Profiel

Ólafur Arnalds en zijn neoklassieke droommuziek

De IJslandse neoklassieke pianist Ólafur Arnalds maakt filmische muziek waarbij je de tektonische platen haast hoort schuiven. Hij speelt morgen op het festival LeGuessWho in Utrecht.

Ólafur Arnalds Beeld null
Ólafur Arnalds

Hij begon zoals vrijwel iedere muzikale Scandinavische jongen: in een metalbandje. Ólafur Arnalds (Mosfellsbær, 1986) drumde in Fighting Shit, en hard ook.

Tegenwoordig doet de IJslander met het androgyne voorkomen het een stuk rustiger aan. Arnalds componeert neoklassieke droommuziek, speelt piano, arrangeert strijkers en neemt dat alles op - het liefst in zijn huiskamer - naast computergestuurde ambient; geluidsgolven en nevelig industrieel gesis, en hier en daar een half verwaaide dancebeat.

En met die verstilde pianoklanken verovert Arnalds de wereld. Zaterdag geeft hij een concert in de Utrechtse Janskerk, als onderdeel van het vierdaagse popfestival Le Guess Who. Daarna toert hij via Engeland en Australië nog eens langs Nederland, voor het festival voor klassiek en pop Cross Linx, in februari volgend jaar. Tussendoor brengt hij zijn eigen platen uit, en componeert hij zich suf voor ballet maar vooral film en televisie. Want zijn muziek, van zichzelf al sterk filmisch van karakter, doet het goed als soundtrack. Arnalds dook op in films als The Hunger Games en in bijvoorbeeld het niet zo verstilde Looper, met Bruce Willis.

Woeste, kille natuur
Het is misschien een beetje flauw de leefomgeving erbij te slepen als abstracte en voornamelijk instrumentale muziek moet worden omschreven. Maar toch ontkom je er bij Arnalds bijna niet aan. De muziek van de IJslander klinkt op z'n minst koeltjes, en met lange, traag glijdende cellolijnen en in ijs gebeitelde, melancholieke pianoakkoorden stuurt Arnalds zijn gehoor ook wel een bepaalde kant op. Liedtitels als For Now I Am Winter en Only The Winds of Words Of Amber kadreren de muziek onverzettelijk in woeste, kille natuur, tussen stomende geisers en vulkanisch gesteente waaronder je de tektonische platen haast hoort schuiven.

null Beeld null

Huiselijke warmte
Toch zoekt Arnalds bij het vervaardigen van al dat moois graag huiselijke warmte en geborgenheid op. Op een van zijn mooiste albums genaamd Living Room Songs staan zeven stukken getiteld Day I t/m Day VII, steeds in exact een dag vervaardigd en opgenomen. Arnalds begon de dag van een zekere week in oktober 2011 met het schrijven van een eenvoudige maar pakkende pianomelodie en een klein arrangement. Daarna nodigde hij bevriende klassieke musici uit in zijn woonkamer te Reykjavik, om het stuk gezamenlijk in te spelen en op te nemen. De werken verschenen met videomateriaal op Arnalds blog; open ter discussie. En werden uitgebracht op het neoklassieke label Erased Tapes. Prachtige, maar vluchtige muziek die je toch weet te raken. Zoals het nummer Near Light, een door kabbelende piano en slepende cello's gedragen melodie die halverwege wordt opgetild door een hakkelende technobeat.

Op zijn laatste plaat For Now I Am Winter, uitgebracht bij Mercury Classics van Universal, laat Arnalds de elektronische ritmes nog veelvuldiger schuiven. En laat hij de IJslandse zanger Arnór Dan een paar gevoelige liederen zingen. Daarmee gooit Arnalds de deuren van zijn huiskamer én de poorten naar zijn vulkanische eiland steeds verder open; minder ijzige natuur, meer pop, meer behapbare liedjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden