaardelijke celstraf van twee weken wegens het bezit van ruim vijfhonderd hennepplanten. Nadien is hij volgens justitie opnieuw betrapt. Eén zaak loopt nog. `Ik dacht: laat ik het proberen. Ik heb gegokt en verloren; zo simpel is het.'

Smulders, die tegenwoordig in Rotterdam woont, wacht nu af wat de toekomst voor hem in petto heeft. Hij overweegt op een casinoboot te gaan werken in het Caraïbisch gebied. De markt is het alternatief. Zijn vader en moeder hebben veertig jaar in de buitenlucht doorgebracht. Misschien zet hij het familiebedrijf, hoe klein het ook is, voort.

Schaatsen doet `Dikke Cor' al jaren niet meer. Hij jogt wat, altijd alleen, omdat hij er anders toch een wedstrijdje van maakt. De schaatskampioenschappen volgt hij wel op televisie. Wrok voelt hij nog maar zelden, al blijft het spijtig dat er in zijn tijd geen commerciële ploegen waren.

`Als je nu vierde wordt op een NK allround, zoals ik, kun je overal terecht', klinkt het berustend. Hij aait de jonge pitbull, die zich aan zijn voeten heeft genesteld. `Maar ja. Ik heb een ook leuk leven. Ik heb dingen gedaan die ik niet had willen missen. Dat Rintje nog zo goed is, vind ik ongelooflijk. Ik had het niet gekund. Ik kijk nog wel eens in oude trainingsdagboeken. Wat je niet moest doen om een paar rondjes hard te rijden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden