Olifanten aan het ontbijt

In Zambia ligt het Afrikaanse wildpark waar je voor het eerst een voetsafari kon maken. Nell Westerlaken trok het park in bij rijzende zon, het mooiste uur van Afrika....

South Luangwa National Park in Zambia wordt in het noorden begrensd door Munyamadzi-rivier, langs de westzijde ligt een steile bergrug, en aan de zuid-en oostkant stroomt de Luangwa. Het park heeft kortom alleen natuurlijke grenzen. Maar dat weten de olifanten niet.

Voordat de zon vanochtend boven de horizon verscheen - alleen de vogels waren al wakker - zijn er een stuk of tien de troebele rivier overgestoken naar onze kant van de wildernis, buiten het park, de kant van de mensen. Ze hebben een tijdje door het dichte struikgewas gesjouwd op hun zachte zolen en zijn plotseling met de hele familie de camping op komen banjeren.

Een groep Britse overland-toeristen had juist hun ontbijttafel klaargezet onder een reusachtige mahonieboom. Brood, cornflakes, gebakken worstjes, eieren, kaas, witte bonen in tomatensaus; eenmaal gevlucht in hun kampeertruck konden de geschrokken Britten vaststellen dat olifanten niet vies zijn van een typical English breakfast.

Je bent gewaarschuwd als je overnacht op camping Flatdogs, aan de mensenoever van de Luangwa. Je moet niet vreemd opkijken als je tijdens een nachtelijke wandeling van de campingbar naar je tent oog in oog komt te staan met een nijlpaard, ongeacht wat je hebt gedronken. Laat nooit je schoenen voor je tent staan, dikke kans dat een baviaan ermee vandoor gaat. Pas op voor olifanten aan het ontbijt. Kijk eerst naar de oever aan je voeten voordat je met een verrekijker de overkant afspeurt, een paar meter voor je ligt misschien een krokodil (flat dog) te soezen. Spreek nooit je buurman aan op zijn snurken als je een hol knorgeluid hoort, het zijn de nijlpaarden in de rivier. En neem 's avonds een zaklamp mee om het slecht verlichte toiletgebouw te vinden, zodat je niet richting struikgewas hoeft waar een sanitaire stop zou kunnen uitdraaien op een hachelijk avontuur. Niet elk ritseltje komt immers van de wind. Niet elk wild dier zet het op een lopen voor een homo sapiens met een wc-rol.

Toch is er sinds het park in 1950 werd opengesteld voor bezoekers nooit een argeloze toerist platgewalst door een olifant. South Luangwa was enkele decennia geleden zelfs het eerste Afrikaanse wildpark waar je voetsafari's kon maken die nu door heel Afrika gemeengoed zijn. De vroege ochtend en de avondschemer zijn de beste tijd voor gamespotting. (De middaghitte is voor Japanners, maar die zijn in deze uithoek van Zambia geheel afwezig.) Vertrek om zeven uur had Ryver, de gids, bevolen. En trek wat warms aan.

De rijzende zon, het mooiste uur van Afrika. Machtig grote mahonie-en ebbenbomen, roerloos zwart tegen een achtergrond van wegebbend rood. Baobabs met hun merkwaardige takken, elegant in al hun plompheid zoals ook olifanten dat kunnen zijn. In de uitgedroogde rivierbedding waar Ryver en zijn gewapende begeleider ons doorheen leiden, hebben olifanten een grillig religeprint dat door vele maanden zon is gefixeerd. Bonkige aarde, met hier en daar een groen waas van gras, een lustoord voor de puku's die er rondscharrelen op hun dunne ranke pootjes, altijd alert, neus in de wind - en weg zijn ze. Ibissen stappen onverstoorbaar verder, op hun poten als steeltjes die ze nuffig optrekken uit de kleverige, zwarte brij. Opeens wiekt een grote uil - wakker geschrokken waarschijnlijk - vanuit de bladeren onze kant op met logge vleugelslagen. Het moeten de onzichtbare bavianen zijn geweest die ergens ver weg zijn aangeslagen, als een troep waakhonden in de wildernis.

Je ziet niet wat je hoort tussen de stofgele struiken, de bomengroepen en de dode stammen. We horen kikkers bassen in het slijk, we zien Egyptische ganzen en een neushoornvogel. We horen apen krijsen in de verte, we zien zebra's onverstoorbaar grazen op honderd meter afstand.

Het is Ryver die de wildernis voor ons ontleedt. Het grillige gat onderin een verlaten termietenheuvel? Een graafpoging van een miereneter. Niet meteen ernaartoe: het zijn uitstekende slaapplaatsen voor luipaarden. De ruwe bast van de monumentale mopaneboom die in vellen van de stam hangt? Eraf geschurkt door de olifanten.

De zoektocht naar prenten in het stof (is dit een voor-of en achterpoot van een olifant?) wordt een ongemakkelijk avontuur wanneer Ryver een verse leeuwenprent ontdekt. En zien we wel waar we staan? De losse haren die hij uit het zand plukt wijzen erop dat hier de zebra's komen baden in het stof. Of nee, de plukken zebrahaar worden gaandeweg groter: hier heeft een gevecht plaatsgevonden. Op leven en dood.

Het savanne-achtige landschap krijgt langzaamaan wrede trekken terwijl we over de open terreintjes in de bush lopen. (Gevaar houdt zich bij voorkeur op in het struikgewas.) Bladstilte, dreigend haast, in de donkergroene mopanes en de worstbomen met hun zware worstvormige vruchten die als aan touwtjes in de takken lijken te hangen. Ondertussen verscheurt ergens een roofdier een antilope en schreeuwen de apen zich de longen uit het lijf omdat een leeuw in aantocht is. Maar we zien nog niets van alle dagelijkse drama's. We zullen moeten wachten tot de middag.

Het grootste gevaar loopt natuurlijk op twee benen, zegt Adrian Colley, bestuurslid van de Luangwa Safari Association, blank, blond, en mede-oprichter van de RATS: de rapid action teams die uitrukken als een parkwacht een stroper denkt te signaleren. In 1970 had het park 85 duizend olifanten, de populatie werd door commerci stroperij teruggebracht tot 7000 in 1996.

'Je kunt er verontwaardigd over doen, maar stropers heetten vijftig jaar geleden gewoon jagers', zegt Colley. Inmiddels werden in 2002 jaar weer 7500 olifanten geteld. Maar waakzaamheid blijft geboden. 'In het park liggen een paar dorpen. De chiefs krijgen bedragen van 100-tot 150 duizend dollar geboden voor een jachtconcessie en kunnen dan moeilijk nee zeggen.'

Van de Zambian Wildlife Association, de overheidsinstelling die het park beheert, is weinig heil te verwachten. 'Volgens hen zijn vorig jaar slechts twee olifanten gestroopt. Wij weten dat het er minstens vijftien waren, maar het kunnen er ook vijftig zijn.'

De vorige dag is een jonge dode olifant gevonden, zo'n 25 kilometer van de camping, de oorzaak van zijn dood moet nog worden onderzocht. Door groene parklandschappen, open vlaktes, savanne-achtige stukken, door dicht struikgewas en bosachtige stukken rijden we richting dode olifant in een open jeep. Een jong olifantje dat vlak naast de stofweg wordt opgeschrikt door de auto, flappert woest met zijn oren, maar het trompettertje dat hij laat klinken leert dat je voor olifantenboosheid wel even moet oefenen. We passeren zebra's, hyena's, antilopen, waterbokken, kleine kuddes olifanten, een troep herkauwende buffels, we zien neushoornvogels, marabous en deftig stappende zilverreigers.

Zwarte gieren markeren, zwevend in de lucht, de plaats waar de olifant ligt, in het open struikgewas. Geluiden zwellen aan bij het naderen van de dode mastodont. We lijken ons middenin een ring van geluid te bevinden, opgewonden gekrijs, geschreeuw, getsirp, gekakel, gefluit; de apen waarschuwen talrijke vogels die hun alarm weer doorgeven aan verre soortgenoten: leeuwen! De geur van carnivore verrotting wordt sterker, bloed, rottend vlees.

Voordat we de leeggegeten hoop olifantenhuid bereiken zien we hem, tien meter van ons vandaan tussen de struiken, een donkere mannetjesleeuw, trots, minzaam, haast arrogant opkijkend om schuddend met zijn donkere manen langzaam op te lossen in de droge takken van het struikgewas.

We volgen hem in de jeep om op een afstand van een meter of tien te zien hoe hij zich bij een groepje van drie vrouwtjes en drie springerige welpen voegt. Voldaan na de maaltijd drinkt de familie onverstoorbaar uit een plas troebel water. Stilzitten, niet bewegen, sist de gids, iets te nerveus.

's Nachts, in het donker van de tent, klinkt tussen de geluiden van de 24 uurs-economie in de wildernis ook een rauwe brul. Ga dan nog maar eens op zoek naar het toiletgebouw met je zaklamp en je wc-rol.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden