Olie biedt Irak geen soelaas meer

Op de beurs gokken Irakezen op economische bloei ná de oorlog. Het land zit op een goudmijn, maar moreel ligt Irak in puin....

Door Kim Ghattas

DE BEURS van Bagdad bloeit. In een aftands gebouwtje roepen beleggers vanachter een metalen hekje hun orders door naar handelaren op de vloer. Daar weerstaan de aandelenprijzen op wonderbaarlijke wijze de sombere economische toestand van Irak sinds de Veiligheidsraad resolutie 1441 aannam en de Verenigde Staten zich begonnen op te maken voor oorlog.

'De koersen stegen afgelopen maand 15 procent', zegt beurshandelaar Hekmat al-Tamimi. Op maandag-, woensdag- en zaterdagochtend wordt er gehandeld in aandelen van deels geprivatiseerde staatsbedrijven. Gemiddeld gaat er dagelijks 300 miljoen dinar (130 duizend dollar) om. Ter vergelijking: de New York Stock Exchange zet dagelijks gemiddeld 42,3 miljard dollar om.

Vreemd, die positieve stemming, is de eerste gedachte. Maar de beurs van Bagdad heeft zich ontpopt tot een casino waar Irakezen gokken op de oorlog. Hier speculeren handelaren op een na-oorlogse periode van economische bloei. Op een nieuw tijdperk na twaalf jaar VN-sancties. En op een nieuw regime.

In een bescheiden kantoor in het centrum van Bagdad zegt zakenman Faris El-Hadi: 'De winnaar van een oorlog heeft er belang bij om na de strijd de economie te stimuleren.' El-Hadi stak alvast geld in industrie, verf, chemicaliën en bouwmaterialen.

Die hoop deelt El-Hadi met miljoenen landgenoten, binnen en buiten Irak. Niet voor het eerst. 'Ook na hun oorlog met Iran koesterden Irakezen hoge verwachtingen', zegt de Britse econoom Colin Rowat, Irak-specialist aan de universiteit van Birmingham. 'Die zijn niet ingelost.'

Daarna volgden nóg een oorlog, en twaalf jaar sancties. Rowat: 'Veel Irakezen kunnen zich de goede oude tijd niet eens herinneren. Toch denken zij dat het leven na de oorlog beter wordt.'

Die hoop kan vervliegen zodra Irakezen zich realiseren welke obstakels er liggen op de weg naar rijkdom. Veel van de Iraakse rijkdommen, van natuurlijke hulpbronnen tot hoogopgeleide professionals, zijn verkwanseld.

Tussen 1970 en 1980 stegen de defensie-uitgaven van minder dan 1 miljard tot 19,8 miljard dollar. Halverwege de jaren tachtig waren de militaire uitgaven tweeëneenhalf keer zo hoog als de olie-inkomsten. Sindsdien schommelen zij rond 30 procent van het bruto binnenlands produkt.

'Problemen konden lang worden genegeerd of gladgestreken dankzij de reserves uit olie opgebouwd in de jaren zeventig', zegt Kamel Mehdi, auteur van het boek Iraq's economic predicament en universitair docent te Exeter.

Maar Irak heeft haar oliereserves niet ten volle benut, stelt Midden-Oosten deskundige Neil Patrick van de Britse denktank Economist Intelligence Unit (EIU). De Iraakse regering compenseerde tot midden jaren tachtig haar blunders met relatief verstandig beleid, vindt Patrick. Zo ging een deel van het oliegeld naar zorg, onderwijs en woningbouw wat weer ten goede kwam aan de geletterdheid, volksgezondheid en levensverwachting.

Met de oorlog met Iran kwam de neergang. De genadeklap deelde de Golfoorlog uit. Sancties veranderden het land in een non-economie, waarin buitenlandse handel en investeringen niet zijn toegestaan. Onderhoud en reparatie van dé motor van de economie, de olie-industrie, bleef daardoor uit.

Bovendien maakten de sancties Irak tot een nog centraler gestuurd land. Die enige die nu nog buitenlandse goederen mag kopen, is de Iraakse regering. De gemiddelde prijs die het land voor zijn olie ontvangt wordt aan het eind van iedere maand achteraf berekend. Het verdiende geld belandt op een Parijse VN-rekening waar de regering in Bagdad niet bij kan.

Om toch aan deviezen te komen verkoopt Irak olie buiten de VN om, voornamelijk aan Jordanië volgens een handelsovereenkomst en illegaal aan Syrië. Die verdiensten staan niet op de begroting. Ze dienen mogelijk ter financiering van de vele paleizen van Saddam Hussein.

Oorlogen en sancties kostten Irak meer dan 1 biljoen dollar (duizend miljard, twaalf nullen). Ooit waren de meeste taxichauffeurs die vandaag in Bagdad rondrijden ingenieurs en onderwijzers. Wie door de stoffige straten loopt, kan moeilijk geloven dat het land ooit een modelvoorbeeld van vooruitgang was in de regio.

De stille hoop van miljoenen Irakezen ten spijt, is het niet plots rozegeur en maneschijn na een oorlog. De hoogste horde op weg naar herstel is de astronomische buitenlandse schuld waarmee Irak zich heeft overladen tijdens de oorlog met Iran.

De vraag is of van Irak straks verwacht zal worden dat het zijn rente- en aflossingsverplichtingen over de afgelopen twaalf jaar nakomt, of dat er kwijtschelding van schulden komt. 'Als mannen uit Washington in Bagdad de dienst uitmaken, zal het eenvoudig zijn om tot een nette regeling te komen', meent Rowat. 'Maar zit er straks een andere dictator, dan wordt een schuldendeal lastiger.'

Nog zo'n struikelblok is straks het herstel van de olie-industrie. Irak mag dan wel bovenop 's werelds één na grootste oliebel liggen, de olie-inkomsten zullen tekort schieten om de wederopbouw van het land te betalen. Die wordt duur: naar schatting 100 miljard dollar.

Wie Irak beschouwt als de kip met de gouden eieren, als de oorlog maar achter de rug is, heeft het dus mis, waarschuwt Mehdi.

'Is er eenmaal politieke stabiliteit, dan duurt het nog minstens acht jaar aleer Irak acht miljoen vaten olie per dag kan afscheiden.'

Door een eventuele oorlog zal Irak dit jaar sowieso veel minder olie kunnen oppompen in 2003. Het bbp, schat de EIU, kan dan krimpen met 7,5 procent.

Tegelijk voorziet het onderzoeksinstituut dat een leiderschapwissel, het opheffen van de VN-sancties en de terugkeer van buitenlandse investeringen de economie in 2004 geweldig zullen helpen; de EIU voorziet dan een groei van 15 procent.

Wil Irak overleven, dan heeft het extra inkomstenbronnen nodig, zeggen experts. Enkel drijven op oliewinsten, zoals in de jaren zeventig, kan niet meer.

Stromen buitenlandse hulp zullen uitblijven. 'Nu de internationale gemeenschap amper hulpgeld voor Afrika bijeen kan schrapen, kan een olierijk land als Irak niet rekenen op de goedertierenheid van westerse donoren', zegt Rowat. Ook de VS zullen weinig aalmoezen over hebben voor Irak, omdat president Bush, mikkend op herverkiezing, meer oog zal hebben voor zijn binnenland.

Buitenlanders kunnen dat gat vullen. 'Daarvoor is een transparant rechtssysteem nodig, om hun vertrouwen te winnen', zegt Mehdi. 'Want er is geen vermogende Irakese gemeenschap in het buitenland die groots kan bijdragen aan de ontwikkeling van Irak.'

Veel moet anders. De wijze van zaken doen moet op de schop, de rechtsstaat moet worden opgebouwd in een land waar omkoping, nouveaux riches en opportunisme de norm zijn geworden.

'Tot 1990 hadden Irakezen scrupules en eergevoel. Nu heerst de corruptie', zegt Rowat. 'De oudere generatie staat voor zijn pensioen, de nieuwe generatie bestaat uit opportunisten.'

Wie moet dan de wederopbouw leiden? 'De overheid', meent Patrick. 'Daarna komen het buitenlandse kapitaal en de privatisering. Langzaam kan de rol van het bedrijfsleven dan groter worden.'

De analyse van de zwakheden zou min of meer identiek zijn geweest in een scenario zonder oorlog, en met plotse opheffing van de sancties.

De oorlog voegt daar talloze onzekerheden aan toe. De fysieke schade zal groot zijn. Wellicht steekt het regime-Hussein op de terugtocht olievelden in brand. De grootste wild card is hoe de Irakezen om zullen gaan met een machtsvacuüm, gevolgd door een regering met wellicht Amerikaanse ministers op sleutelposten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden