Olielanden doen weinig met hun dollars

Dankzij de hoge olieprijs verdienen de OPEC-landen geld als water. In tegenstelling tot de crisis in de jaren tachtig blijven de producenten nu op hun geld zitten. Ze hebben hun lesje geleerd.

De tankers met olie vertrekken en die met geld komen binnen. De twaalf landen van de OPEC hebben nog nooit zoveel geld verdiend aan het zwarte goud. Alleen dit jaar zullen de producerende landen 1.200 miljard of 1,2 biljoen dollar aan inkomsten uit olie- en gasexport hebben, volgens schattingen van het Amerikaanse onderzoeksinstituut Energy Information Agency. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2009 toen ze 780 miljard dollar aan hun olie en gas verdienden en een vervijfvoudiging vergeleken met 2003 toen het slechts 220 miljard dollar was.


De OPEC-landen en andere grote olieproducenten als Rusland en Noorwegen lukt het de prijs van een vat olie (159 liter) al tijden te stabiliseren rond het hoge niveau van 100 tot 120 dollar per vat. Dat is opmerkelijk gezien het feit dat de crisis die de wereldeconomie nog steeds in haar greep houdt. Een afzwakking in de economie geeft doorgaans een daling of zelfs ineenstorting van de olieprijs, terwijl groei garant staat een grotere vraag naar olie en een stijgende prijs.


Cyril Widdershoven, olie-expert van TNO in Delft, denkt dat twee factoren meespelen. 'De vraag naar olie stijgt nog steeds door de ontwikkeling in de opkomende landen. Daarbij hebben de olieproducerende landen en ook grote concerns als Shell, BP en Total de oliemarkt zo gereguleerd dat de prijs tussen de 100 en 110 dollar blijft.'


In de discussie over de grote onevenwichtigheden in de wereldeconomie komen de olie-exporterende landen steeds vaker in de vuurlinie te liggen. Alleen al het overschot op de lopende rekening van de twaalf OPEC- landen zal dit jaar oplopen tot boven de 500 miljard dollar.


Als daar de inkomsten van olieproducerende niet-OPEC landen zoals Rusland, Noorwegen, Mexico, Indonesië en Oman bij worden opgeteld, schat het IMF dat het overschot uitkomt mop 750 miljard dollar. Ter vergelijking: het overschot van China op de lopende rekening zal dit jaar blijven steken op een bedrag tussen de 150 en 200 miljard dollar.


Het overschot van Saoedi-Arabië zal daardoor al bijna dat van China inhalen. De olie- en gasinkomsten zijn de afgelopen twee jaar geëxplodeerd als gevolg van de scherp gestegen olieprijs die iedere burger nu aan de pomp ondervindt. Vorig jaar liep de olieprijs op tot 105 dollar pet vat. In 2012 zal die het hele jaar boven de 100 dollar blijven.


Binnen de 42-jaar oude OPEC is Saoedi-Arabië de grootverdiener aan olie. Gemeten in procenten van het bruto binnenlands product (bbp) heeft Koeweit van de OPEC-landen het hoogste overschot. Twee kleine olielandjes doen het nog beter: Oost-Timor, dat ondanks de olie een bbp heeft dat weinig voorstelt, en Brunei dat geen andere economische activiteiten onderneemt dan het exporteren van olie.


Het enige land dat de inkomsten zag teruglopen was Libië als gevolg van de burgeroorlog die leidde tot de afzetting van Kadhafi. In procenten van het bbp hebben ze veel grotere overschotten dan de zogenoemde lagelonenlanden. Landen als Libië en Irak hebben de inkomsten hard nodig voor de opbouw van het land. Daarnaast wordt een groot deel van de oliedollars gebruikt voor sociale programma's waarmee met name landen als Saoedi-Arabië, Koeweit, Oman en de VAR proberen te voorkomen dat ook hier volksopstanden komen die het regime de kop kunnen kosten.


Een probleem is dat in vergelijking tot de jaren tachtig en negentig een steeds geringer deel terugvloeit naar het Westen in de vorm van importen of investeringen. Toen werden grote bedragen besteed aan megaprojecten in de infrastructuur, waarvoor vaak westerse bedrijven werden ingehuurd en de aankoop van vaak luxe consumptie-artikelen. Maar dat is nu veel minder het geval.


Geen dure auto's meer

Widdershoven zegt dat de OPEC-landen hun lesje hebben geleerd. Ze willen niet ineens met tekorten op de lopende rekening komen te zitten als de olieprijs plotseling toch instort, zoals in het verleden veelvuldig is gebeurd. 'En ze zijn zich beter bewust dat het in de wilde weg kopen van Rolls-Royces, Lamborghini's en Spaanse villa's slechte investeringen zijn. Als ze iets kopen, dan zijn het grote pakketten aandelen in bijvoorbeeld Shell of ExxonMobil.'


Daarnaast zijn de bedragen belegd in onder meer Amerikaans en Duits staatspapier, hedgefondsen en private-equitybedrijven.


De recycling van oliedollars die in de jaren tachtig en negentig de wereldeconomie vaak hielp uit het dal te kruipen, vindt nu op veel minder grote schaal plaats ondanks de veel hogere olie-inkomsten.


China is en blijft de grootste exporteur ter wereld, maar van de opbrengsten wordt meer dan 90 procent gespendeerd aan importen waarmee de bedrijvigheid in andere landen wordt geholpen.


Die hulp komt er van de kant van de olieproducerende landen nauwelijks. In de jaren zeventig en tachtig vloeide 60 tot 80 procent van de olie-inkomsten terug naar andere landen via importen. Nu is dat volgens schattingen van het IMF slechts 40 procent.


biljoen dollar verdienen de olieproducerende landen dit jaar met de export van hun olie en gas. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2009 toen 780 miljard dollar aan hun olie en gas verdienden en een vervijfvoudiging vergeleken met 2003


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden