Oh My God

Een bezoek aan het 9/11-Museum in New York doet velen pijn. Sommigen te veel.

De balk staat in een hoek van het '11 september'-museum in New York. Hij is met zo'n kracht door midden gescheurd dat het lijkt alsof het twee armen zijn van verwrongen staal die zich van pijn doortrokken uitstrekken naar de hemel. Je weet eerst niet wat het is, maar als blijkt waarnaar je staat te kijken, volgt een lichte schok.

De balk bevond zich tussen de 93ste en 96ste verdieping van de noordelijke toren van het WTC. Daar boorde het eerste vliegtuig zich in de wolkenkrabber. Om 8.46 uur in de ochtend. Plaats en tijd worden hier exact aangegeven, op de meter en de minuut af. Het is een bijna lijfelijke ervaring: allemaal stonden we ooit voor de televisie naar dat rokende gat te kijken en nu kun je de gebutste restanten van die plek hoog in de toren met je vingers aanraken of strelen. Dichter bij een historisch moment kun je niet komen, denk je.

Toch kan dat. Je kunt nog dichterbij komen. Beangstigend dichtbij.

Daar kom je later achter, als je ineens voor een van de aangrijpendste voorwerpen in het museum staat. Het is een deel van een vliegtuigromp. Een passagiersraampje. Van American Airlines vlucht 11 . Dat is het toestel dat de noordelijke WTC-toren invloog. Het toestel dat de balk die je net hebt gezien uiteenreet. Wie keek er uit dat raam vlak voor de inslag? Was het een vrouw? Een man? Een kind? Wist hij of zij dat dit het einde was? Het raampje is open, je kunt er dwars doorheen kijken, maar dat doe je niet. Je projecteert op het lege venster je gedachten en gevoelens. Je probeert je voor te stellen wat een van de 2.977 doden van achter dit raam moet hebben doorgemaakt. Tegelijkertijd is het raampje een spiegel: wie daar ook zat, het had iedereen kunnen zijn. Het had jijzelf kunnen zijn. De tragedie komt zo heel dichtbij.

Dat moet de bedoeling zijn van het National September 11 Memorial & Museum. Een bezoek is zowel een fysieke als een emotionele belevenis. Je daalt af in het gat dat op de dag van de aanslagen in het hart van Manhattan en in de Amerikaanse psyche werd geslagen . Dit was ground zero, hier lagen de smeulende resten van het WTC. Maar het puin is opgeruimd, er zijn nieuwe torens verrezen, er zijn de bassins gekomen met eeuwig stromend water, als monument voor de doden. Veel van het 'gat' is weer opgevuld, maar in het museum bestaat het nog, wordt het gecultiveerd.

Via roltrappen en een looppad kom je 20 meter onder straatniveau uit bij het punt waar de funderingspalen van de verdwenen Twin Towers rustten. De vierkante 'voetafdrukken' zijn geconserveerd in de vloer. Als je naar boven kijkt, zie je een paar meter boven je de onderkant van de twee waterbassins die precies op de vroegere plek van de torens zijn gebouwd.

Hier bevindt zich een zaal met portretten van alle slachtoffers. In een stille, verduisterde kamer worden hun beeltenissen getoond en namen voorgelezen. Van elke dode is een familielid, vriend of collega te horen die een persoonlijke herinnering ophaalt. Verderop is een grote ruimte waar de dag zelf wordt gereconstrueerd. De chaos, de paniek, het ongeloof.

Boven, op straat, zijn de littekens verdwenen, de tijd doet daar zijn werk. Straks openen bedrijven hun kantoren in de Vrijheidstoren en zullen de liften de hele dag met grote snelheid op en neer zoeven. Maar hier beneden in het museum is een deel van dat vreselijke 'gat' intact gebleven. Als om het gevoel van onherstelbaar verlies tastbaar te houden. Het is niet meer de rokende put waar het stinkt naar geweld en dood. Het is een gestileerd keldergewelf geworden, waarin gewetensvol wordt omgegaan met het vreselijkste wat mensen kan worden aangedaan. De vergelijking met een heiligdom is gemaakt, met de persoonlijke bezittingen van de doden als relikwieën en het looppad naar beneden als een kruisweg. Het is een weg die niet iedereen wil afleggen. Veel New Yorkers zijn getraumatiseerd. Zoals de dochter van Damaris Rodriguez. De 62-jarige stadsambtenaar bezoekt het museum op de eerste dag dat het open is voor het publiek. Voor haar dochter verzwijgt ze dit. 'Het is te veel voor haar. Ze werkte hier bij Lehman Brothers en was laat, op die ochtend van de 11de september. Ze kwam de metro uit toen ze de eerste toren zag instorten. Ook maakte ze de eerste aanslag op het WTC mee in 1993. Ze was in de hal toen in de ondergrondse garage een autobom ontplofte. Nu wil ze hier niet meer komen. Ze is lerares geworden.'

Zelf wilde Rodriguez per se naar het museum. Juist omdat haar dochter hier tot tweemaal toe aan de dood ontsnapte. 'Ik wil me ermee kunnen verzoenen.' De persoonlijke voorwerpen van de slachtoffers raken haar. Portemonnees, agenda's, schoenen. 'Daardoor is het alsof je er zelf deel van wordt.' Het zijn de dingen waarbij bezoekers blijven hangen. Zo staren ze naar de brillenkoker, bril, sleutelbos, mobiel en toegangspasjes van Andrea Lyn Haberman. Ze dragen de sporen van de door de terroristen ontketende furie. De vrouw was 25, ongeveer net zo oud als Rodriguez' dochter op dat moment, maar ze had minder geluk.

Todd Fine heeft herhaaldelijk moeten huilen. Hij is bang voor de emoties die het museum losmaakt. 'Wie geven we de schuld?' Hij heeft moeite met de term 'islamisten' die wordt gebruikt om de daders van Al Qaida te typeren. Daarmee wordt een link gelegd met de islam en worden alle moslims verdacht gemaakt, vindt de veertiger, die ironisch genoeg op de universiteit van Harvard een assistent was van Samuel Huntington, die met zijn boek over de botsing van beschavingen werd gezien als de aanzegger van 9/11.

Fine overdrijft. De uitleg in het museum is zakelijk en adequaat. Al Qaida wordt een 'uiterst kleine factie van de mondiale moslimgemeenschap' genoemd. De typering 'islamisten' wordt bovendien ook door de media gebruikt in de dagelijkse berichtgeving over het door radicalen aangericht geweld in de islamitische wereld.

Fines ongemak herinnert aan de polarisatie in de jaren na de aanslagen. Amerika reageerde getergd en snoeihard, er was strijd en debat, maatschappijen werden gespleten. Inmiddels zijn de gemoederen enigszins bedaard. In het Amerika van Obama regeert de berusting. In New York is nu een indrukwekkend museum en wordt geklaagd over de toegangsprijs van 24 dollar. Dat kan oplopen voor gezinnen. De directie heeft laten weten dat het museum dinsdagavond van 5 tot 8 uur gratis toegankelijk is. Dat dertien jaar na '11 september' de discussie over kaartjes gaat, is in zekere zin een geruststelling.

Vals alarm

In het 9/11-Museum beleven bezoekers weer de verschrikkingen van die dag. Ze kunnen luisteren naar telefoontjes waarin slachtoffers afscheid nemen van geliefden. Maar vijf dagen voor het openging voor het publiek, speelde het lot een gemeen spelletje met een groep speciale genodigden. Het alarm ging af... Iedereen moest het gebouw uit. Vanuit de diepte terug naar boven, zeven verdiepingen, op weg naar de uitgang. Sommigen hadden moeite de goede route te vinden. 'Oh my God, lopen we goed? Zijn we er nog niet?' Angst. Een beetje zoals toen. Het was vals alarm.

National September 11 Memorial & Museum at the World Trade Center, 200 Liberty Street, NY

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden