Oliehandelaar Trafigura ontkent smokkel van olie naar Noord-Korea

Zuid-Korea verdenkt oliehandelaar Trafigura ervan betrokken te zijn bij de illegale verkoop van olie aan Noord-Korea. Een schip dat bij die handel zou zijn gebruikt, de Lighthouse Winmore, is aan de ketting gelegd. De Amerikaanse president Donald Trump beschuldigt vooral China ervan het handelsembargo tegen Noord-Korea stelselmatig te ontduiken.

De Lighthouse Winmore eind december voor de kust van de Zuid-Koreaanse havenstad Yeosu. Foto afp

Trafigura is de eerste grote westerse onderneming die wordt genoemd in de smokkel naar Noord-Korea. Het concern is een van de drie grote grondstoffenhandelaren in de wereld, naast Glencore en Vitol. Het bedrijf zetelt officieel in Amsterdam, maar wordt geleid vanuit Singapore en Genève. In Nederland werd het concern bekend door de affaire met de Probo Koala, het schip dat chemisch afval dumpte in Abidjan, Ivoorkust.

De Lighthouse Winmore zou op 11 oktober in Zuid-Korea 14 duizend ton olie hebben geladen. Het zou zijn vertrokken op weg naar Taiwan, maar de Zuid-Koreaanse douane stelt dat het schip midden op zee tot vier keer toe lading heeft overgeheveld naar andere schepen. Zo zou 600 ton zijn geleverd aan het Noord-Koreaanse vrachtschip Sam Jong 2. Die partij olie zou normaal gesproken 1,5 miljoen dollar waard zijn. Volgens persbureau Bloomberg stond de transponder van de Lighthouse Winmore, waarmee de buitenwereld de locatie van het schip kan volgen, tien dagen lang uit.

Overpompen

Trafigura ontkent iets te hebben misdaan. Het bedrijf zegt dat het niet de eigenaar is van het schip, en het niet te hebben gecharterd. Trafigura was wel de leverancier van de olie. Het verkocht die aan een bedrijf in Hongkong, Global Commodities Consultants, onder een gebruikelijk beding: dat het niet in strijd met de regels van het embargo tegen Noord-Korea mag worden doorverkocht. Global Commodities verkocht de lading weer door, aan een bedrijf dat Oceanic Enterprise heet, onder dezelfde voorwaarden: bestemming Taiwan, en verboden te leveren aan Noord-Korea.

Het beeld van schepen die op volle zee illegaal ladingen overpompen naar Noord-Koreaanse schepen, past in het beeld dat de president Trump vorige week naar buiten bracht. Trump beschuldigde China ervan dat dat land zou toestaan dat Chinese schepen midden op zee ladingen overpompen naar Noord-Koreaanse schepen. Amerikaanse satellieten zouden sinds oktober al dertig keer hebben vastgesteld dat Chinese schepen olie overhevelen naar Noord-Koreaanse.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties trof in september vorig jaar sancties tegen Noord-Korea, om dat land te straffen voor het ontwikkelen van kernwapens met bijbehorende raketten. De sancties, die juridisch bindend zijn, werden in december aangescherpt.

China

Levering van olie aan Noord-Korea is niet helemaal verboden. Jaarlijks mag er een half miljoen vaten olieproducten geleverd worden en 2 miljoen vaten ruwe olie, alles bij elkaar net drie middelgrote tankers vol. Die handel wordt gecontroleerd door een groep experts van de VN, maar alom wordt aangenomen dat er een levendige illegale handel bestaat. Niet alleen op zee, maar ook over land, waar China per vrachtwagen en per trein grote hoeveelheden olie aan zijn buurland zou leveren. China ontkent dat steevast. 'Die situatie doet zich niet voor', stelde het Chinese ministerie van Defensie onlangs nog tegenover persbureau Reuters.

Niet alleen de levering van olie is aan banden gelegd. Praktisch alle handel met Noord-Korea is verboden, met een paar uitzonderingen. Behalve olie en gas op kleine schaal mogen voedsel en medicijnen onder voorwaarden wel worden geleverd, maar luxegoederen en hoogwaardige technologie zoals computers en telefoons helemaal niet.