Olie bepaalt houdbaarheid van vrede in Sudan

Er is een goede kans dat deze week een einde komt aan de oorlog in Sudan. Woensdag sluiten zuidelijke rebellen en de regering een akkoord....

Van onze correspondent Kees Broere

Colin Powell komt misschien, dus het moet wel serieus zijn. De onderhandelaars voor Sudan, die sinds een week opnieuw bij elkaar zitten in de Keniaanse plaats Naivasha, willen de Amerikaanse minister woensdag als getuige bij de ondertekening van hun akkoord. Een tamelijk unieke gebeurtenis, voor een zeer unieke kans op vrede.

Sudan, Afrika's grootste land, is alweer ruim twintig jaar verwikkeld in een van de wreedste, maar minst aandachttrekkende oorlogen op het continent. Zo'n anderhalf à twee miljoen doden verder, en met zeker vier miljoen mensen die in eigen land op de vlucht zijn, is een vredesovereenkomst in zicht. Hoe breekbaar die ook is.

Dit zou wel eens 'de laatste ronde' kunnen zijn, zei de Sudanese vice-president, Ali Osman Taha, toen hij vorige week opnieuw in Naivasha aankwam. Vorige maand werden hij en John Garang, leider van de Zuid-Sudanese rebellenbeweging SPLM, het eens over de integratie van regeringsmilitairen en opstandelingen binnen een gezamenlijk te leiden krijgsmacht.

Dat akkoord sloot aan bij eerder bereikte overeenstemming over een periode van zes jaar, waarin het zwart-Afrikaanse, christelijke of animistische zuiden van Sudan zich kan buigen over de vraag of het zich, via een referendum, wil afscheiden van het Arabische en islamitische noorden. Maar de echte verdeling van de macht blijft een struikelblok.

De onenigheid tussen noord en zuid dateert uit de achtste eeuw, toen Arabische kolonisten zich vestigden in 'Bilad el Sudan', het Land van de Zwarten. In 1956 werd dat land onafhankelijk van de Britten. De noordelijke elite ontwikkelde zich redelijk voorspoedig, het zuiden bleef in een affreus soort Afrikaans Stenen Tijdperk achter.

Bij de onvrede over religieuze en sociale achterstelling voegde zich in het begin van de jaren tachtig de strijd om economisch gewin. In het zuiden werd olie gevonden. De noordelijke regering nam onmiddellijk zelf de exploitatie voor haar rekening. Inmiddels produceert Sudan naar schatting 250 duizend vaten per dag, die het bewind in de hoofdstad Khartoum jaarlijks zo'n zeshonderd miljoen euro opleveren, geld dat ook wordt gestoken in wapens.

Olie verklaart niet alleen deels de Amerikaanse interesse in een vredesovereenkomst, zij maakt ook duidelijk waarom zo'n overeenkomst in de praktijk kan falen. Voor veel zuiderlingen is elke olie-euro die naar het bewind van president Omar al-Bashir gaat er één te veel.

'De mensen (in het zuiden) zijn niet gek', meent de vredesactivist John Ashworth. 'Zij zullen opnieuw de wapens opnemen als hun leiders de rijkdom, die zij als hun geboorterecht beschouwen, lijken weg te geven met een akkoord.' Een lokale SPLM-commandant stelt simpelweg dat 'alle olie in het zuiden aan de zuiderlingen behoort.'

Met dergelijke opvattingen kan John Garang, de weinig democratisch geknede rebellenleider, het nog knap lastig krijgen. De SPLM is echter duidelijk uit op een compromis met Khartoum. Zoals een onderhandelaar het onlangs uitdrukte: 'We verwachten alles te krijgen waarmee we kunnen leven, niet per se alles dat we willen.'

Dankzij dit soort verzoenende geluiden spreken de bemiddelaars van IGAD, het regionale comité dat onder leiding van Kenia in de gesprekken bemiddelt, van 'substantiële vooruitgang'. De zogeheten internationale vrienden van IGAD, waaronder Nederland, trachten dit optimisme overeind te houden. Begin november wil minister Van Ardenne voor Ontwikkelingssamenwerking Sudan bezoeken.

Ook het islamitische bewind in Khartoum werkt met toenemend zelfvertrouwen naar een vredesakkoord. Dat bleek bijvoorbeeld vorige week met de vrijlating van de islamistische oppositiepoliticus Hassan al-Turabi, de leider van het Nationaal Volkscongres (PNC). Volgens waarnemers hoort zelfs een nieuwe alliantie tussen Al-Bashir en Al-Turabi tot de mogelijkheden.

In de aanloop naar het referendumover afscheiding vinden mogelijk eerst nieuwe verkiezingen plaats. Het Nationaal Islamitisch Front van Al-Bashir zal die waarschijnlijk gemakkelijk winnen. De jaren erna zal het er alles aan doen de eenheid van Sudan te bewaren en daarmee ook de olie-inkomsten veilig te stellen.

Het is de vraag wat de mensen in het bijna volledig onontwikkelde zuiden hier tegenover kunnen stellen. De bevolking daar is na twintig jaar oorlog sufgebeukt. Maar wie toch al niets had, heeft ook weinig te verliezen. 'Eenheid' is een mooi woord. Eetbaar is het niet.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden