Oliver twist

Met zijn nieuwe satirische show Last Week Tonight veroorzaakt John Oliver een revolutie op tv. Amerikanen worden maar wat graag door de botte Brit uitgefoeterd.

John Oliver, een morsige Engelsman, draagt een lullig brilletje, mist een halve hoektand en vertelt Amerikanen - tot hun eigen genoegen - elke zondagavond op HBO dat ze dom en egoïstisch zijn. Van zijn show Last Week Tonight zijn pas zeven afleveringen uitgezonden en er wordt nu al gesproken van een revolutie in tv-satire.

De kans bestaat dat u al een fragment van Oliver (37) voorbij hebt zien komen: zijn tirade tegen de FIFA circuleerde vorig week op internet en trok miljoenen kijkers. 'Ik wil u vertellen over het worstprincipe', begint Oliver zijn relaas. 'De theorie dat als je ergens van houdt, je er nooit achter moet komen hoe het wordt gemaakt. Vanavond wil ik u mijn worst laten zien.'

In de 13 minuten die volgen noemt hij de FIFA ' het kwaad, op het karikaturale af' en vergelijkt hij de organisatie met een kerk: de voetbalbond heeft een onfeilbare leider (Sepp Blatter), dwingt Zuid-Amerikaanse landen groteske kathedralen (stadions) te bouwen en is verantwoordelijk voor de dood van schokkend veel mensen in het Midden-Oosten (de arbeidsimmigranten die in Qatar nieuwe stadions bouwen).

Als hij de belastingeisen van FIFA bespreekt, zegt Oliver: 'Denk aan geld als schaamhaar en FIFA als hars. Ze zullen er bovenop zitten tijdens het WK en als ze weggaan nemen ze álles mee.' Een leek uitleggen hoe FIFA werkt, lokt volgens hem dezelfde reactie uit als iemand het ranzige filmpje Two Girls One Cup laten zien: een onthutste gezichtsuitdrukking.

'Maar, maar, maar', zegt Oliver terwijl hij op zijn bureau hamert, 'voor miljoenen mensen zoals ik is FIFA tegelijkertijd de beschermengel van het enige dat hun levens betekenis geeft.' Met kinderlijk enthousiasme: 'Ik heb ondanks alles zó veel zin in het WK.'

Het item is even geestig als inhoudelijk. Oliver toont zowel zelfspot en ironische distantie als oprechte irritatie en betrokkenheid. Hij maakt flauwe en schunnige grappen, vloekt voortdurend, verwijt de kijker desinteresse - en komt overal mee weg. Wat maakt John Oliver zo goed? En waarom is er sprake van een tv-revolutie?

Oliver verschilt niet eens zo veel van zijn mentor Jon Stewart van The Daily Show, het satirische nieuwsprogramma van Comedy Central waar Oliver in december na zeven jaar vertrok. Net als Stewart zit Oliver in een studio met publiek, leunt hij gretig over zijn bureau, terwijl hij hard en snel praat, alsof het hem bijna te veel wordt. In de linker bovenhoek van het scherm verschijnen ironische afbeeldingen, die het onderwerp versterken of juist tegenspreken (tijdens een item over de doodstraf was Winnie de Poeh met een naald te zien).

Oliver en Stewart delen ook eenzelfde geagiteerde toon: is het echt zo ver gekomen dat een comedian uit moet leggen hoe het zit? Hun lievelingshobby: het kapotmaken van de sensatiezuchtige en oppervlakkige media. Toch verschillen de presentatoren wezenlijk. Ten eerste heeft Oliver geen dagelijkse, maar wekelijkse show en kan zo zijn gal opsparen, maar nog belangrijker: dieper op de materie ingaan.

Daarnaast is er zijn Britse charme, getypeerd door een bescheidenheid die tussen zelfhaat en zelfspot in zweeft. Anders dan veel Amerikanen is Oliver totaal niet sentimenteel. Hij doet geen moeite gasten te vleien en gaat ongemakkelijk situaties niet uit de weg. Als buitenlander heeft hij ook het voordeel dat er geen politieke kleur aan hem kleeft. Wie zich opwindt op de Amerikaanse tv wordt al snel partijdigheid verweten. Oliver heeft de schijn mee: het lijkt hem alleen om mensen met macht te gaan, niet om een partij.

En dan zijn Britse uiterlijk: geen indrukwekkende kaaklijn, gebleekte tanden, brede schouders of strakke haarlijn, maar een smalle verschijning, met het hoofd van een schoolmeester en dito bril, een scheef gebit en een chronische bad hair day - zijn lullige voorkomen wekt direct sympathie.

Tot slot lijkt Oliver verder te gaan in zijn campagnes dan zijn leermeester. 'Hij roept expliciet op tot actie', zei Dannagal Young, docent satire en psychologie van politieke humor aan de universiteit Delaware, dit weekend in The Guardian. 'Dat is uniek. Hij geeft niet alleen commentaar vanaf de zijlijn, maar loopt voorop in het protest.' Waar Jon Stewart of de gelijksoortige Stephen Colbert soms verzanden in ironie en een typetje lijken te spelen, meent Oliver wat hij zegt.

Twee weken geleden probeerde hij het belang van net neutrality uit te leggen, 'de enige twee woorden die meer verveling beloven dan: featuring Sting'. Het debat over netneutraliteit laaide de laatste tijd op, omdat providers meer geld willen vragen voor diensten die veel bandbreedte gebruiken, zoals Netflix. Het gevolg is dat providers zeer machtig worden. Oliver riep zijn kijkers op hiertegen te ageren op de website van de FCC, het overheidsorgaan voor telecommunicatie. De volgende morgen crashte de site, omdat hij overbelast was. Revolutionair Oliver werd verantwoordelijk gehouden.

In 2006 scoorde Oliver, die gestudeerd heeft in Cambridge, een baan bij The Daily Show, nadat de Britse komiek Ricky Gervais hem aanraadde bij Jon Stewart. Ze kenden elkaar niet persoonlijk, maar Gervais was onder de indruk geraakt van Olivers optredens bij het radioprogramma Gash en de satirische nieuwsquiz Mock the week.

Oliver maakte als verslaggever snel furore bij The Daily Show met scherpe items over wapenregulering en de katholieke kerk. Vorige zomer verving Oliver Stewart drie maanden lang als presentator, terwijl Stewart zijn eerste speelfilm regisseerde. Zijn optredens bevielen zo goed dat hij aan het eind van het jaar kon kiezen op welke zender hij een show wilde. Hij ging voor HBO, waar hij op zondagavond het tijdslot na Game of Thrones kreeg.

De verklaring van zijn succes ligt grotendeels verscholen in die plek. Omdat HBO een betaalzender is met abonnees, hoeft Oliver nauwelijks rekening te houden met kijkcijfers, die overigens alsnog goed zijn: gemiddeld kijken er 4 miljoen mensen, en 2 miljoen kijken het programma online terug, exclusief de miljoenen views op YouTube.

Oliver kreeg van HBO volledige creatieve vrijheid, wat zeker in Amerika uitzonderlijk is. Dat betekent dat hij - in tegenstelling tot zijn latenightcollega's - niet de plichtmatige, gescripte interviews hoeft af te nemen met sterren die iets willen verkopen. Hij hoeft ook geen rekening te houden met reclameblokken, waardoor hij in één adem een lang en ingewikkeld pleidooi kan afmaken, zonder de kijker te verliezen.

Ook van de kenmerkende bliepjes, waarmee het gevloek van Amerikaanse presentatoren wordt gecensureerd, heeft hij geen last. Hartstochtig gooit hij de ene na de andere fuck eruit. Nadat Oliver een reclame van Pop-Tarts toonde, waarin het merk prat gaat op het gehalte 'echt fruit' dat erin zit, zei hij: 'Fuck you. And I'll tell you why: there is no significant amount of fruit in Pop-Tarts, and within 30 seconds of eating your children will not rise and shine, they'll run around punching people in the dick before collapsing into a puddle of tears.'

Wellicht het belangrijkste van het gebrek aan restricties op HBO: omdat de maatschappij geen adverteerders heeft, mag hij alle bedrijven en instanties zo hard aanpakken als hij wil. En dat doet hij ook. Vlak voor een hoorzitting in het Amerikaanse congres over de defecte auto's van General Motors, maakte hij het merk met de grond gelijk. Oliver zei later dat hij dat op commerciële tv niet had kunnen doen.

Oliver heeft op HBO ook het publiek mee: hoogopgeleid, welvarend, vooruitstrevend en bovendien gewend aan grofheden (wie inschakelt na Game of Thrones kijkt nergens meer van op). Oliver is eloquent en erudiet en maakt grappen vol subtiele verwijzingen naar het nieuws en de popcultuur. Als je ze snapt, hoor je erbij.

Maar zijn echte kracht ligt erin zijn publiek te wijzen op hun tekortkomingen. Hij vraagt met verbetenheid aandacht voor genegeerde verhalen als de Indiase verkiezingen. Een item over de sharia begon met: 'Groot nieuws uit Brunei deze week. O, sorry, ik ga te snel: er is een land dat Brunei heet.'

De grap is dat liberale Amerikanen het blijkbaar leuk vinden uitgefoeterd te worden. Ondertussen kijken wij veilig toe: het gaat niet over ons, maar god wat heeft hij gelijk.

undefined

Green card

John Oliver, presentator van Last Week Tonight, heeft zijn vrouw Kate Norsley, een Irak-veteraan, ontmoet terwijl hij in 2008 een reportage van de Republikeinse conventie maakte voor The Daily Show. Omdat de Engelsman nog geen green card (verblijfsvergunning) had, riskeerde hij deportatie door op het evenement naar binnen te glippen. Norsley hielp hem te verstoppen toen de beveiliging achter hem aanzat. Drie jaar later trouwden ze. Dankzij het huwelijk kreeg Oliver de green card alsnog.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden