Ogen zijn bedrieglijke spiegels van de ziel

Tekeningen van Rosemin Hendriks en Jan van Herwijnen, t/m 23 april in Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, Rozenstraat 59, open: di-zo 11-17 uur....

Wanneer ogen de spiegels zijn van onze ziel, hoe moeten we dan de innerlijke roerselen van een blindeman peilen? Kan ook zijn oogopslag een verliefd gemoed verraden, met zijn van het licht afgesloten irissen tóch nog als vluchtroute voor de in zijn binnenste fladderende vlinders? Kunnen zijn blikken doden? Angst onthullen? En welke ziel weerspiegelen ogen, als ze dat al doen, eigenlijk: die van onszelf of die van de ander, die ons aankijkt en dan wellicht zijn eigen evenbeeld ontmoet?

Zelfs wanneer ogen wel kunnen zien en bovendien over een tweetal pupillen per stuk beschikken, zoals in de merkwaardig (on)realistische tekeningen van Rosemin Hendriks het geval is, dan nog zijn het uiterst bedrieglijke spiegels. Je kunt er niet eens een gek aan herkennen! Dat blijkt wel in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam. Naast de in houtskool geobjectiveerde meisjes- en jongensgezichten van Hendriks (1968), close-ups die nadrukkelijk geen portretten willen zijn, hangt daar een hele rij 'krankzinnigen-tekeningen' van de op dat gebied ervaringsdeskundige kunstenaar Jan van Herwijnen (1889-1965).

In deze juist weer wel als portretten op te vatten beeltenissen van patiënten die rond 1919 in de Utrechtse Willem Arntszstichting voor Van Herwijnen poseerden, herkent men, schreef nog in 1972 de psychiater J.H. Plokker, 'de zwaarmoedige, de manische, de epileptische, de zwakzinnige, de demente, de paranoïde en herhaaldelijk de in zichzelf gekeerde, geheel in een eigen wereld levende schizofrene mens'. Hoe kon Plokker, als de specialist in geestesziekten die hij toch was maar tevens als kunstkijker daar in vredesnaam zo tot in het subtielste onderscheid van overtuigd zijn?

Wie nu tegenover de bijna levensgrote mannen en vrouwen staat die in zwaar aangezette contourlijnen de tekenvellen van Van Herwijnen bevolken, wrijft zijn ogen wel drie keer uit voor hij zich waagt aan welke diagnose dan ook. Evengoed als krankzinnigen, zouden de meeste van deze volumineus op simpele stoelen aardende gestalten bijvoorbeeld hardwerkende en naar ontspanning snakkende boerenzoons kunnen zijn, of bejaarden zonder toekomstperspectief. In de verbeten trekken van een grootje groeven zich misschien haar wanen, maar je zou het ook geloven wanneer oma, door haar (klein)kinderen verlaten, verbitterd herinneringen zat te herkauwen.

Alleen één man uit het weinig opwekkende (maar mede daardoor des te intrigerender) gezelschap wendt zich van ons af met een blik die dermate duister en laten we voor het gemak maar even zeggen 'argwanend' is, dat de arme drommel vast en zeker meer last heeft gehad van spoken in zijn hoofd dan van vlinders in zijn buik. Denk je. Meen je ook overduidelijk in de weerbarstige lijnen op het papier gevangen te zien. Maar dan valt je oog op de titel van dit werk en laat die nou uitgerekend - net nu je hoopte door te dringen tot de kern der 'krankzinnigen-tekeningen' - de zaak als volgt verhelderen: Man met Blind Oog.

In de onopgesmukte tekeningen van Van Herwijnen verschijnen de patiënten eerder als sombere en, inderdaad, dat wel, in zichzelf besloten individuen dan als krankzinnigen-bij-uitstek. Het was er de kunstenaar klaarblijkelijk ook niet om te doen 'types' te maken van zijn modellen, hij zocht juist naar dat beetje algemeen menselijk contact dat met hen nog mogelijk was. 'Ik keek ze net zo lang aan,' verklaarde hij eens, 'tot ik zag dat ze bevrijd werden van hun hallucinaties. Dat is wat - als je dat mag beleven - dat je ineens daar in die ogen die mens weer ziet terugkomen...'

De geslaagde combinatie van Van Herwijnens portretten met de althans in techniek, maar via een omweg ook wel in thema, overeenkomstige tekeningen van Rosemin Hendriks vestigt eens te meer de aandacht op de (on)zichtbaarheid van andermans gemoedstoestand. Hendriks wil de door haar op papier gezette gezichten, die vaak geïnspireerd zijn op zelfportretten uit foto-automaten, 'zo schoon mogelijk' maken. Autonome beelden moeten het zijn, in elk geval losgezongen van haar eigen persoonlijkheid, maar het liefst ook zonder enige suggestie.

Dat laatste lukt niet. Daarvoor is het idee dat ogen de mensenziel weerspiegelen vermoedelijk te diep deel van onszelf, we trachten automatisch de ander en onszelf met blikken te bevestigen (of ontkennen). Terwijl bij Van Herwijnen het gewone in de gek zichtbaar blijft, lijkt Hendriks juist kiemen van gekte in gezonde koppen te expliceren. Daadwerkelijk duiden kunnen we de verwrongen oogopslag van haar figuren echter niet. Ze kijken van ons weg, omhoog, omlaag en langs ons heen, of staren ongenaakbaar terug: met die griezelig verdubbelde pupillen die hun gelaat veranderen in een masker.

Wilma Sütö

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.