Oesterrif tegen wassend water

Verdedig de kust, maar laat de natuur het werk doen. Dan liften toerisme en voedselproductie daarop mee.

Op het eerste gezicht ziet de constructie voor de kust van Bangladesh er enigszins houtje-touwtje uit. De aan elkaar geschakelde bakken, gevuld met lege oesterschelpen dan wel beton en puin, zijn dan ook nog maar een eenvoudige proefopstelling. Begin volgend jaar wordt het 'oesterrif', zoals men de bak optimistisch noemt, opgeschaald tot een echt, min of meer natuurgetrouw oesterrif langs de kust van Bangladesh, verzekert Arjo Rothuis. Het rif wordt dan 50 tot 100 meter lang en een halve meter hoog, zegt de projectcoördinator van een samenwerkingsverband tussen Wageningen Universiteit en ingenieursbureau Royal Haskoning DHV.


Dat belooft wat, want met het bescheiden rifje zijn nu al belangrijke resultaten geboekt. Het project maakte ze deze week bekend. 'Er zit in het kustwater van de Golf van Bengalen voldoende oesterbroed, en dat hecht zich uitstekend op het substraat in de bakken', vertelt Rothuis, net terug uit het gebied. De kleine oesterlarfjes blijken zich vooral goed te settelen op oude oesterschelpen - vandaar de oude schelpen in de bakken.


Het proef-oesterrifje toont dat het golfbrekend effect weliswaar beperkt is, maar ook dat tussen het rif en de achterliggende dijk flink wat zand en andere sedimentdeeltjes neerslaan. Eerdere proeven in de Oosterschelde lieten zien dat de aanwas van zand daar een groot deel van de zogeheten zandhonger van de stroming kan stillen.


'Sedimentatie verbreedt de vooroever van de dijk en gaat de afslag van de kust effectief tegen', aldus Rothuis. Tegengaan van de erosie van de kust van Bangladesh scheelt het straatarme land flink wat kosten aan dijk- en kustonderhoud in de delta van de rivieren Ganges en Brahmaputra.


En er is meer. 'Het oesterrif en de zandafzetting kunnen de opmaat vormen voor het herplanten van mangrovebossen. Die moerassige vloedbossen langs tropische kusten vormen een natuurlijke buffer tegen zeespiegelstijging.' Volgens Rothuis zit het belang van herplanting van mangrove in Bangladesh in de combinatie van kustverdediging, natuurontwikkeling en economische ontwikkeling - zoals die in de visserij: mangrovebossen zijn kraamkamers van tropische zeevissen.


Oesterriffen trekken als ze zijn volgroeid ook weer vissen aan. Dat biedt inkomsten en voedsel aan de lokale bevolking in de zeer dicht bevolkte delta. 'De inwoners van het gebied kunnen oesters van het rif oogsten. Aan de zuidoostkust van Bangladesh worden al oesters en andere tweekleppigen en schaaldieren verzameld, zoals krabben uit het inter-getijdengebied', zegt Rothuis. 'Men moet deze zeeteelt wel zorgvuldig aanpakken, om de broedval voor nieuwe oesters te garanderen en het rif intact te laten.'


Het oesterrif is een fraai staaltje van 'bouwen met de natuur', zoals het in de kustverdedigingswereld heet. Daarbij wordt de kustverdediging niet met louter civieltechnische werken als dijken en dammen uitgevoerd, maar worden vooral de krachten van de natuur zelf benut, ook in zoetwatergebieden. Met gras of wilgen beplante vooroevers, moerassen en griendbossen bieden dan bijvoorbeeld bescherming tegen golfslag en stormen.


Vaak kunnen natuurontwikkeling, toerisme en de voedselproductie meeliften. Geen wonder dus dat dit bouwen met natuur overal in zwang raakt, vooral in delta's waar de zeespiegelstijging en de klimaatverandering zich het meest doen gelden. Bangladesh wordt al jaren geteisterd door overstromingen, cyclonen en vloedgolven, vooral in de regentijd.


Nederlandse ingenieurs voeren veel onderzoeksprojecten uit aan het bouwen met de natuur. Als voorloper van het project in Bangladesh is er al sinds 2010 een oesterrif in de Oosterschelde. Onderzoekers volgen langs de kust bij Schouwen-Duiveland de sedimentatie van zand op zandplaten, slikken en schorren.


Ook daar verrichten de langzaam groeiende oestertjes een deel van het waterstaatkundige verdedigingswerk. 'We onderzoeken in Zeeland ook opties voor zilte landbouw, zoals de teelt van tong, zagers, zeekraal, schelpdieren en algen', zegt Arjo Rothuis. 'Bouwen met de natuur zou een nieuw Nederlands exportproduct kunnen worden.'


IEMAND DE PAREL GEZIEN?

In het wild kun je lang zoeken: slechts een op de duizenden oesters bevat een parel. Het glimmertje kan ontstaan wanneer een onverteerbaar deeltje vast komt te zitten in de schelp van een pareloester. Het weekdier bouwt er een beschermlaag omheen die soms uitgroeit tot een parel. Oesterkwekers kunnen de natuur een handje helpen door oesters open te snijden en er wat vuildeeltjes in te stoppen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden