Offensief Syrische leger in Oost-Ghouta: helft rebellenenclave ingenomen ten koste van ruim duizend doden

Terwijl de Verenigde Staten hameren op een hernieuwd staakt-het-vuren, rukt het Syrische leger op in de rebellenenclave Oost-Ghouta bij Damascus. Meer dan de helft van de enclave is door de regeringstroepen heroverd. Zij hebben het gebied in drieën gedeeld.

Foto anp

Bij het offensief om Oost-Ghouta, nu ruim twee weken aan de gang, zijn tot dusver meer dan duizend doden gevallen. 390 duizend inwoners zitten vast in het gebied, stellen de Verenigde Naties. Geen enkele partij op de grond trekt zich iets aan van het staakt-het-vuren dat de VN-veiligheidsraad vorige maand unaniem afkondigde om hulpgoederen en eten aan de bevolking te brengen.

'Er is geen staakt-het-vuren,' stelde de Amerikaanse VN-ambassadeur Nikki Haley maandag. Terwijl troepen van de Syrische president Bashar al Assad de enclave in drieën knipten met behulp van dodelijke luchtaanvallen, waarschuwde zij dat de VS 'bereid blijven om in te grijpen' als Assad chemische wapens zou gebruiken tegen de inwoners van Oost-Ghouta.

Zoals meestal in de zeven jaar dat de Syrische burgeroorlog deze week gaande is, lijkt dit alleen dreigende taal. De VN is intern zeer verdeeld over Syrië. Rusland noemt Oost-Ghouta een 'broeinest van terrorisme'. De Russische VN-ambassadeur Vassily Nebenzia vindt dat Assad 'elk recht heeft om te proberen de dreiging tegen de veiligheid van de inwoners weg te nemen'.

Foto anp

Ondertussen zitten honderdduizenden burgers gevangen in de enclave pal ten oosten van de hoofdstad Damascus. Volgens een rapport dat de VN morgen officieel zal publiceren, leven veel inwoners op slechts één maaltijd per dag. In de belegerde stad Douma zouden zoveel schuilkelders zijn verwoest door luchtbombardementen van het Syrische leger dat families massaal op straat slapen.

Beide kampen verhinderden de bewoners de afgelopen weken te vertrekken: enerzijds het Syrische regeringsleger, dat de enclave omsingeld houdt, en anderzijds de rebellen. Oost-Ghouta is in handen van twee milities met een extremistisch karakter. De machtigste groep, het Leger van de Islam, leek maandag voor het eerst bereid om gewonden te laten vertrekken. Een poging van Rusland om een deal te sluiten over een vrijgeleide voor een andere rebellengroep ketste echter af.

Troepen van Assad verspreidden de afgelopen weken flyers waarin bewoners wordt gewezen op evacuatieroutes naar Damascus. De VN stelde vorige week dat deze routes in de praktijk onbegaanbaar worden gemaakt door sluipschutters van de rebellen. Vorige week zijn twee vluchtelingen onderweg doodgeschoten, zei een VN-medewerker tegen The New York Times.

Sinds enkele dagen demonstreren inwoners in drie voorsteden in Oost-Ghouta voor het vertrek van de rebellen. Dit bericht, aanvankelijk verspreid door journalisten gelieerd aan het regime van Assad, wordt bevestigd door het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten. In Kafr Batna is een demonstrant doodgeschoten door de rebellen, aldus het Observatorium.

De VN wijst nadrukkelijk niet alleen naar de rebellen, maar vooral ook naar het regime, dat in strijd met alle VN-resoluties weigert hulptransporten door te laten. Slechts een handjevol vrachtwagens met hulpgoederen kon tot dusver de enclave bereiken. Verbanddozen werden door de soldaten van Assad massaal gestolen.